'Er is te veel schroom voor competitie'

'Op school moet de focus altijd op leren liggen, en op de capaciteit tot leren', zegt Koen Seynaeve, de directeur van het Brugse Sint-Lodewijkscollege. ©Wouter Van Vooren

Wanneer uw kind deze week zijn rapport krijgt, is de kans groot dat u er geen klasgemiddelde op terugvindt. Leerlingen vergelijken bezorgt hen te veel stress, luidt het. Terwijl ze in Oostende de punten overboord gooiden, wordt de vergelijking in Brugge verdedigd. 'Er zijn nu eenmaal verschillen.'

Summa cum laude, magna cum laude, cum laude, cum fructu. Tien jaar geleden verliepen veel proclamaties in Vlaanderen volgens punten. Wie het beste scoorde, mocht als eerst naar voren komen. Leerlingen spraken er onderling niet over, maar iedereen deed wel zijn best om toch dat procentje meer te halen waardoor de directeur zijn of haar naam eerder zou afroepen dan die van jaargenoten.

Vandaag gaat zelfs het klassieke Sint- Lodewijkscollege in Brugge niet meer zover. 'We gaan competitie niet uit de weg, maar ik zet die ook niet in de verf', zegt directeur Koen Seynaeve. 'Punten zijn geen instrument om leerlingen te vernederen. Dat is wat gebeurt wanneer je leerlingen naar voren roept op basis van hun eindscore.'

Wanneer u deze week het kerstrapport van uw kind onder ogen krijgt, zal daar in veel gevallen geen klasgemiddelde op staan. Het gemeenschapsonderwijs (GO!) raadt scholen al langer aan geen gemiddelden of medianen te gebruiken. Klassen zijn volgens het GO! te willekeurig samengesteld en inhoudelijke feedback vindt de onderwijsverstrekker relevanter. Bovendien blijkt uit onderzoek van de onderwijsinspectie dat leerlingen zich beter voelen op school als ze minder met elkaar worden vergeleken.

Misschien gaat de school van uw kind nog een stapje verder en bevat het rapport zelfs helemaal geen cijfers. Het Ensorinstituut in Oostende deelde tien jaar lang rapporten uit zonder punten. Leerlingen kregen een rapport met een A, B, C of D.

Maar de letters vertaalden de inspanning van de leerlingen niet voldoende, zegt directeur Barbara Himpens. 'Een leerling die extra zijn best deed, werd daarvoor niet beloond. Normaal gezien zou hij of zij dan een zeven op tien in plaats van een vijf halen, maar in dat systeem bleef het bij een B. Leerlingen deden niet meer de moeite om beter te scoren, want een A was enkel weggelegd voor zij die eruit sprongen.'

Toen Himpens drie jaar geleden in Oostende directeur werd, kaartten zowel leerlingen als leerkrachten de pijnpunten in het evaluatiebeleid aan. 'Het systeem daagde de leerlingen te weinig uit', zegt Himpens. 'Nochtans zien we evaluatie als een middel om leerlingen te motiveren.'

Sinds 1 september maakt het Ensorinstituut daarom een onderscheid tussen kennis en attitude. Voor kennis en meetbare vaardigheden geven leerkrachten opnieuw punten. Voor niet-meetbare vaardigheden en attitude schrijft de school verwachtingen uit. Leerlingen zien via een schaal van een tot vier of ze die verwachtingen halen. Beide tellen mee voor het totaalcijfer van het vak.

'Binnen elke vakgroep spreken leerkrachten af waar ze het meest gewicht aan hechten', zegt Himpens. 'In een vak als wiskunde wordt meer gewicht aan kennis toegekend. In het derde jaar haarzorg bijvoorbeeld vinden we de kennis over de techniek belangrijk, terwijl in het laatste jaar de nadruk op het bredere verhaal ligt: kan een leerling zelfstandig een kapsel afwerken? Naast het eindresultaat zien de leerlingen ook altijd de mediaan voor dat vak zodat ze zich kunnen situeren tegenover hun medeleerlingen. Ook dat daagt hen uit om een extra inspanning te leveren.'

Dat is nodig, blijkt uit de internationale onderwijsvergelijking PISA. Leerlingen in Vlaanderen blijken het laagst van al te scoren op de motivatie om te presteren. Het gaat dan om vragen zoals: 'Hoe graag wil je de eerste van de klas zijn?'

Bid en werk

'We hebben te veel schroom voor competitie', zegt Seynaeve. Het Sint-Lodewijkscollege is een school met een rijke geschiedenis. In de hal prijkt het wapenschild met de kloosterregel van Benedictus: bid en werk. Hier ademt de Latijnse traditie, de nadruk op kennis en op klassieke vorming.

Seynaeve hecht veel belang aan evaluatie. 'Feedback stimuleert het leren. Een cijfer is een aanzet voor het geven van die feedback, maar dan moet het wel objectief zijn. Als een leerkracht kan vermijden dat zijn leerlingen dubbelen omdat hij verbaal sterk is op de klassenraad, is dat niet rechtvaardig tegenover andere leerlingen. De cijfers moeten vergelijkbaar zijn.'

Daarom werkte de studiedienst van het college een nieuw systeem uit. De examens in dezelfde richting hebben - los van de leerkracht - dezelfde moeilijkheidsgraad. 80 procent van het examen is gelijk. De rest bepaalt de individuele leerkracht. 'Leerkrachten zijn geen robots. Die eigen accenten zijn belangrijk voor de passie.'

Net als veel andere scholen werkt het Sint-Lodewijkscollege met een mediaan in plaats van met een gemiddelde om het effect van uitschieters te beperken. De mediaan die de Brugse leerlingen op hun rapport zien, is berekend voor alle leerlingen die dat vak volgen. 'Je hebt soms klassen die minder goed functioneren', zegt Seynaeve. 'Die dynamiek hoeft de mediaan niet te beïnvloeden.'

Hoe dan ook is een vergelijking volgens Seynaeve nodig. 'Er zijn nu eenmaal verschillen. Je moet erkennen dat niet elk kind voor alles is weggelegd. Soms liggen de talenten van een kind elders en cijfers kunnen daarop wijzen. Zo ontdekken leerlingen waar ze goed en minder goed in zijn. Ook ouders weten graag hoe hun kind het doet.'

Het is ook een manier om de lat hoog genoeg te leggen. De focus op welbevinden ergert Seynaeve. In Brugge ligt de nadruk op bildung, een brede vorming naar het idee van de Duitse geleerde Wilhelm von Humboldt. 'Natuurlijk moet de school een plaats zijn waar leerlingen graag komen. Maar de focus moet altijd op leren liggen, en op de capaciteit tot leren.'

'Hoe goed leerlingen presteren, hangt af van de verwachtingen', zegt ook Wouter Duyck, hoogleraar cognitieve psychologie aan de UGent. 'In ons onderwijs is een zesjescultuur ontstaan waarbij we al blij zijn wanneer iedereen over de lat springt. Het is ongelofelijk zorgwekkend dat de Vlaamse leerlingen zo weinig gemotiveerd zijn om hun best te doen.'

'De heilige schrik dat we onze kinderen te veel zouden belasten, is niet nodig. Als de motivatie zo laag ligt, is er niet bepaald een risico op burn-out bij scholieren. Hogere verwachtingen stimuleren leerlingen om het beter te doen en punten zijn een manier om die prestaties aanschouwelijk te maken. Kinderen moeten ook met die feedback en vergelijking leren omgaan, want ze zullen daar op de arbeidsmarkt hoe dan ook mee worden geconfronteerd.'

De internationale studie over begrijpend lezen was een belangrijke wake-upcall, meent Duyck. Daaruit bleek dat Vlaamse tienjarigen sterk achteruitboeren op vlak van leesvaardigheid. Wereldwijd ging het zelfs om de scherpste daling. Ook voor wiskunde waren er eerder al alarmsignalen waaruit blijkt dat de kennis bij 15-jarigen zakt. 'Er staan enkele knipperlichten op oranje', erkende ook Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V) in De Morgen. Een wake-upcall, noemde ze het zelfs. 'Ik ben een fan van meer ambitie op school. Misschien moeten we dat maar weer eens wat helderder durven uitspreken.'

'Die roep naar meer ambitie en excellentie is iets wat we in Vlaanderen al lang niet meer van een onderwijsminister hadden gehoord', zei Duyck. 'Jarenlang lag de focus op de kloof tussen de hoge en lage presteerders. Door de zorg voor de kwetsbaren ging er te weinig aandacht naar het leren. Daar doe je niemand een plezier mee. Een kenniseconomie vereist ambitieus onderwijs waarin leerprestaties cruciaal zijn. En daarvoor heb je punten nodig, geen bloemetjes en sterretjes in allerlei kleuren.'

Gesponsorde inhoud

Partner content