Maand na aanslag is het akelig stil in Sousse

©Thessa Lageman

Het is stil in de straten en op de stranden van de Tunesische badplaats Sousse. Een maand geleden kwamen hier bij een aanslag 39 toeristen, onder wie een Belgische, om het leven. Meerdere hotels, restaurants en winkels zijn al gesloten, honderden medewerkers zijn ontslagen.

Nejeh Amara (45) staart voor zich uit op een witte plastic stoel in de schaduw van een palmboom. Hij verkoopt keramiek en andere souvenirs in Port El Kantaoui, een haventje op 4 kilometer van het hotel waar de aanslag plaatsvond. Van elk verkocht product mag hij 25 procent commissie houden, maar net als gisteren heeft hij vandaag nog niets verkocht.

'De hele dag zit ik te piekeren', zegt hij, terwijl hij het zweet van zijn voorhoofd veegt. 'Die terrorist heeft een catastrofe veroorzaakt. Ik ben bang dat we binnenkort geen geld meer hebben voor de boodschappen.' Spaargeld heeft hij niet, want in de zomer moet hij juist geld voor de rest van het jaar verdienen voor zijn vrouw en zijn twee kinderen. Sinds zijn zestiende doet hij dit werk al. 'Ik kan niets anders, er zijn ook geen andere banen.'

Van de 10 miljoen Tunesiërs werken er 400.000 in het toerisme, met hun families erbij gaat het om zo'n 2 miljoen mensen. Dan zijn er ook nog duizenden anderen die er indirect hun boterham mee verdienen, bijvoorbeeld boeren die aan hotels leveren en nu hun groente en fruit niet kwijt kunnen. Ruim 14 procent van het Tunesische bbp kwam het afgelopen jaar van het toerisme. De sector had het al moeilijk na de aanslag op het Bardomuseum in de hoofdstad in maart, waarbij 22 mensen gedood werden.

Net als België raden veel andere Europese landen momenteel af naar Tunesië reizen. De straten van Sousse en andere Tunesische toeristenplaatsen zijn dan ook opvallend leeg. In juli zijn 70 procent minder Europeanen naar Tunesië op vakantie gekomen dan in deze maand vorig jaar. Alleen wat Algerijnen, Libiërs en Russen lijken zich weinig van de situatie aan te trekken. Maar die kopen niets, klagen de winkelbedienden. Een groep Algerijnse twintigers op het strand vertelt dat ze elk jaar in Sousse komen en ze zich hier volkomen veilig voelen. 'We zijn thuis wel wat gewend', lachen ze.

De weinige Europeanen in Sousse hebben bijna allemaal familiebanden met Tunesiërs. De Franse Michèle Berteaux (60) huurt een appartement om de hoek van de plek waar op 26 juni de aanslag gepleegd werd. Haar dochter is met een Tunesiër getrouwd. Ze wandelt 's avonds een eindje met haar kleinzoon in de buggy. 'Kijk, daar is de terrorist doodgeschoten', zegt ze, wijzend op de kogelgaten in de muur. Ze heeft even getwijfeld of ze zou komen, maar nu voelt ze zich prima. 'Ook in Frankrijk hebben we aanslagen', zegt ze.

Iedereen ontslagen

In het Riu Merhaba Imperial hotel, waar de aanslag plaatsvond, verblijven maar 25 gasten, terwijl dat er normaal in juli een stuk of 800 zijn. Ten minste 23 hotels in Tunesië hebben de deuren al moeten sluiten, volgens de Federatie van Hotels. In Sousse zijn het er zeven. Al meer dan 2.400 hotelmedewerkers zijn er ontslagen.

Het Tunesische ministerie van Financiën verwacht dat het bbp dit jaar maar met 1 procent groeit. Vorig jaar was dat 2,3 procent. Tunesiërs kampen bovendien met de sterk gestegen kosten van het levens- onderhoud, terwijl de meeste salarissen laag zijn.

Uitstel van betaling

De manager van het restaurant Le Soleil, Nawdel Dhifallah (38), zit op zijn lege terras. 'Als dit zo doorgaat, zijn we over een paar maanden dicht', zegt hij. 'We hebben heel hoge vaste lasten.' Ook medewerkers van andere restaurants, hotels en winkels vertellen al een betaalachterstand te hebben. Ze hopen op begrip van de huisbaas en het elektriciteitsbedrijf. De overheid heeft besloten dat hotels voor gas, water en elektriciteit uitstel van betaling krijgen. Voor de restaurants en de winkels geldt dat niet.

'Ik wil nog niet nadenken over de toekomst', zegt Dhifallah, die jarenlang als reisleider voor Griekse toeristen werkte. Enkele van zijn collega's overwegen te gaan werken op een cruiseschip in de Caribische Zee of illegaal de oversteek naar Italië te maken.

Alaa Jlassi (24), die op het muurtje voor de winkel ernaast zit, probeerde al twee keer met smokkelaars naar Italië te komen. Beide keren werd hij teruggestuurd, 1.500 euro - verdiend met verkoop van wiet en xtc - armer. Vandaag hebben hij en zijn twee collega's een magneet en een T-shirt ter waarde van 7 euro verkocht. 'Ik heb geen geld om te trouwen', zucht hij. Normaal krijgt hij 150 euro salaris per maand, nu kan de baas nog maar 65 betalen.

'Wat die terrorist hier heeft gedaan, is idioot. Moge hij branden in de hel', zegt Jlassi. Meerdere van zijn buurtgenoten vertrokken naar Syrië. 'Dat is nog iets anders, al is het niets voor mij. Ik heb nog hoop op een beter leven in Europa. Hier zijn alle deuren gesloten.'

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content