Belegger, sitting duck van de fiscus

©Photo News

De regering-Di Rupo steekt graag de hand in de zak van de belegger. Weinigen beseffen al dat ze het systeem van bevrijdende roerende voorheffing ten grave heeft gedragen. Wat steekt daarachter?

De belegger heeft het de jongste jaren niet onder de markt. Niet enkel is zowat elke activaklasse een mijnenveld geworden. Ook de overheden nemen de belegger steeds meer in het vizier. De belegger moet de putten die anderen veroorzaakt hebben, dempen. Jaar na jaar worden fiscale en andere maatregelen genomen die het vermogen van de belegger rechtstreeks of onrechtstreeks viseren. De cadans van de maatregelen wordt zelfs opgeschroefd. De belastingverhoging van december 2011 is nog niet verteerd als twee maanden later een nieuwe belastingverhoging wordt afgekondigd. Velen vrezen dat de volgende begrotingscontrole een nieuw bloedbad voor de belegger wordt. Als men verder gaat op de ingeslagen weg, is die vrees terecht. Er moeten weer miljarden worden gevonden. Het verleden leert dat de regering-Di Rupo liever de hand in de zak van de belegger stopt dan in eigen boezem.

Het is dus duidelijk dat de belegger en zijn vermogen een gewilde prooi zijn. Partijen die afhangen van een electoraat van 'have-nots' vinden dit natuurlijk de bron bij uitstek die moet worden aangeboord en uitgeput. Vooralsnog lijken die partijen de koers van Di Rupo I te bepalen.

Laffer

En dus moeten beleggers bevreesd zijn voor wat gaat komen. Tot voor kort was het vermogen moeilijk in kaart te brengen. De politiek wist dat indien men het roerende vermogen té zwaar zou belasten, de Belgen niet geneigd zouden zijn die inkomsten aan te geven. Dat is een toepassing van het effect dat de econoom Arthur Laffer heeft beschreven. Als het belastingtarief te hoog is, dalen de belastingopbrengsten. Om de belastingopbrengsten te vrijwaren, was men dan ook verplicht om de belastingdruk binnen de grenzen van de redelijkheid en de billijkheid te houden.

Maar wat blijkt intussen? Allerhande maatregelen maken het de belegger steeds moeilijker zijn privacy in alle legaliteit te vrijwaren. Daardoor ondervindt de overheid steeds minder hinder van het Laffer- effect. Ze heeft de sitting duck dan duidelijk in het vizier en kan de belastingdruk hand over hand laten toenemen.

Wat de regering-Di Rupo doet, is een mijlpaal in deze evolutie. Weinigen staan erbij stil, maar het stelsel van de bevrijdende roerende voorheffing is ten grave gedragen. Slechts langzaamaan begint dat besef door te sijpelen. Op 31 december 2011 luidde de Last Post voor de anonimiteit en de bevrijdende roerende voorheffing.

Hoe het plotseling zo ver is kunnen komen, is een raadsel. Ongetwijfeld zit de formateursnota van Di Rupo er voor wat tussen. Die voorzag in een tapijtbombardement aan fiscale maatregelen. Verhoging van roerende voorheffing, beurstaksen, meerwaardebelasting op aandelen van 50 procent en godbetert een 'tijdelijke' vermogensbelasting. Als het dan uiteindelijk 'maar' een verhoging van de roerende voorheffing van 15 naar 21 procent is en een verhoging van de beurstaksen, dan valt dat toch reuze mee? Ja toch? Neen!

Het is een draak van een regeling die slecht is voor én de beleggers én de banken én de belastingplichtigen én voor de overheid. De enigen die goed garen lijken te spinnen bij de nieuwe regeling zijn de boekhouders en fiscalisten. Iemand moet het immers uitgelegd krijgen aan de beleggers. Dat uitleggen is dan ook echt moeilijk. Maar we doen een poging.

Blijkens de formateursnota was de opzet om tot een harmonisering van de tarieven te komen. We kenden immers een tarief van 10 procent (inkoop/vereffening), 15 procent (intrest/ VV-dividenden) en 25 procent (dividenden). Drie tarieven vond men te veel. Dus hebben ze er maar vijf gecreëerd! Ook dat krijg je aan een redelijk mens niet uitgelegd. Met name 10 procent (vereffening), 15 procent (intrest spaarboekjes/Leterme staatslening), 21 procent (intrest, VV-dividenden 'gewone' mensen), 21 + 4 procent (intrest, VV-dividenden 'rijke' mensen) en 25 procent (dividenden).

Deze kritiek is echter niet fundamenteel. Zolang men niet tornt aan het wezen van het stelsel van de bevrijdende roerende voorheffing, kan worden 'gespeeld' met de tarieven zonder veel efficiëntieverlies. De belastingplichtigen worden niet lastiggevallen en kunnen op hun twee oren slapen. De belasting (tegen welk tarief dan ook) wordt immers voor hen ingehouden en betaald. Als kers op de taart gebeurt dat op anonieme wijze. Heel fijn en geen administratief gedoe. De overheid vaart hier ook wel bij. Zij bepaalt het tarief en de banken doen de rest. Zij innen de belasting aan het door de overheid bepaalde tarief. Zeer efficiënt want bijna geen kosten voor de overheid (geen inzet van ambtenaren, weinig controles) maar ondertussen wel de opbrengst. Op die opbrengst hoeft ze geen jaar te wachten. Binnen de 15 dagen na betaling van intrest of een dividend staat de roerende voorheffing op de rekening van de overheid. Veel intelligenter en efficiënter kan een belasting niet worden geïnd. Ze doet wat een belasting moet doen. Met name geld in het laatje brengen en dat met een zeer kleine administratieve impact voor zowel belastingplichtige als overheid.

Aangifteplicht

Dus als je als land op zoek bent naar veel geld, wat doe je dan? Natuurlijk gewoon het tarief verhogen en klaar is Kees. Maar die eenvoudige oplossing was te hoog gegrepen. De efficiënte belasting wordt vervangen door een systeem dat vele malen duurder is, alle burgers opzadelt met meer administratie en vooral ook hun gemoedsrust aantast.

Daarvoor moet men een goede reden gehad hebben. Die goede reden is niet de extra 4 procent belasting die de 'rijken' moeten betalen op bepaalde inkomsten. Dat is wel wat men ons tracht te laten geloven.

Enkel de belastingplichtigen die (voor 2012) 20.020 euro aan roerende inkomsten genieten, moeten 4 procent extra betalen. Dat is dus zeker niet iedere burger van dit land. Die 4 procent is niet van toepassing op alle (roerende) inkomsten. Enkel de inkomsten onderworpen aan 21 procent roerende voorheffing zijn geviseerd. Om de 'rijken' uit de soep te vissen, moet natuurlijk iedereen de ontvangen intresten en dividenden aangeven. Daarvan kan de aangifteplicht niet worden vermeden. Zodra je over aangeven spreekt, moet de overheid kunnen controleren. En dus moet ook een centraal aanspreekpunt opgericht worden. Natuurlijk binnen de diensten van de fiscus. Hier worden dan alle roerende gegevens gecentraliseerd: Belgische bankrekeningen, spaarboekjes, buitenlandse rekeningen, ontvangen dividenden en de ontvangen intresten.

U leest het goed. Om een schamele 4 procent extra belasting te innen op bepaalde inkomsten bij slechts enkele belastingplichtigen, wordt het leven van alle belastingplichtigen verzuurd. Als klap op de vuurpijl wordt dan nog eens toegestaan dat iedereen ook kan opteren om die 4 procent extra meteen aan de bron te laten inhouden. Dan heeft de aangifte door alle belastingplichtigen, de controle van de aangiftes, de oprichting van die centrale dienst (bemanning, computers, circulaires, aanpassing van het aangifteformulier, etc.) etc. zelfs helemaal geen zin. Alle verschuldigde belastingen zijn betaald via de voorheffing. De eigenlijke aangifte levert helemaal niets extra op.

Waar zijn we dan eigenlijk mee bezig? Wie heeft dit in godsnaam uitgevonden en vooral waarom? Hetzelfde resultaat aan de opbrengstenzijde had veel gemakkelijker kunnen worden bekomen binnen de grenzen van het stelsel van de bevrijdende roerende voorheffing. Met name door een eenvoudige tariefverhoging. En dat zonder extra kosten voor de staat, zonder administratief gedoe voor de belastingplichtigen en zonder nodeloos de gemoedsrust van de belastingplichtige aan te tasten.

Dus ofwel is het een vergissing ofwel zit er iets anders achter. Maar welk plan dan? Dat lijkt niets minder dan een vermogenskadaster. Wie dat niet ziet, is blind of grenzeloos naïef. Eenmaal het vermogen in kaart is gebracht, kan de belasting pas echt verhoogd worden. En dan zijn de beleggers echte sitting ducks.

Gesponsorde inhoud

Partner content