Google-topman vreest 'race tussen computer en mens'

©REUTERS

De topman van de technologiegigant Google maakt zich zorgen over... de impact van de technologie op de arbeidsmarkt. Onheilspellender wordt het niet. Toch?

'Het internet is een geschenk van God.' Het was paus Franciscus die het deze week - zeer opmerkelijk - liet optekenen. Nog opmerkelijker was een uitspraak van een van de grote internetpausen zelf. Eric Schmidt, de topman van Google, drukte donderdag op het Wereld Economisch Forum in Davos zijn bezorgdheid uit over de impact van automatisering op de werkgelegenheid. 'Het is een race tussen computers en mensen - en mensen moeten die winnen', zei Schmidt, die met Google in 2013 zelf verschillende roboticabedrijven overnam. Niettemin noemde hij het jobvraagstuk 'the defining one' voor de komende decennia.

De uitspraken van Schmidt echoën de toenemende wereldwijde onrust over een economische trend die zelfs met het blote oog zichtbaar is. Thuisbankieren maakt loket- bedienden overbodig, zelfscans de caissières. En daar zal het volgens experts niet bij blijven. Het McKinsey Global Institute stelde in een recent rapport dat automatiseringstools voor kenniswerk tussen nu en 2025 wereldwijd 'taken op zich kunnen nemen die gelijk zijn aan de output van 110 tot 140 miljoen voltijdse banen.'

Nieuw is de bezorgdheid over de automatisering niet. In 1995 schreef Jeremy Rifkin een boek met de veelzeggende titel 'The End of Work'. John Maynard Keynes waarschuwde al in 1931 voor 'technologische werkloosheid'. 'En enkele decennia eerder Karl Marx en Adam Smith', zegt Maarten Goos, hoogleraar economie aan de KU Leuven. 'Marx voorspelde opstanden. Smith was optimistischer: voor hem waren arbeid en technologie complementair. Ik zit op dezelfde lijn en de cijfers bevestigen dat. De IT-revolutie is in de jaren 80 begonnen. En wat zie je? De totale werkgelegenheid is blijven stijgen, ook nu nog. Jobs verdwijnen niet. Ze worden anders, maar daar kunnen we op inspelen, met opleiding en bijscholing.'

Goos doet al meer dan een decennium onderzoek naar de impact van de technologie op de arbeidsmarkt. Hij schreef er zijn doctoraat over aan de prestigieuze London School of Economics. Begin 2000 stelde hij al vast dat de IT-revolutie, samen met de globalisering, de middenklassejobs 'uitholde'. Hij bedacht er een term voor die intussen wereldwijd ingeburgerd is: 'arbeidsmarktpolarisatie'. Werkgelegenheid, zo stelde Goos vast, boomde in domeinen waar computers en robots de duimen bleven leggen tegen het menselijke vernuft. Bovenaan in de jobpiramide, maar verrassend vaak ook onderaan. 'Je kunt robots moeilijk leren bedrijven te managen, kamers op te ruimen of lekken op te sporen.' Alleen: die jobs - management en onderhoud - zitten aan de beide polen van de arbeidsmarkt. In zijn oorspronkelijke studie uit 2003 noemde Goos de ene 'lovely' en de andere 'lousy' jobs.

Toen hij zijn eerste artikelen publiceerde, was er 'scepsis', zegt hij. Dat het nu plots een hot topic is, verbaast hem niet. 'De crisis heeft de zaken op scherp gezet. Waar bedrijven dat konden, hebben ze dure werk- nemers vervangen door goedkopere computers.'

Eric Schmidt vergeleek de situatie van vandaag met de industriële revolutie. 'De ironie is', zegt Goos, 'dat de industriële revolutie precies de middenklassejobs creëerde die nu onder druk staan. Er ontstonden toen grote bedrijven die niet alleen arbeiders nodig hadden, maar ook machine-operatoren. En secretaresses en boekhouders, voor de administratie. Precies die jobs worden nu in toenemende mate geautomatiseerd, door steeds slimmere technologie. Dat veroorzaakt schokken. Een landbouwer die in de 19de eeuw fabrieksarbeider werd, moest een mechanische machine leren bedienen. Dat kon snel. Een kenniswerker wiens job geautomatiseerd wordt, school je niet zomaar in één, twee, drie om.'

De 'race tussen computers en mensen', waarover Schmidt het in Davos had, was enkele jaren geleden het thema van het invloedrijke boek 'Race Against the Machine'. Vorige week verscheen daarop een vervolg: 'The Second Machine Age'. Een interview met een van de auteurs vindt u op pagina 48.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect