Nederlands zeewierbedrijf lonkt naar Belgische Noordzee

Het bedrijf Seaweed teelt in de Oosterschelde zeewier, maar kan er niet uitbreiden. ©rv

Seaweed Harvest Holland baat in de Oosterschelde een grote zeewierboerderij uit, bestemd voor de Europese voedingssector. Voor uitbreiding kijkt het naar de Belgische Noordzee.

In het lab van Seaweed in Kamperland, aan de dijk Neeltje Jans, haalt onderzoekster Julia Wald enkele plastic kokers uit het water waaraan minuscule sporen - babyzeewier - van bestaand groen zomerwier kleven. De sporen hechten zich vast aan touwtjes rond de kokers en eens ze opgekweekt zijn - na vijf weken - worden ze opnieuw uitgezet in de zeewierboerderdij in de Oosterschelde op Schouwen-Duiveland.

Daar worden ze opgehangen aan grote teeltlijnen die op hun beurt vasthangen aan boeien (900 per ha) en kabels. Drie weken later kan het volwassen wier, dat 5 à 8 cm per dag groeit, geoogst worden. In de winter wordt hetzelfde gedaan met het grotere bruine winter- of suikerwier. Verderop in het lab staat een vat waar testen worden uitgevoerd met zeespaghetti. 'Op termijn willen we 10 tot 15 soorten zeewier commercieel telen', zegt Seaweed-topman John van Leeuwen.

Seaweed noemt zich een specialist in de veredeling van zeewier en gaat op zoek naar de beste kwaliteit en de snelst groeiende variant. Lees: betere smaak en meer oogsten per jaar dan in de traditionele teelt. Dat doet het bedrijf in samenwerking met onder meer de universiteiten van Wageningen en Gent.

'In het kweken via sporen zijn we uniek', zegt van Leeuwen. Zo uniek dat onlangs de Zuid-Koreaanse tv op bezoek kwam. Daar staat zeewier zoals in de rest van Azië al eeuwen op het menu, maar wordt het hoofdzakelijk gekweekt via de klassieke methode: scheuren en opnieuw vastkleven. Vaak op gigan- tische plantages tot 20.000 ha, met veel handenarbeid.

Aan de kweekmethode van Seaweed ging vijf jaar onderzoek vooraf. Sinds vorig jaar is het proefproject dat drie Nederlandse zeewierspecialisten opstartten, echt commercieel gelanceerd. Dit jaar werd de boerderij uitgebreid tot 1 ha, goed voor een productie van 250 ton (nat) zeewier per jaar. Om aan de toenemende vraag te voldoen komt er volgend jaar nog eens 4 ha bij, of 200 km extra teeltlijnen.

'Daarmee zijn we in zeewier voor de voedingssector een van de grootste van Europa', zegt Van Leeuwen. Seaweed levert vooral aan de Europese markt, maar volgens Van Leeuwen is er ook interesse uit het Verre Oosten. 'Voor onze kwaliteit. In Azië is er veel vervuiling. In de Oosterschelde is het water heel schoon.'

Nu komt het grootste deel van het zeewier in Europa nog uit Azië of uit wildvangst, slechts weinig uit teelt.

Seaweed, dat geen financiële cijfers wil vrijgeven, heeft in de Oosterschelde een concessie van 10 ha, maar kijkt naar extra teeltplaatsen op de Noordzee. In de Oosterschelde is geen plaats meer door de oester- en mosselteelt en de recreatie.

Van Leeuwen: 'We gaan eerst hier opschalen, maar we hopen in 2019- 2020 testen te kunnen uitvoeren in de Noordzee. Van Leeuwen kijkt daarbij naar Nederland, maar ook naar België. 'Die scheidingslijn zie je in het water niet.' Hij hoopt een plaatsje te krijgen op het nieuwe windmolenpark dat voor de kust van Zeeland wordt gebouwd.

In België wil John van Leeuwen inzetten op meer samenwerking met onder meer Sioen, Colruyt en de projecten van Atsea, Value at Sea en SeaConomy. 'De markt is heel versnipperd. Iedereen is te veel met zijn eigen ding bezig.'

Het Belgische Atsea - met Sioen en Devan Chemicals als Belgische investeerders - baat een zeeboerderij uit in de Noorse fjorden, een proefproject van twee jaar. Op drijvende textieldoeken van 1 ha - een specialiteit van Sioen - haalde het vorig jaar zijn eerste oogst van 140 ton zeewier op.

Samen met Colruyt - dat onderzoekt hoe het zout in brood kan vervangen door zeewier - en het Bel- gische Instituut voor Landbouw en Visserij-onderzoek(ILVO) bouwt Sioen ook mee aan een zeeboerderij van 7 ha voor de kweek van zeewier, mosselen, oesters en sint-jakobsschelpen voor de kust van Nieuwpoort. 'We hebben het eerste zeewier gezaaid', zegt Bert Groenen- dael van Sioen. 'Volgend jaar in mei oogsten we. Mosselen en oesters volgen later.'

Van Leeuwen hoopt met zijn bedrijf een plaats te krijgen op de 100 hectare grote concessie die door het Belgische SeaConomy - opnieuw met Sioen, Colruyt en Lambers- Seghers - is aangevraagd bij de Belgische windmolenparken op zee. Daar is voorlopig enkel mosselteelt gepland, maar zeewier wordt niet uitgesloten. SeaConomy bestudeert alle mogelijkheden om tot een 'zeewiereconomie' te komen. 'De volgende stap is een Belgisch-Nederlandse samenwerking', zegt Groenendael.

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content