'Afblussen met halve liters bier'

Harmens' relaas hakt erin met een mengeling van humor en exhibitionisme. ©RV DOC

In de onthutsende autobiografische roman 'Hallo muur' schrijft Erik Jan Harmens zijn alcoholverslaving van zich af. 'Ik ben niet de wolf, maar hij zit wel in mij.'

'Ik ga je een verhaal vertellen', schrijft Erik Jan Harmens (44) aan het begin van 'Hallo muur', in wat begrepen kan worden als een intentieverklaring. 'Over hoe het een tijd niet zo goed met me ging, hoe ik veel ben gaan drinken totdat het zo donker werd dat ik geen hand voor ogen meer zag en hoe het veel later licht werd, nadat ik stopte met drinken. Het verhaal loopt goed af, al is het licht waarin ik sta wel wat fel.'

Drank en literatuur, het is een gouden combinatie. Niet alleen staan veel schrijvers bekend als onbedaarde zuipschuiten - denk aan Charles Bukowski, Joseph Roth of Ernest Hemingway - maar ook de romans waarin alcohol een hoofdrol speelt, zijn niet te tellen. Zie het fenomenale, ontregelende 'De drinker', waarin Hans Fallada zijn eigen ervaringen als alcoholist kwijt kon. Of 'Afwassingen' van Patrick deWitt, die een café omschrijft als 'het radeloze circus van leverbeschadiging'.

De Nederlandse dichter, schrijver en performer Erik Jan Harmens schreef met 'Hallo muur' een confronterend 'verslag van een leven tot op de bodem', zoals de ondertitel luidt. De autobiografische roman is een eerlijk relaas over 's mans alcoholverslaving, huwelijksperikelen en burn-outs zonder dat het een tranerige terugblik is op een weggegooid half leven. Een terugblik, inderdaad, want als Harmens zijn verhaal neerschrijft, staat hij al anderhalf jaar droog.

Harmens vertelt zijn verhaal als een biecht tegen de muur. De titel haalde hij van het lied 'Hello Walls' van de Amerikaanse countrylegende Willie Nelson, met de mooie zin 'Lonely walls, I'll keep you company'. Bij Harmens staat die muur dan ook symbool voor zijn eenzaamheid. Na jaren staat hij niet alleen droog maar is hij ook gescheiden. 'Ik ben alleen, muur, en ik drink niet meer en ik rook niet meer. Ik ben goed bezig en ik ben alleen.'

In korte hoofdstukken, die lezen als korte verhalen of columns, schakelt Harmens over en weer tussen zijn verleden als drinker en het alcoholvrije heden. Hij vertelt hoe hij als kind de restjes bier van zijn vader opdronk en met een vriend een fles Martini soldaat maakte. De aanleg voor verslaving zit er dan al in. Er staat gewoon geen rem op het geslemp, schrijft Harmens herhaaldelijk. 'Bij één glas denk ik: twee, en bij twee denk ik: tien. En alleen als ik genoeg gedronken heb, kan ik gaan slapen, om de volgende dag snakkend naar adem wakker te worden.'

Westmalle Tripel

Hoeveelheden, het is een refrein in het boek. Harmens slaat je om de oren met opsommingen van zijn drankverbruik, met Westmalle Tripel als grote favoriet. En alcoholisten, legt hij uit, zijn uitstekende boekhouders van hun verslaving. Zij weten op elk moment wat in de ijskast ligt en hoeveel ze op kunnen. Eerst zijn er wat wodka's die worden 'afgeblust' met enkele halve liters bier. Daarna komt er wijn op tafel, twee Tripels, twee Chouffes en 'vijf, zes, zeven, acht wodka's'. 'Dan ga ik slapen, want morgen is het donderdag', besluit Harmens.

Met een nietsontziende openheid vertelt Harmens over de lichamelijke ongemakken, zoals de winderigheid waarmee alcoholisten kampen door een ontregeld darmstelsel. Er is de anekdote over een doorzopen weekend met vrienden in de Ardennen, wanneer Harmens bij herhaling het bewustzijn verliest. 'Op een gegeven moment sta ik in de keuken met mijn hand in de broek van een vrouw. Ik kijk haar aan en herken haar niet. 'Ga door', hijgt ze in mijn oor. 'Niet stoppen, ga door.''

Langzaam dringt het besef door dat het zo niet verder kan. Het is zijn vrouw die de mooie metafoor van de wolf gebruikt. 'Ik ben niet de wolf,' beseft Harmens even later, 'maar hij zit wel in mij, en hij jaagt de mensen die ik het meest liefheb in de hele wereld schrik aan: mijn vrouw, mijn dochter en mijn zoon.' Ironisch genoeg strandt zijn huwelijk net op het moment dat hij stopt met drinken. 'We houden elkaar niet eens meer vast, bij wijze van afscheid. De liefde is weg.'

Het wemelt de jongste tijd van de boeken waarin de schrijvers over hun eigen leven vertellen, of zich verdiepen in de geschiedenis van hun familie. Weinigen schrijven zo goed en dwingend als Harmens. Zijn relaas heeft een ongelooflijke vaart en hij weet de lezer aan te trekken en af te stoten met zijn mengeling van humor en exhibitionisme. Zijn uitgeverij Lebowski maakt dezer dagen publiciteit met een uitspraak van Kafka: 'Boeken zijn als een bijl die het ijs van ons bewustzijn splijt.' 'Hallo muur' is zo'n boek dat erin hakt.

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect