Meester

Er zijn bijna geen meesters meer. In het lager onderwijs zijn zowat negen op de tien leerkrachten vrouwen. In het middel-baar onderwijs is dat bijna twee derde, maar de daling van het aandeel mannen is er forser. Het beroep is niet langer presti-gieus, zo heet het, de loopbaan 'te vlak'. Ik denk niet dat dit de enige redenen zijn.

Na vier zorgeloze jaren in een nonnenschool, met een speelplaats vol meisjes en enkel juffen voor de klas, maakte ik op 1 september 1995 kennis met de jongensschool. Ik was tien. De sokjes opgetrokken, het rokje gladgestreken. Maar in plaats van een warm onthaal kreeg ik tijdens de eerste speeltijd een flink pak slaag. En ik kon er de volgende dag gerust nog één krijgen, riepen mijn nieuwe klasgenoten.

Na meer dan 150 jaar hadden de directies van de jongens- en de meisjesschool in het Limburgse stadje waar ik groot ben geworden gezamenlijk besloten dat gescheiden scholen niet langer 'van deze tijd' waren. Het draaide niet alleen uit op een keiharde confrontatie met het andere geslacht, voor het eerst kwamen de meesters in mijn leven.

De juffen konden goed troosten, ze hadden altijd een zak- doek klaar. Agenda's werden netjes ingevuld, 'afspraakjes' en takenlijsten gemaakt. In mijn herinnering verliepen de dagen in de nonnenschool rustig, voorspelbaar, volgens de regels. Maar in deze omgeving vol testosteron roerden de meesters de trom.

Ze lazen voor uit boeken, speelden gitaar en toneel. Ze maakten grapjes en trokken gekke bekken. Ze doken mee in het zwembad en trapten 's middags tegen een voetbal. Ze schoven de sommen met plezier opzij om een sterk verhaal te vertellen, waren altijd in voor een partijtje armworstelen. De leraar wiskunde rookte graag een sigaret uit het raam.

Soms werden ze kwaad. Niet zoals juffen kwaad werden. Echt kwaad. Dan werd het muisstil. Oké, er werd weleens een oorvijg uitgedeeld en een enkele keer moest een stout kind een tijd in de vuilnisbak staan. Maar meestal volstond het verheffen van die zware stem. Van de meesters hadden we net genoeg schrik.

Leerkrachten vertellen geen verhaaltjes meer. En ze roken zeker geen sigaret meer in de klas. Ze moeten eindtermen halen, doelstellingen uitschrijven, kinderarmoede opsporen, obesitas en radicalisering ook. Ze moeten pesten bestrijden, en genderstereotypering. Ze vergaderen veel en vullen stapels papieren in. Wie een kind te streng toespreekt, krijgt boze ouders op zijn dak.

Het probleem van het onderwijs is niet het gebrek aan prestige. Het probleem is dat er niets meer mag.

* Sofie Vanlommel is redacteur Weekend.

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect