Knak... knak-knak... knak

De column die alle hoeken van de wetenschap verkent.

Het is beslist een van de betere kleine pleziertjes in het leven. Of een van de vervelende kleine ergernissen - het hangt ervan of u dader bent of toehoorder. Ik heb het over het doen kraken van je vingers.

Omdat wetenschap niet alleen over de oorsprong van tijd en ruimte en andere hoogstaande zaken hoeft te gaan, is het fenomeen van de knakkende vingers al sinds zowat een eeuw onderwerp van heuse research.

Behalve veel gekraak, en ongetwijfeld veel ergernis, heeft dat onderzoek ook al verrassend veel controverse opgeleverd. Dat het kraakgeluid niets te maken heeft met over elkaar schrapende botten is al lang geleden duidelijk geworden. Het moet wel iets te maken hebben met de vloeistof die zich in de gewrichten bevindt en met de piepkleine belletjes die in die vloeistof verschijnen en verdwijnen als een gewricht een knakgeluid voortbrengt.

Veel verder dan dat reikt de consensus onder experts niet. Wat er precies met die vloeistof en die belletjes gebeurt, en hoe het geluid exact wordt geproduceerd, daar discussiëren specialisten hevig over. Komt het kraakgeluid van het plotse verschijnen of van het weer dichtklappen van de belletjes? Gaat het om caviteitscollaps of veeleer om tribonucleatie? De discussie dreigt soms te ontaarden in wat in het Engels een 'bare knuckle fight' heet.

Een nieuw salvo in het gevecht is deze week gelost door Abdul Barakat van het laboratorium voor hydrodynamica van de École Polytechnique in Palaiseau bij Parijs en Chandran Suja van de Universiteit van Stanford. Ze publiceren hun werk in het vakblad Scientific Reports, en hopen, zo schrijven ze, dat hun onderzoek kan bijdragen tot 'cracking the enigma'.

En ja, zoals altijd verstandig is bij wetenschappelijk onderzoek over ietwat ongewone onderwerpen dat rond deze tijd van het jaar verschijnt, de Zandrekenaar heeft zorgvuldig de publicatiedatum gecheckt: die is wel degelijk 29 maart en niet 1 april.

Barakat en Suja hebben uitgerekend welk soort geluid het in elkaar klappen van belletjes in de gewrichtsvloeistof zou moeten voortbrengen. Die theoretische voorspelling blijkt qua geluidssterkte, frequentie en klankkleur prima overeen te komen met wat de onderzoekers echt meten - door een microfoon bij de knakkende knokkels van drie vrijwilligers te houden. Volgens Barakat en Suja is het dus het verdwijnen van de belletjes dat geluid maakt.

Hun onderzoek vertelt niet of het kraken van je vingers kwaad kan. Maar die vraag is al deels beantwoord door een Amerikaanse dokter die vijftig jaar lang alleen zijn linkerhand knakte, en aan het einde van zijn leven geen enkel verschil merkte tussen zijn beide handen.

Wat wel nog enigmatisch blijft, is waarom het fijn voelt om je vingers te kraken. En waarom het ergerlijk is om iemand anders het te horen doen.

* Steven Stroeykens, schrijver, wetenschapsjournalist, fysicus en blogger op zandrekenaar.be

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect