Duitsers breken economische muur tussen oost en west mondjesmaat af

Een kwarteeuw na de val van de Berlijnse Muur hinkt de voormalige DDR nog altijd achterop. De kloof met het westen van Duitsland is moeilijk te dichten, ook al zijn er talloze lichtpuntjes.

'Om een land vol Duitsers om te vormen tot een derdewereldland is een wel heel bijzonder economisch systeem nodig', merkte de Amerikaanse satiricus P.J. O'Rourke ooit op na een bezoek aan de Duitse Democratische Republiek (DDR). Hij was verbijsterd door de economische ravage in Oost-Duitsland. Terwijl de West-Duitsers hun Wirtschaftswunder hadden beleefd, waren de Oost-Duitsers steeds verder de dieperik ingedreven. Alleen via wat creatief boekhouden konden de DDR-apparatsjiks hun land in de top tien van industrielanden smokkelen.

Uitgerekend op de 40ste verjaardag van de DDR, eind 1989, barstte de bom. Vanaf september kwamen de Oost-Duitsers massaal op straat om meer vrijheid te eisen, aangespoord door een politieke dooi elders in het Oostblok. 'Wir sind das Volk', was hun leuze. Het DDR-regime loste na lang aarzelen de teugels, ook al verliep dat niet helemaal volgens plan. Cruciaal was de mededeling op 9 november dat het verfoeide reisverbod per direct werd geschrapt. Dat leidde meteen tot een stormloop op de Berlijnse Muur. Dit weekend precies 25 jaar geleden viel dat symbool bij uitstek van de scheiding tussen oost en west.

Nog verrassender dan de val van de Muur was de snelle eenmaking van Duitsland. Op 3 oktober 1990, nog geen jaar later, smolten West- en Oost-Duitsland samen. Het was een triomf voor de West-Duitse kanselier Helmut Kohl, die daarvoor zware internationale weerstand had moeten overwinnen. Zelfs zijn Europese partners hadden 'ijzig' gereageerd op het idee van een hereniging, zoals Kohl later zei. Margaret Thatcher, de Britse premier, was als vanouds duidelijk: 'We hebben de Duitsers tweemaal verslagen en nu zijn ze daar weer.' Uiteindelijk haalde Kohl de buit toch binnen, maar behalve de Duitsers was niemand echt blij.

Dorre vlakte

Het grote vraagstuk was hoe de Oost-Duitse economie - geradbraakt na 40 jaar wanbeheer - de aansluiting kon maken met het westen. De kloof was enorm: in 1991 lag het bbp per capita in de ex-DDR bijvoorbeeld op een derde van dat in het westen. De arbeidsproductiviteit van de Oost-Duitsers bedroeg 35 procent van die van hun West-Duitse landgenoten. Kohls economisch adviseurs waarschuwden dat de hereniging het land dreigde te destabiliseren. Maar de bondskanselier bleef Oost-Indisch doof. De hereniging was voor hem altijd meer een politiek dan een economisch project geweest. En dat mocht dus wat kosten.

Met goedlachs enthousiasme kondigde Kohl aan dat in het oosten 'bloeiende landschappen' zouden ontstaan. Een kwarteeuw na de val van de Muur is die voorspelling niet helemaal uitgekomen. Een woestenij is de voormalige DDR niet meer, eerder een dorre vlakte met hier en daar een uit de kluiten gewassen oase. Enkele indicatoren geven een duidelijke remonte aan. Het bbp per capita is gestegen tot 67 procent van het westelijke peil. En de arbeidsproductiviteit ligt nu al op driekwart van die in de 'oude' deelstaten.

Maar de kloof is verre van gedicht. Een cruciaal probleem is de afwezigheid van grote bedrijven in de ex-DDR. Van alle Duitse bedrijven met meer dan 500 werknemers heeft amper 10 procent een vestiging in het oosten. En van de grootste 100 bedrijven van het land heeft geen enkel daar zijn hoofdkwartier. Het oosten is een regio van kleine zelfstandigen die onvoldoende arbeidsplaatsen creëren; de meeste grote bedrijven uit het communistisch tijdperk overleefden de overstap naar het kapitalisme niet.

Toch is het niet al kommer en kwel. De voorbije jaren hebben enkele grote bedrijven de weg naar het oosten gevonden. En Duitsland zou Duitsland niet zijn als de autofabrikanten daarbij niet het voortouw namen. En dus streken Porsche en BMW neer in Leipzig, opende Volkswagen een fabriek in Zwickau en trok Opel naar Eisenach. Het resultaat: duizenden arbeidsplaatsen, wat de werkloosheidsgraad naar beneden trok. Toch ligt het Oost-Duitse cijfer (10,3 pro-cent) nog altijd ruim 4 procentpunten boven het westelijke peil. Ter vergelijking: het record was een verschil van 10,1 procentpunten in 2001.

Kentering

De oostelijke deelstaten kampten, zeker in de eerste jaren, met een enorme uitstroom van vooral jongeren en hoogopgeleiden. Zowat 2 miljoen Ossies zochten de afgelopen kwarteeuw hun heil in het westen. Maar er is sprake van een kentering: Oost-Duitse steden als Leipzig en Dresden zijn tegenwoordig weer hip. Al toonde Hans-Werner Sinn, een gezaghebbende econoom en notoire brompot, zich onlangs sceptisch: 'De Oost-Duitse steden zijn prachtig gerenoveerd dankzij de vele subsidies en belastingvoordelen, maar wat ontbreekt zijn de jobs en de mensen.'

Niemand heeft ooit rekening gehouden met het scenario dat de Oost-Duitse economie zich op eigen kracht uit het moeras zou trekken. Maar de hoop dat de wederopbouw gefinancierd kon worden met de opbrengst van de privatisering van staatsbedrijven bleek ijdel. De Treuhandanstalt, die de verkoop coördineerde, loste de verwachtingen niet in. De Duitse regering maakte daarom sinds 1990 massa's geld vrij om het Oost-Duitse inhaalmanoeuvre te financieren. De schattingen lopen uiteen van 1.600 miljard tot 2.000 miljard euro. Nu nog betaalt de belastingbetaler elk jaar een solidariteitsbijdrage van 5,5 procent.

Het debat over de convergentie tussen oost en west komt neer op de vraag of het glas halfvol of halfleeg is. Voor de sceptici is het glas duidelijk halfleeg. Volgens hen heeft de regering miljarden gepompt in een bodemloze put. Structureel staat de ex-DDR er niet beter voor dan in 1989. Bovendien zijn er ook deelstaten in het westen die met economische problemen kampen. Zij vinden dat het oosten met te veel aandacht en geld gaat lopen.

Optimisten benadrukken op hun beurt dat er veel goed werk geleverd is en waarschuwen dat niet alles in een kwarteeuw kan worden rechtgetrokken. De eenmaking is een opdracht zonder voorgaande, vinden ze. En volgens hen groeien de vele oases onvermijdelijk aan zodat op lange termijn Kohls 'bloeiende landschap' toch werkelijkheid kan worden.

Berlijnse Muur

In augustus 1961 begon de DDR met de bouw van de Berlijnse Muur rond West-Berlijn.

Wat eerst een lichte afscheiding was, groeide door de jaren heen aan tot een 100 meter brede constructie met allerlei obstakels.

Bij ontsnappingspogingen vielen minstens 136 doden.

Na wekenlange straatprotesten besliste het DDR-regime op 9 november 1989 het reisverbod op te heffen. De val van de Muur was een feit.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content