Dans doorbreekt stilte van 'Pelléas et Mélisande'

De radicale scenografie dwingt de toeschouwer een standpunt in te nemen. ©Rahi Rezvani

Er zijn van die operaproducties die je gezien moet hebben omdat ze voor een radicaal nieuwe lezing van het werk staan. Goed of slecht, het maakt niet uit. 'Pelléas et Mélisande' van Claude Debussy bij Opera Vlaanderen is daar het ideale voorbeeld van.

Het stond in de sterren geschreven dat de nieuwe 'Pelléas et Mélisande' bij Opera Vlaanderen geen gewone productie zou worden. Gewoon staat niet in het woordenboek van het triumviraat dat het concept en de regie van de opera bedacht: Sidi Larbi Cherkaoui, Damien Jalet en Marina Abramovic, de wereld- beroemde Servische performance-kunstenares. 'Pelléas et Mélisande' is ook een opera die alle mogelijkheden biedt om total loss te gaan. Het werk uit 1902 is een muzikale vertaling van het gelijknamige boek van Maurice Maeterlinck, een van de boegbeelden van het literaire symbolisme. Het gaat er niet zozeer om op het podium uit te beelden wat het verhaal vertelt. Het is eerder een spel van interpretatie en invulling.

Debussy, zelf een muzikale symbolist die liever naar de optimale klanksfeer zocht dan naar de juiste noot, interpreteerde het boek naar zijn eigen smaak. Bij hem staat de stilte centraal. Hij zette zich daarmee af tegen zijn Duitse collega Richard Wagner, die de opera in de tweede helft van de 19de eeuw domineerde. Tegenover de Wagneriaanse muzikale krachtpatserij zette Debussy in 'Pelléas et Mélisande' muzikale verstilling. Dat is voor alle duidelijkheid niet hetzelfde als eenvoud. De muziek is complex, maar ontdaan van alle tierelantijntjes en effectbejag. Niet het soort opera waarvan je de deuntjes na afloop vrolijk meefluit. Soms loert de verveling zelfs om de hoek.

Gelukkig heb je daar in Antwerpen geen last van. Alle registers worden opengetrokken. Waarschijnlijk zou Debussy met open mond naar zijn opera zitten kijken. Misschien zou hij denken: is dat visueel niet te luid? Maar allicht zou hij zich overgeven aan de scenografische rijkdom van de productie.

Het verhaal draait om de mysterieuze Mélisande, die vanuit het niets in het rijk van Allemonde terechtkomt. Prins Golaud vindt haar en wordt prompt verliefd. Ze trouwen, maar dan begint Mélisande een relatie met Golauds halfbroer Pelléas. En zoals dat wel eens vaker gaat in de opera, moeten de twee tortelduiven hun relatie met de dood bekopen.

Het boek en de opera overstijgen het liefdesverhaaltje, zeker in de nieuwe productie. De opera gaat over spiritualiteit, over de cosmos, over omgaan met gevoelens, over het ontstaan van het leven.

Regelmatig krijg je beelden van het heelal te zien. Sterren en sterrennevels, opgenomen door de ruimtetelescoop Hubble. Ze worden in een grote ring geprojecteerd. De kring van het leven, extra geaccentueerd door een oog dat je aankijkt, of kijk je naar jezelf? De ring speelt in het verhaal een belangrijke rol. Misschien had dat parallellisme wat subtieler gekund. Maar het zijn plaatjes om in te kaderen.

Op het grote, donkere podium wisselen grote kristallen zuilen elkaar af, een van de dada's van Abramovic. Kristallen zijn zo oud als het heelal en bevatten de bouwstenen van het leven. Het is nog een verwijzing naar de universaliteit van het boek en de opera.

De grote innovatie van de productie is de introductie van zes mannelijke dansers die het verhaal voortstuwen. Zelden zagen we zoveel sixpacks op een podium. De samensmelting van opera en ballet is niet nieuw. Anne Teresa De Keersmaeker deed het vorig jaar in de Opera van Parijs nog met haar versie van Mozarts 'Cosi fan tutte'. Toen vormde de opera en de dans een prachtige symbiose. Dat is bij 'Pélleas et Mélisande' lang niet altijd het geval. Na een tijdje borrelt de vraag op: waarom doen de dansers al die moeite? En vooral: wat brengt het op? Het ware genie schuilt in de dosering en daar ontbreekt het soms aan.

Dat valt vooral op in het tweede deel, als de focus zich grotendeels naar de hoofdrolspelers verlegt, verrukkelijk aangekleed door de Nederlandse ontwerpster Iris van Herpen. Dan voel je plots wat Debussy bedoelde met een opera van de stilte. Ingehouden zang tegen een orkestrale achtergrond waar geen noot overbodig is. Als de dansers minder afleiden, blijkt wie de echte sterren van de opera zijn: het orkest en de zangers. Die zijn bijzonder goed.

'Pélleas et Mélisande' is een opera die niemand onverschillig laat. Je wordt door de radicale scenografie gedwongen een standpunt in te nemen. Het applaus van het publiek na de première was symbolisch. De ene bleef zuinigjes op zijn stoel, zitten, voor de andere was de voorstelling een staande ovatie waard.

De Franse componist Claude Debussy (1862-1918) was aan het einde van de 19de eeuw een van de vernieuwers van de klassieke muziek. De vernieuwing ligt vooral in de complexiteit van zijn muziek. De ritmes zijn ingewikkeld, het aantal muzikale stemmen is soms bijna niet bij te houden. Hij werkte op een heel nieuwe manier met akkoorden. De vernieuwing heeft de schoonheid van zijn muziek nooit in de weg gestaan.

'Pelléas et Mélisande' loopt tot 13 februari in Antwerpen. Daarna tot 4 maart in Gent.

www.operaballet.be

Gesponsorde inhoud

Partner content