De recyclageheld van Janssen Pharma

©Wouter Van Vooren

De Belgische kmo De Neef Chemical Processing helpt de Amerikaanse farmagigant Janssen Pharmaceutica medicijnen te maken met gerecycleerde solventen. Een wereldprimeur. Ook andere farmareuzen zijn geïnteresseerd.

'In 1972 ben ik in Antwerpen begonnen met het maken van kunstharsen voor de bouw. Polyesters en epoxyharsen voor waterdichting en betonreparatie. Aan de Ossenmarkt. Ik werkte er samen met Vic Swerts, die later Soudal oprichtte. We zijn samen begonnen en hebben samen de miserie gekend om maandelijks onze facturen af te betalen.'

Herman De Neef vertelt het met twinkelende ogen en wat spot in zijn stem. Hij is 74, maar nog heel dynamisch en ambitieus. Als eigenaar van het kleine chemische bedrijf De Neef Chemical Processing sloot hij eind vorig jaar - na vier jaar ontwikkeling, labeur en ultrastrenge regelgeving - een werelddeal met het grote Janssen Pharmaceutica. In het project kunnen solventen of oplosmiddelen die Janssen gebruikt voor de productie van canagliflozin - het actieve bestanddeel voor het diabetesmedicijn Invokana - na recyclage opnieuw gebruikt worden in het productieproces. Circulaire economie in de farmasector. Een wereldprimeur.

'Het heeft vier jaar geduurd voor alles in orde was', zegt De Neef. 'Ontwikkeling, proeven, tests, bemonstering. Het hele proces moest ook de goedkeuring krijgen van de Amerikaanse Food and Drug Administration. Wat we doen, is compleet nieuw: een gerecycleerd product opnieuw gebruiken in een medicijn. Noch Janssen noch de FDA kan zich permitteren dat er iets misloopt.' Recyclage wordt in de farmasector sowieso met argusogen bekeken. Geen enkel bedrijf geeft graag toe dat een patiënt een medicijn krijgt met gerecycleerde grondstoffen.

Concreet recupereert De Neef na het productieproces de twee oplosmiddelen die Janssen met de moleculen van zijn medicijn vermengt - tolueen en isopropanol - en brengt die met vrachtwagens naar zijn site in Kallo. Daar worden de solventen gezuiverd in een nieuwe distillatietoren. Daarna gaan ze terug naar Janssen, dat ze opnieuw gebruikt. Het volumeverlies is zeer gering. Janssen kan de gezuiverde solventen - heel belangrijk - ook gebruiken voor andere medicijnen.

'Ook onze trucks hebben we zelf ontworpen', zegt De Neef. Ze hebben drie compartimenten, twee voor het vervuilde spul, een voor het gezuiverde. Zo rijden ze nooit leeg. 'Wat we doen, is pionierswerk. Ik ben zo fier dat we alles zelf hebben gefinancierd. Een investering van 11 miljoen euro is veel voor een kleine kmo. Ook trots omdat het grote Janssen ons in zijn brochures wereldwijd als partner in het verhaal vermeldt. Ook voor hen is het project een paradepaardje.' Volgens De Neef reduceert het circulaire verhaal de CO2-uitstoot jaarlijks met 'duizenden tonnen'.

Vertrouwen

Of nog andere fabrieken van de groep in aanmerking komen voor het solventenproject? De Neef: 'Janssen Geel was de baanbreker. Binnenkort gaan we naar een fabriek in Ierland. Het spreekt voor zich dat we dit succesverhaal ook gaan promoten bij andere farmabedrijven, de Pfizers en BASF's van deze wereld. Het is een enorme referentie als je het vertrouwen krijgt van een van de grootste farmaspelers ter wereld.'

Voor De Neef is het niet de eerste keer dat hij zoiets meemaakt. Hij verwijst naar zijn eerste business: waterdichting en epoxy's voor de bouw. Die divisie met drie fabrieken verkocht hij in 2011, toen ze 50 miljoen euro omzet haalde, voor veel geld - hoeveel wil hij niet zeggen - aan het Amerikaanse chemiebedrijf Grace. Ook daar was een grote referentie doorslaggevend voor het verdere succes van zijn product. En ook toen toonde De Neef zijn verbetenheid en geloof in eigen kunnen.

'Toen we verkochten, werd ons bouwproduct gebruikt in 30 procent van alle metrotunnels. Het was bekend van Kashmir tot Venezuela dankzij een lucky shot eind jaren zeventig in de premetro in Antwerpen. Toen ze in de Pelikaanstraat de metro uitgroeven, was er plots een waterbreuk. Na veel geëxperimenteer konden we het dichten met ons polyurethaan. Daar hebben we onze stiel geleerd. Toen zich in Keulen een gelijkaardig probleem voordeed, verwees het Zwitsere ingenieursbureau dat het project in Antwerpen had opgevolgd naar ons. We waren toen nog klein. Ik moest dan als snotneus voor de Vorstand (raad van bestuur, red.) komen, maar ze wimpelden me af. Antwerpen was geen referentie. Ik heb toen gezegd: 'Geef me drie dagen om te bewijzen dat mijn systeem werkt. No cure no pay.' Het werkte en gelukkig had ik een goede prijs bedongen.'

Het was het begin van een internationale doorbraak. Strabag, waar De Neef voor werkte, was wereldwijd actief. 'Ze noemden mij op een bepaald moment de kleine tovenaar, de Red Adair van het water. Je kent die toch? Die Amerikaan in rood kostuum die overal werd opgeroepen om onblusbare oliebranden te blussen. Adair is mijn voorbeeld. Hij had niet alleen een systeem en een techniek, maar wist ook perfect hoe het toe te passen. Je weet toch hoe hij op zijn idee kwam? Toen hij een sigaret aanstak met een lucifer en die al zwaaiend wilde uitdoven, lukte het niet. Toen hij blies, ging het vuur wel uit. Dat bracht hem op het idee om dicht bij grote branden gecontroleerde ontploffingen met dynamiet uit te voeren zodat de zuurstof en dus ook de vlam verdween. Het werkte.'

Of hij zich nu een beetje de Red Adair van de circulaire economie in de farma voelt? De Neef grinnikt: 'We sparen grondstoffen en hergebruiken ze. We laten iets hergeboren worden.'

Waarom hij zijn bouwafdeling verkocht aan Grace? 'Ik was het beu en er kwam te veel concurrentie. Ik wilde het geld niet in Pairi Daiza, Durbuy of Anderlecht stoppen. En ik vis niet graag (lacht). De Neef Chemical Processing is mijn dada geworden. Ik heb negen kleinkinderen. Ik wil het bedrijf laten groeien. Ik wil ook dat het in de familie blijft. Nu boeken we met 45 mensen 12 miljoen euro omzet, over drie jaar wil ik naar 20 miljoen. Ik vind het een prachtig project, met een pracht van een resultaat. Op mijn leeftijd mag ik filosofisch zijn hé? Moeten we de natuur niet teruggeven aan onze kinderen en kleinkinderen zoals we ze gekregen hebben?'

Herman De Neef mag gerust een van de pioniers worden genoemd van wat nu algemeen bekendstaat als circulaire economie. Recyclage was al heel vroeg een van zijn stokpaardjes. Een, omdat hij bezig was met het milieu, twee, omdat er geld mee te verdienen viel.

De Neef begon zijn carrière als jonge ingenieur scheikunde bij de beroepsvereniging van verven. In het leger werkte hij in het labo van de militaire school. 'Daar werden alle verven en coatings getest. Heel plezant, allemaal 'boefers' en slechts twaalf miliciens die konden lezen en schrijven. Aan mij, soldaat-milicien De Neef, vroegen ze dan om rapporten te maken. Daarna ben ik zelf beginnen te mengen.'

In 1972 begon hij in Antwerpen met het maken van kunstharsen voor de bouw. Later verhuisde hij naar Boechout. 'Ik kocht vaten polyester van 200 liter - Shell kwam ze leveren op mijn oprit - voegde er bij wijze van spreken peper en zout bij zoals een kok, en roerde en mengde de chemicaliën tot ik een mengsel had om muren waterdicht te maken en door zuur aangetast beton te repareren. Het labo was de keuken van mijn vrouw.'

Maar algauw moest De Neef weg uit Boechout. 'Je bent een klein chemisch bedrijf', kreeg hij te horen. Ja, maar ik wil groot worden, antwoordde hij laconiek. De gemeente dwong hem naar een industriepark te verhuizen. Giftige chemicaliën mengen in een woonwijk was te gevaarlijk. In 1976 kocht hij een stuk grond in de industriewijk van Heist-op-den-Berg. Daar deed hij hetzelfde, maar iets groter. Zijn mastiek van polyesterhars werd gebruikt voor speciale epoxyvloeren voor de chemie, de voeding, de farmacie en de brouwerijwereld omdat ze stofvrij en chemisch resistent waren. 'Ik heb heel veel voor Stella gewerkt.'

Om zijn polyester smeerbaar te maken gebruikte De Neef veel solventen, oplosmiddelen, bijvoorbeeld white spirit, een solvent dat wordt gebruikt in verven en coatings. 'Het was de tijd van de grote milieuschandalen', zegt De Neef. 'Overal werd chemisch afval massaal gedumpt of verbrand. Op de Antwerpse Hooge Maey, in Feluy, in de serres van Sint-Katelijne. Het was de periode dat mensen hun verfborstel met thinner reinigden en daarna de afvalbrij met alle giftige metalen zoals zink en cadmium in de goot kapten. Bedrijven deden hetzelfde, maar dan op grote schaal. Geen haan die er naar kraaide. Tot de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM) werd opgericht en alles werd gereglementeerd. Toen heb ik gezegd: potverdikke, ik ga die thinner opnieuw zuiveren en distilleren.'

Visionair

De grote autofabrikanten - Renault Vilvoorde, Opel Antwerpen, Ford Genk - werden klant. De Neef nam de vuile thinner af die ze hadden gebruikt voor het spoelen van hun verfleidingen - dat gebeurde na elke verandering van kleur - zuiverde hem en bracht hem terug naar de fabriek. 'It's a waste to waste your waste', was zijn slogan. Nu klinkt dat alledaags, maar in 1977 was het visionair.

'Afval tot iets bruikbaars maken was totaal nieuw. Voor OVAM bestond, gingen bij Ford Genk honderden tonnen thinner de deur uit om te worden vermengd met de zware fuel in de bloemenserres. Het afval van solventen brandde goed en gaf veel warmte, maar alle zware metalen belandden wel in de lucht. Het waren mooie bloemen, gekweekt op vuiligheid.'

Na de auto-industrie kwam de cosmetica. De Neef ging solventen zoals aceton - 'je gebruikt geen nagellak zeker?' - recycleren voor de L'Oréals van deze wereld. Met verfijnde distillatietechnieken spitste hij zich toe op de recyclage van de duurdere solventen uit de chemie en de farmacie. 'Allemaal met eigen technologie,' zegt hij trots.

In 2000 bouwde De Neef een chemische site van distillatietorens in Kallo in de Antwerpse haven. In 2003 en 2007 begon hij voor twee farmabedrijven hun solventen te recycleren. Dankzij zijn goede onderzoeksafdeling en chemische expertise slaagde hij erin zijn gerecycleerde solventen zuiverder terug bij zijn klanten te krijgen. In 2013 zette hij samen met Janssen het project op om solventen te recycleren en opnieuw te gebruiken voor al hun medicijnen.

Pionier in circulaire economie

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect