België topper in sociale bijdragen maar middenmoter in uitkeringen

Werkgevers en werknemers in ons land betalen zich blauw aan sociale bijdragen, maar daar krijgt de Belg niet op elk domein veel voor terug, vergeleken met de rest van Europa.

Onze sociale zekerheid zorgt ervoor dat u een uitkering krijgt als u zonder job valt, dat de gezondheidszorg betaalbaar blijft of dat u elke maand een pensioen ontvangt als u besluit van uw oude dag te genieten. Een deel van uw loon wordt gebruikt om dat systeem te financieren.

Ondanks de taxshift worden op Belgische lonen nog steeds relatief hoge socialezekerheidsbijdragen betaald: 13 procent voor de werknemer plus zowat 32 procent voor de werkgever (inclusief sectorbijdrage, bijdrage fonds sluitingen,...). In 2018 zakt het basistarief voor de werkgever naar 25 procent, maar ook dan moet nog rekening worden gehouden met 2 à 3 procentpunten extra om alle bijdragen mee te nemen. Op het basistarief kunnen wel verminderingen van toepassing zijn.

Voor de lage lonen is het effect van de taxshift sterker, daar zakt het basistarief naar 15 procent, rekening houdend met verminderingen voor lage lonen en doelgroepen.

De sociale lasten in ons land zijn sowieso zwaar in vergelijking met de rest van Europa. Enkel in Frankrijk en Hongarije liggen ze hoger. Niet onbelangrijk is dat veel landen een plafond instelden voor de socialezekerheidsbijdragen: voor het loon dat een bepaald bedrag overstijgt, moeten dan geen bijkomende sociale lasten meer worden betaald. Zo'n plafond is er bij ons niet.

Hebben we ook een navenante sociale dekking? 'Ik ben verrast door de afstand tussen de hoogte van de socialezekerheidsbijdragen en het niveau van onze dekking in vergelijking met de rest van Europa', zegt Filip Van Overmeiren, socialezekerheidsexpert bij het advocatenkantoor Laga, dat de situatie onderzocht in samenwerking met Deloitte. 'Onze sociale uitkeringen zitten in de middenmoot op Europees vlak, en dan zijn het vooral Oost-Europese landen die we achter ons houden. België is de grijze muis van de Europese sociale zekerheid, met uitzondering van onze hoogkwalitatieve gezondheidszorg. Als er verder beknibbeld wordt op uitkeringen, belanden we in het subniveau voor West- of Noord-Europa.'

Pensioen

Onze pensioenen, om te beginnen, zijn niet uitgesproken hoog. In zijn studie verwijst Deloitte bijvoorbeeld naar het maximale bedrag voor een alleenstaande (cijfers 2015): dat lag in België op 2.179 euro, maar in Spanje, Griekenland of Luxemburg was het meer. In Duitsland geldt geen maximum, in Nederland en Frankrijk ligt het voor een alleenstaande wel nog een eind lager dan bij ons.

Maar maxima zeggen niet alles. Het gemiddelde pensioen lag in ons land in 2015 op 1.100 à 1.200 euro (licht andere cijfers naargelang de bron), in Frankrijk op 1.340 euro, in Duitsland op 787 euro, in Nederland op 1.111 euro en in Luxemburg op 2.956 euro. België scoort dus niet opvallend lager, maar evenmin beduidend hoger dan de landen rondom ons.

In vrijwel alle Europese landen bestaat een of andere vorm van vervroegde pensionering, die dan meestal tussen 60 en 65 jaar kan ingaan. Enkel in Ierland en Nederland kan het in de regel niet om voor de pensioenleeftijd al vervroegd een wettelijke pensioenuitkering te krijgen.

Werkloosheid

Qua werkloosheidsvergoeding is de sociale dekking in ons land wel notoir langduriger dan in de rest van Europa. België is het enige land waar de vergoeding in principe niet begrensd is in de tijd.

Hoe lang krijgt een werkzoekende dan een vergoeding in de landen rondom ons? In Nederland is het nu nog 38 maanden, maar dat wordt tegen 2019 afgebouwd naar 24 maanden. Twee jaar is ook het maximum in Duitsland, maar enkel voor de oudste werklozen. Jongere werklozen moeten het doen met 12 tot 18 maanden werkloosheidsuitkering. In Frankrijk is het 24 maanden, verlengd tot 36 maanden voor 50-plussers.

De systemen en criteria variëren danig van land tot land. In ons land lag het gemiddelde bedrag van de uitkering op 1.028 euro (cijfers 2015). In Nederland beliep het gemiddelde 2.040 euro, bij onze zuiderburen 1.121 euro en in Duitsland 886 euro.

Kinderbijslag

Eenzelfde plaatje voor de kinderbijslag: ook daar zit ons land voorlopig in de middenmoot, met een bedrag van goed 90 euro per maand voor het eerste kind. Opvallend: in Frankrijk krijgt een gezin pas kinderbijslag vanaf een tweede kind. Nederland is met 64 euro (eerste kind) kariger, maar in de rest van West- en Noord-Europa liggen de bedragen hoger.

Voor de hervorming van de kinderbijslag die bij ons op til is, wordt tot nader order gerekend met een bedrag van 160 euro per kind. Daarmee zullen we mogelijk de top vijf halen, al lag het bedrag voor het eerste kind in 2015 in vier landen al boven 180 euro per maand: Zwitserland, Luxemburg, Duitsland en Denemarken. Door de hervorming in ons land zal er minder kinderbijslag zijn voor de wat grotere gezinnen waarvan het inkomen niet in de laagste categorie valt.

Moederschapsrust

Met 15 weken moederschapsrust hangt België aan het staartje, samen met Duitsland (privésector) en Zwitserland, die het houden bij 14 weken.

In de meeste Europese landen ligt de moederschapsrust tussen 17 en 34 weken. In Denemarken en het VK mogen moeders na een bevalling een jaar thuisblijven, en in Bulgarije, Noorwegen (beide 59 weken) en Estland (82 weken) nog langer.

Ook met tien dagen vrij voor de vaders van pasgeborenen is ons land niet vrijgevig in vergelijking met vooral de Scandinavische landen IJsland, Noorwegen en Denemarken. In acht landen, waaronder Duitsland, bestaat er geen recht op wat verlof voor jonge vaders.

'Net als voor andere aspecten van de sociale zekerheid staat België ook hier niet in de voorlinie voor een hervorming', zegt Van Overmeiren. 'In enkele Scandinavische landen beslissen vader en moeder zelf hoe ze (een deel van) de verlofweken na een bevalling verdelen. Daar staan wij nog ver van af.'

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect