Frans Hals als lichtend voorbeeld

Frans Hals, 'Regentessen van het Oudemannenhuis'. ©René Gerritsen

In de tweede helft van de 19de eeuw zakte een rist moderne schilders af naar Haarlem. Ze wilden met eigen ogen hun held Frans Hals zien. Het Frans Hals Museum wijdt er een expo aan.

Frans Hals (Antwerpen 1582-Haarlem 1666) is niet meteen een schilder met een onberispelijke reputatie. Een klaploper en een dronkaard, zo ging hij vanaf de 18de eeuw de geschiedenis in. Vergeten waren de prachtige schilderijen die de tijdgenoot van Rubens uit zijn mouw had geschud. Ongewoon werden ze toen genoemd. Hals schilderde ruw en levendig. Alsof zijn figuren zo uit het doek konden stappen. Die stijl werd van 1700 tot 1850 niet meer geapprecieerd. Hals kwam in de kunstboeken te staan als te mijden, een 'slecht voorbeeld' voor jonge kunstenaars.

Maar de kunstwereld is grillig en hangt aan elkaar van toevalligheden. In 1862 werd op de bovenste verdieping van het stadhuis van Haarlem het Stedelijk Museum geopend. Een van de eerste bezoekers was de Franse politieke journalist Théophile Thoré-Bürger. Die had zich na de revolutie van 1848 moeten vestigen in Brussel, van waaruit hij vele kunstreizen maakte. Onder meer naar Haarlem. Daar viel zijn mond open toen hij de grote schutters- en regentenstukken van Frans Hals zag.

De journalist keerde een paar keer terug om zich in het werk van de Nederlandse barokschilder te verdiepen. Dat resulteerde in 1868 in twee artikels in het gezaghebbende Franse tijdschrift Gazette des Beaux-Arts. Met zwier beschreef hij de stijl en techniek van Hals, die hij vergeleek met de modernisering van de schilderkunst van de 19de eeuw. In één moeite door zuiverde hij Hals' naam als losbandig drankorgel.

De artikels van Thoré-Bürger werden gretig gelezen door de hedendaagse kunstenaars van de tweede helft van de 19de eeuw. Haarlem groeide uit tot een bedevaartsoord van de moderne en impressionistische kunstschilders. Aan die periode wijdt het Frans Hals Museum nu de expo 'Frans Hals en de Modernen'. Door het gebouw, een omgebouwd mannenrusthuis uit de 17de eeuw, slingert ze thematisch langs de zalen. Kunstwerken worden afgewisseld met interessante documenten zoals aanwezigheidslijsten en artikels.

Suggestie

Je hoeft maar met een half oog naar de schilderijen van Hals te kijken om de aantrekkingskracht voor de moderne schilders van de 19de eeuw te begrijpen. Hals schilderde met ruwe, duidelijk zichtbare verfstreken, die veel suggereerden in plaats van toonden. Dat was in de 17de eeuw erg ongewoon, maar twee eeuwen later werd het de standaard voor de vernieuwing. En dus zakten schilders af naar Haarlem om het werk van Hals te bestuderen.

De beste manier daarvoor was simpel: ­kopieën maken. Het waren niet de minste kunstenaars die zich daaraan waagden. Aan het begin van de expo hangt 'Malle Babbe' van Hals uit 1630/35 broederlijk naast de 'Malle Babbe' uit 1869 van de grote Gustave Courbet. Het is fascinerend te zien hoe Courbet echt een kopie maakte en geen interpretatie of hedendaagse invulling.

Ook de Franse impressionist Édouard Manet waagde zich aan Hals. Hij schilderde een miniatuurversie van 'Regentessen van het Oudemannenhuis', dat oorspronkelijk uit 1664 dateert. Manets versie is nog maar recentelijk in Italië boven water gekomen en aan hem toegeschreven. De Franse schilder was een grote fan van Hals. Hij dichtte hem de kwaliteiten van Diego Velázquez toe. 'Ik kan niet geloven dat Hals geen Spanjaard is', schreef hij in een brief.

Na de zuivere kopieën toont de tentoonstelling een reeks schilderijen en thema's die een grote inspiratiebron vormden voor de moderne schilders. Er hangen prachtige op Hals geïnspireerde portretten van onder meer de Duitse schilder Max Liebermann, de Amerikaan John Singer Sargent en de ­Nederlandse Thérèse Schwartze.

En dan was er nog Vincent van Gogh, die in Hals een gelijkgezinde zag. Net als de oude meester gebruikte Van Gogh kleur en de vrije penseelstreek om emoties in het portret weer te geven. Kijk op de expo naar 'Postbode Joseph Roulin' uit 1888 en je merkt zo wat Van Gogh van Hals leerde.

Een apart zaaltje is gewijd aan 'de kraag', zo typisch aan de schilderijen uit de 17de eeuw. 200 jaar later was de kraag helemaal terug in de kunst. Het leek wel of de schilders het erg geinig vonden de kraag opnieuw te schilderen. Maar het was meer dan een gimmick. De kraag was een dankbaar element om de virtuositeit in het schilderen van licht en schaduw af te beelden. Alsof de modernen aan Hals wilden zeggen: wij moeten voor u niet onderdoen.

'Frans Hals en de modernen' tot 24 februari in Frans Hals Museum, Haarlem.

www.franshalsmuseum.nl

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content