Bescherming Dexia wordt fors duurder

Vorig jaar is een grote stap gezet in de verdere afbouw van Dexia. De groep hoopt nog enkele jaren op dat elan door te gaan. ©BELGA

Het nieuwe staatsgarantie- mechanisme voor Dexia wordt naar alle waarschijnlijkheid fors duurder. Ten nadele van de minderheidsaandeelhouders en de eigenaars van het schuldpapier.

Dat de Belgisch-Franse restbank Dexia al ruim zeven jaar wordt afgebouwd zonder grote ongelukken, is niet alleen te danken aan het personeel en het management. Het is ook op het conto te schrijven van België en Frankrijk. Ze stutten de financiële groep, vooral door de staatswaarborgen die ze toekennen aan de financiering van Dexia door de markt. Maandag stonden ze nog garant voor 68,6 miljard euro.

Het garantiesysteem loopt eind 2021 af. Dat is nog ver, maar toch vroegen de Europese Centrale Bank als toezichthouder en de markt nu al duidelijkheid over de periode erna. Daarom werkten België en Frankrijk een nieuwe regeling uit die ze ter goedkeuring indienden bij de Europese Commissie. Dat maakte Dexia gisteren bekend, samen met de jaarcijfers.

Volgens onze informatie gaat het voorstel opnieuw uit van een periode van tien jaar, tot eind 2031. België en Frankrijk lopen dus nog langer een Dexia-miljardenrisico. Voor de rest zijn er vooral verschillen. Zo wordt het plafond - nu 85 miljard euro - waarschijnlijk verlaagd omdat de balans van Dexia kleiner werd. Voorts doet kleine partner Luxemburg niet meer mee. Dat leidt tot een nieuwe verdeling tussen België (53% tegen 51,4% nu) en Frankrijk (47% tegen 45,6%).

Twee bronnen zeggen bovendien dat de erg lage vergoeding (5 basispunten of 0,05% per jaar) die Dexia voor de garanties betaalt op last van Europa fors moet stijgen. Mogelijk tot rond 100 basispunten, om ze meer marktconform te maken. Een derde bron heeft het over een verhoging 'in bepaalde omstandigheden'.

Dexia zal zelfs dan tijdens de looptijd van de garanties nog altijd weinig betalen. Het surplus wordt pas verrekend bij de vereffening van de groep, wetende dat dan waarschijnlijk niets meer overblijft voor de al zwaar verwaterde historische aandeelhouders en eigenaars van het schuldpapier. Er kwamen al eerder systemen om te beletten dat ze zouden profiteren van de inspanningen van de staten.

Intussen zet CEO Wouter Devriendt vaart achter het laten uitdoven van Dexia. Vorig jaar werd de balans opnieuw 14 procent kleiner tot 159 miljard euro, tegen 650 miljard eind 2008. Later dit jaar gaat er door de verkoop van de Duitse dochter DKD nog eens 24 miljard af. De snelle krimp duwt Dexia in de rode cijfers (zie tabel). De verliezen wegen op de kapitaalbuffer, maar met ruim 8 miljard euro biedt die nog wat marge.

'Het zal alleen maar moeilijker en duurder worden om de balans verder af te bouwen', waarschuwt Devriendt. Toch wil hij zo snel en zo verantwoord mogelijk doorgaan omdat de regels volgens hem strenger zullen worden, waardoor de financiële ademruimte om verliezen op te vangen kleiner wordt. Devriendt denkt, met de verwachte evolutie van de regelgeving in het achterhoofd, het huidige tempo nog drie à vier jaar te kunnen aanhouden. Al geeft hij toe dat het moeilijk is verder te kijken dan 2021.

Het wordt een ander plaatje als Dexia zijn banklicentie inlevert. Dan ontstaat het risico dat de Dexia-schulden meetellen voor de berekening van de overheidsschuld van België en Frankrijk. Daarover hebben de twee landen nog geen knopen doorgehakt. 'Het dossier ligt niet bovenaan op de stapel. Tegelijk is het geen taboe. Ik hoef het vandaag niet te weten, maar het duurt het best ook geen vijf jaar meer. De Europese Centrale Bank wil daarover duidelijkheid. Daarbij komt dat het moeilijker en moeilijker wordt om een bank te zijn', zegt Devriendt.

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect