Breien voor de catwalk

Wim en Ludo Cousy in hun atelier in Zottegem: 'Een versleten Chanel-effect, leg dat maar eens uit in China.' ©Jonas Roosens

Cousy is een goed bewaard geheim in modekringen. De broers Ludo en Wim Cousy, 63 en 61, maken al jaren breigoed voor grote namen als Dries Van Noten, Haider Ackermann en Paul Smith. 'Niemand anders wilde wollen badpakken of sandalen breien voor die creatievelingen.'

Een oprit afgezoomd met rode stokrozen, marmeren tegels op de vloer, bruin behang en een ingelijste kopie van het 19de-eeuwse Franse magazine La Mode Illustré aan de muur. Je zou Cousy op het industrieterrein in Zottegem zo voorbijrijden. Maar de namen op de mapjes in de vergaderzaal zijn die van de fine fleur in de mode-industrie. 'We zijn er toevallig ingerold.'

Zestig jaar geleden was Cousy nochtans geen uitzondering. Zottegem barstte van de textielbedrijven die zich specialiseerden in breigoed. Bedrijven als Schockaert-Smeets, The Sanitary Underwear Company, Cantaert en Jumo Moreels telden samen honderden werknemers.

'Mijn ouders zijn in 1951 begonnen met één breimachine om kindertruien te maken voor de Nederlandse markt', zegt Ludo. 'Het waren gouden jaren. Ze konden de vraag niet bijhouden en moesten al snel verhuizen naar een groter atelier. Het bedrijf telde in geen tijd vijftig werknemers.'

Maar in 1970, de periode dat Ludo en Wim in de zaak stapten, sloeg de crisis keihard toe. 'Ik herinner me nog dat de verkoper in Nederland, met wie mijn ouders al twintig jaar samenwerkten, kurkdroog zei dat niemand de truien nog wilde. Wegens te duur.' De tricotproductie verschoof eerst naar Zuid-Europa, dan naar Oost-Europa en uiteindelijk naar Azië.

Programmeurs

De gouden jaren kwamen niet terug. Maar het familiale breigoedbedrijf overleefde, als een van de weinige in België. In 2012 deed het laatste grote breibedrijf in Zottegem, Cantaert, de boeken toe. Decca, een andere overlever, specialiseerde zich jaren geleden in sportkledij.

'Wij hebben het eerst geprobeerd in België met ons eigen merk, daarna met private label', zegt Ludo. 'Tot een klant me begin jaren negentig vertelde over Dries Van Noten, een van de Antwerpse zes. Ik heb hem meteen gebeld.'

Intussen heet Dries Van Noten hier gewoon Dries en heeft Cousy contacten met ontwerpers die menig fashionista jaloers doet smelten. Al blijven ze er bij Cousy erg nuchter bij. Een oversized grijze trui met papieren etiketje 'Kanie West' erop blijkt een stuk van het hiphopfenomeen Kanye West. Niet de naam, wel de trui telt hier.

'Kijk, hier begint het allemaal', zegt Ludo enthousiast terwijl hij een deur openzwaait. We verwachten een ruimte met paspoppen en garen, maar krijgen een zaaltje met computers. Zes van de 35 werknemers van Cousy zijn programmeurs. Hun taak? Schetsen van ontwerpers omzetten naar een programma voor de breimachines. 'Sommige designers zijn niet technisch onderlegd en maken enkel een tekening of zelfs sfeerbeschrijving. Het is aan ons om dat technisch te vertalen', zegt Cousy.

Aan een paspop hangt een half afgewerkt geometrisch badpak. Op tafel ligt een truitje met een opvallende print in blauw-wit, gebaseerd op Portugese tegels. Er ligt zelfs een deel van een gebreide sandaal. 'Meer dan één collega van vroeger verklaarde ons gek. En we zuchten ook wel eens als iemand om een wollen badpak vraagt', zegt Ludo. 'Maar ik vind het interessant. Grote volumes maken tegen scherpe prijzen, daar waren we nooit echt goed in. Nu mogen we experimenteren. En het is leuk om met die jonge creatievelingen samen te werken.'

Zodra de programma's klaar zijn, worden de eerste prototypes geproduceerd. Cousy heeft 23 breimachines, een pak meer dan enkele jaren geleden. Toch wordt voor extra capaciteit geregeld een beroep gedaan op onderaannemers in Azië. 'Het is een sector met pieken en dalen. Als de collecties in productie gaan, moeten ze heel snel klaar zijn. Maar daarna valt het weer stil.'

Ludo en Wim vrezen geen volledige delokalisatie naar Azië. 'Raf Simons vroeg hier eens een brei die eruit moest zien als een ziekte. Iemand anders wilde een 'versleten Chanel-effect'. Zoiets krijg je niet uitgelegd in China. Je hebt prototypes nodig. Bovendien kunnen jongere ontwerpers met hun kleine collecties niet in Azië terecht. We zullen wel steeds meer evolueren naar een sample room.'

Verbeelding

Cousy heeft de textielcrisis dan wel overleefd, de uitdagingen blijven. 'In 2013 boekten we ongeveer 3 miljoen euro omzet, met een bescheiden winst', zegt Wim. 'Sinds het uitbreken van de economische crisis bestellen de klanten kleinere volumes. Daarbij staan ook de prijzen onder druk.'

Al ligt dé uitdaging misschien nog bij het vinden van werknemers. 'Er zijn geen geschikte opleidingen meer in België en de textielindustrie heeft een negatief imago', zucht Ludo. 'Een van onze programmeurs heeft al zeker bij vier bedrijven gewerkt. Allemaal failliet of gestopt.'

Dat er toch een relatief jong team achter Cousy zit, heeft volgens de broers veel te maken met het ontwerperscliënteel. 'Het spreekt tot de verbeelding als je in de krant de defilés in Parijs ziet en kan zeggen: 'Dat heb ik gemaakt.''

Opgericht in 1951 door André Cousy. Tot 1970 produceerde het bedrijf kinderkleding onder eigen merk voor de Nederlandse markt.

Vandaag produceert Cousy prêt-a-porter-collecties van ontwerpers en modehuizen

Omzet: 2,97 miljoen euro.

Werknemers: 35.

Klanten: Ann Demeulemeester, Paul Smith, Carolin Lerch, Peter Pilotto en AF Vandevorst. Sinds kort loopt ook een samenwerking met het textielbedrijf Sioen voor de ontwikkeling van een nieuwe soort beschermkledij.

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect