Belg verarmt amper dankzij stijgende huizenprijzen

Het gezinsvermogen is in België tijdens de eurocrisis veel minder gedaald dan in de meeste andere landen van de eurozone. Dat is vooral te danken aan de stijgende huizenprijzen.

De Europese Centrale Bank (ECB) publiceerde gisteren een uitgebreide studie over de evolutie van het gezinsvermogen tussen 2010 en 2014. De studie is gebaseerd op enquêtes van 18 nationale centrale banken van de eurozone. De voorlopige resultaten voor België zijn al in september gepubliceerd.

In de eurozone daalde het netto-vermogen van het mediaangezin met 10 procent naar 104.100 euro. De mediaan is de middelste waarde. De ene helft van de gezinnen is armer, de andere helft rijker. In België verminderde het vermogen van het middelste gezin slechts met 2 procent naar 217.900 euro. De cijfers van het vermogen zijn gecorrigeerd voor inflatie.

'De sterke achteruitgang van het gezinsvermogen in de eurozone is vooral te wijten aan de lagere huizenprijzen', zegt de ECB. Landen als Griekenland, Spanje en Italië werden zwaar getroffen door de eurocrisis en hebben de huizenprijzen fors zien dalen. De 'middelste' Griek zag zijn vermogen met liefst 40 procent krimpen.

In België, Duitsland en Luxemburg daarentegen zijn de huizenprijzen blijven stijgen. De Europese waakhond van de financiële stabiliteit waarschuwde onlangs dat de Belgische huizenmarkt overgewaardeerd is. Maar analisten zeggen dat een crash van de vastgoedmarkt onwaarschijnlijk is. De lichte vermindering van het Belgische gezinsvermogen is vooral te wijten aan de toename van de hypothecaire schulden.

De Luxemburgers zijn de rijkste inwoners van de eurozone. Dat groot vermogen weerspiegelt onder meer de hoge vastgoedprijzen.

De modale Duitser blijft ondanks een stijging van zijn vermogen arm. Hij is een huurder en heeft dus geen onroerend vermogen. De doorsnee Griek heeft wel een woning en heeft daarom een groter vermogen dan de Duitser.

Ook de verdeling van de vermogens komt aan bod. De ongelijkheid in de eurozone is licht toegenomen. De 5 procent rijkste gezinnen verhoogden hun aandeel in het totale vermogen van 37,2 naar 37,8 procent. Ze bezitten elk minstens 743.900 euro. Eén gezin op de twintig heeft een negatief nettovermogen, omdat het meer schulden heeft dan bezittingen.

De ECB bevestigt de bevindingen van andere studies dat België een van de weinige landen is waar de ongelijkheid niet toeneemt en dat de vermogens gelijker zijn verdeeld dan in veel andere rijke landen. Zowel in 2010 als in 2014 bezaten de 5 procent rijkste gezinnen 30 tot 31 procent van het totale vermogen, zegt de Nationale Bank.

Gesponsorde inhoud

Partner content