De Khartoem-afspraak

De EU sloot in de grootste discretie akkoorden met het regime van de Soedanese oorlogsmisdadiger Omar al-Bashir. Ogenschijnlijk gaat het om de strijd tegen de mensenhandel. In werkelijkheid worden de beulen van de dictator ingeschakeld om de vluchtelingenstroom richting Europa af te remmen.

Maakt het nog uit of de teruggestuurde Soedanezen inderdaad werden gefolterd? Wie het Wetstraatgekakel van de jongste dagen observeerde, kreeg niet die indruk. De oppositie heeft nu een breekijzer in handen om de zo al verdeelde federale meerderheid definitief te splijten. Het lot van de onfortuinlijke Soedanezen lijkt ondergeschikt aan de bewering dat staatssecretaris van Asiel en Migratie Theo Francken (N-VA) de volksvertegenwoordigers zou hebben belogen over het al dan niet opschorten van de repatriëringsvluchten. De meerderheid verzeilde als gevolg van de soms botte communicatie van de staatssecretaris in overlevingsmodus. Toch wil op de N-VA na geen van de coalitiepartijen naar vervroegde verkiezingen met de vluchtelingenkwestie als verkiezingsthema.

De liberale MR, de partij van premier Charles Michel, zit als enige Franstalige regeringspartij met een bijzonder pijnlijk imagoprobleem. Dagelijks wordt de indruk aangedikt dat de federale regering niet langer door premier Michel maar vanop het Schoon Verdiep van het Antwerpse stadhuis wordt geleid. Die indruk rees eerder al nadat Bart De Wever met de N-VA het energiepact had doen kapseizen. De Soedanaffaire versterkt dat beeld. Dat zou ook bij de N-VA tot nadenken moeten stemmen. Zelfs de grootste coalitiepartij moet er rekening mee houden dat een slinger altijd terugkeert, en dat na de volgende verkiezingen een nieuwe regering moet worden gevormd.

In Michels MR groeit in elk geval de ergernis over het eigenzinnige N-VA-optreden. Volgens het MR-Europarlementslid Gérard Deprez, in een vorig leven voorzitter van de christendemocratische PSC, bereikte Francken met het terugsturen van de Soedanezen de deontologische tolerantiegrens. Eerder al had Hervé Hasquin het terugsturen van gevluchte Soedanezen na screening door Soedanese veiligheidsagenten vergeleken met de aanpak van het Franse Vichy-regime, dat jacht maakte op Joden om ze dan naar nazi-Duitsland te sturen. Een vergelijking die hard aantikte. Hasquin was medestichter van de Parti Réformateur Libéral (PRL), de voorloper van de MR, en geniet als gewezen ULB-rector en grootmeester van het Grootoosten in de liberale familie de status van een geestelijke leider.

Deprez zat met zijn uitspraken helemaal op de Hasquin-lijn en die van gewezen Open VLD-voorzitter en voormalig Eurocommissaris Karel De Gucht, die eerder al aandrong op het ontslag van Francken. Volgens Deprez kan men zich niet verschuilen achter het excuus dat andere Europese landen hetzelfde doen. Krachtig uithalend besloot hij: 'Met de diensten van een dictatuur werk je niet samen.' Een aanbevelenswaardige opstelling, ware het niet dat Deprez als Europees Parlementslid niet dezelfde krachtige oppositie aan de dag legde toen in november 2014 tijdens een Europese ministeriële bijeenkomst in Rome het zogenaamde Khartoum Process werd geïnitieerd.

Van Deprez of van leden van de federale oppositie werd evenmin iets vernomen na de Europees-Afrikaanse top over migratie in de Maltese hoofdstad Valletta in november 2015, waar de afspraken werden bestendigd. Alle Europese kopstukken waren aanwezig in Valletta, van president Donald Tusk tot Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker en toenmalig voorzitter van het Europees Parlement Martin Schulz, vandaag de hoeder van de Duitse sociaaldemocraten. Zij waren er samen met de vertegenwoordigers van de 28 EU-lidstaten, onder wie premier Michel, en van de betrokken Afrikaanse landen. De slotverklaring van die top werd opgesteld in het gebruikelijke wollige diplomatieke jargon, bedekt met wat verbale slagroom over democratie en mensenrechten en respect voor internationale conventies.

Het uitgewerkte actieplan was al wat duidelijker over de samenwerking van de EU met de betrokken Afrikaanse landen, waaronder Soedan en Eritrea, twee parels aan de kroon van de democratie. Hier was al sprake van 'ondersteuning van de politie en het gerecht in die landen in de strijd tegen ongeregelde migratie en mensensmokkel'. En daarmee kwam de kat op de koord. Want al draait de Khartoem-afspraak ogenschijnlijk rond de strijd tegen mensenhandel, in werkelijkheid worden de beulen van het regime van de Soedanese oorlogsmisdadiger Omar al-Bashir ingeschakeld en betaald om de migratiegolf richting Europa af te remmen.

Geen beletsel

In geen enkele tekst van de Khartoem-afspraak wordt erop gewezen dat de regimes in Eritrea en Soedan de oorzaak zijn van de ongeregelde migratie. Human Rights Watch meldde nochtans dat het al-Bashir-regime samenwerkt met criminele netwerken en dat de Soedanese politie en militairen zakendoen met lokale mensensmokkelaars.

Het was dan ook geen toeval dat nagenoeg 47 procent van de vluchtelingen in de kampementen rond Calais uit dat land kwamen. Toch kreeg Soedan na de top in Valletta meteen 100 miljoen euro gespreid over drie jaar om de samenwerking te smeren, met daarbovenop nog eens 46 miljoen als financiering van wat officieel Border Migration Management heet. Dat grensmanagement komt neer op versterkte grenscontroles, de uitbouw van opvangkampen, de levering van technische uitrusting en de opleiding van de grenspolitie. Dat de Soedanese grensbewaking in handen is van de Arabische Janjawid-militie, die al massale slachtingen aanrichtte onder de zwarte Afrikaanse boerenbevolking in Darfoer en andere landstreken, lijkt voor de bollebozen van de EU geen beletsel.

In totaal kreeg het regime van al-Bashir, dat volgens de Verenigde Naties en Amnesty International niet aarzelde chemische wapens tegen zijn eigen bevolking in te zetten, al voor zo'n 250 miljoen euro uit de Europese koffers toegeschoven. Sinds de samenwerking met de EU van kracht werd, is de brutaliteit van het Soedanese regime alleen maar toegenomen. Vooral Eritrese en Ethiopische vluchtelingen op weg naar Libië zijn er het slachtoffer van.

Vergeleken met de Khartoem-afspraak is de vluchtelingendeal van de EU met Turkije een toonbeeld van politiek fatsoen. Dat beseffen ze kennelijk ook bij de Europese Commissie. Vorig jaar meldde Der Spiegel dat de 28 permanente vertegenwoordigers bij de EU hadden afgesproken absolute discretie te bewaren over de akkoorden gesloten met onder meer Soedan. 'Omdat de reputatie van de EU op het spel staat', vernam het Duitse weekblad uit de mond van een staflid van de Hoge Vertegenwoordiger van de Unie voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid Federica Mogherini. Die vrees is niet onterecht. De afgelopen jaren deed de EU nooit een poging om de monsterachtige regimes in de Hoorn van Afrika, zoals dat van al-Bashir in Soedan, te isoleren.

Ook het Europees Parlement wordt met deze kwestie tot zijn ware, onbeduidende proportie herleid. De fractieleiders van de grote politieke families in het parlement hebben op geen enkel moment de Europese Commissie of de Europese Raad tot de orde geroepen, laat staan ze voor hun verpletterende verantwoordelijkheid geplaatst in het vluchtelingendrama dat heel Europa treft. Zelfs het bericht in Der Spiegel was geen aanleiding om de volledige klaarheid te eisen over de Khartoem-afspraak, waarbij Europa zijn verantwoordelijkheid doorverkocht aan een oorlogsmisdadiger. De federale regering heeft dat allemaal goedgekeurd en het federale parlement, dat nu plots de spieren rolt, heeft geen vragen gesteld.

* Paleis der Natie is de wekelijkse opiniebijdrage van Rik Van Cauwelaert voor De Tijd.

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content