Schuif schuld voor lage werkgelegenheid 55-plussers niet in de schoenen van de barema's.

Erwin De Deyn ©rv

Andreas Tirez breekt een lans voor het doorbreken van de 'link tussen verloning en anciënniteit' (De Tijd, 16/10). Daarbij schuift hij de schuld voor de lage werkgelegenheidsgraad bij 55-plussers op de huidige barema's. Hij overschat echter de (negatieve) impact van ervaringsbarema's.

Het klopt dat de werkgelegenheid bij ouderen in België eerder laag is. Momenteel is 40 procent van de 55-plussers aan de slag. Daarmee zitten we 9 procent onder het Europese gemiddelde, ondanks een stevige inhaalbeweging van ons land de jongste jaren. Toch gaan we niet akkoord met de belangrijkste drie stellingen van Tirez, waarmee hij vooral lang bekende argumenten herhaalt.

Ten eerste zijn de lonen van de oudere werknemers in België niet buitensporig, ook niet na een internationale vergelijking. In België (net als in Frankrijk) zijn laaggeschoolde, oudere werknemers relatief minder aan de slag dan in de andere Europese landen. Het uitvallen van die relatief minder betaalde categorie werknemers uit de arbeidsmarkt vertekent het 'gemiddelde' loon van een oudere werknemer naar boven toe. Het verklaart ook het feit dat België en Frankrijk 'gemiddeld' beter betaalde oudere werknemers hebben. Daardoor is het niet correct om zomaar de gemiddelde verloning naar leeftijd te vergelijken tussen landen.

De Hoge Raad voor Werkgelegenheid stelt terecht in haar laatste advies dat er hier - om een geleerd woord te gebruiken - sprake is van een compositie-effect, waardoor het gemiddelde loon voor 55-plussers in België en Frankrijk systematisch wordt vertekend. Trouwens: systemen van verloning naar ervaring bestaan in alle Europese landen. Baremieke verhogingen tot 15 of 20 jaar zijn heel courant. België is daarmee geen 'outsider'.

Productiviteit

Ten tweede staat het niet vast dat de individuele productiviteit daalt vanaf een zekere leeftijd. Zo'n stelling werd in de wetenschappelijke literatuur nog nooit bewezen. Veel dergelijk onderzoek houdt te weinig rekening met relationele vaardigheden en 'bedrijfsspecifieke' ervaring die een werknemer opbouwt. Oudere werknemers kennen vaak een bedrijf door en door en hebben een uitgebreid netwerk verzameld. Vaak vergt dat gewoon tijd.

De studie van Vandenberghe, Waltenberg en Rigo (2012) waar Andreas Tirez naar verwijst toont aan dat bedrijven met veel oudere werknemers minder productief zijn. Maar daaruit mag je niet zomaar iets besluiten over de individuele werknemers. Ook de Franse econoom Aubert stelde vast dat bedrijven met veel oudere werknemers vaak actief zijn in oudere, minder innovatieve economische takken. Om die reden stelt de Hoge Raad Werkgelegenheid in zijn advies ook dat de resultaten van onderzoek naar de productiviteit van oudere werknemers betwist blijven.

Ten slotte - en nu komen we tot het argument dat het vaakst gehanteerd wordt om de ervaringsbarema's ter discussie te stellen - kan je deze niet verantwoordelijk stellen voor een vervroegde 'uitdrijving van 'de werknemers' uit de arbeidsmarkt.

Hogere bedienden

Om te beginnen is er de vaststelling dat arbeiders geen barema's kennen. Daarnaast vinden we de 'steile' barema's vooral bij de hogere bedienden. De minder betaalde bedienden zien hun loon stijgen met 21 procent over een periode van 20 jaar, voor de hogere functies is dat 36 procent. Vooral voor die laatste groep lopen de barema's ook langer door.

Kortom, voor arbeiders, noch voor lager geschoolde bedienden kan het bestaan van barema's ingeroepen worden als verklaring voor de lagere activiteitsgraad van de oudere werknemers. We stellen nochtans vast dat precies die groepen de arbeidsmarkt het vroegst verlaten. Van hoger geschoolde werknemers weten we dat ze langer aan de slag blijven. Nochtans blijven zij naar het einde van de loopbaan toe steeds beter betaald worden. Vaak zelfs als hun ervaringsbarema's niet langer doorlopen.

Vooroordelen

Het is logisch dat verloning toeneemt met de ervaring. Aangezien productiviteit moeilijk kan worden gemeten, werkt men al jaren met anciënniteit als 'proxy'. De huidige loonschalen kunnen onmogelijk verantwoordelijk worden gesteld voor de vervroegde uittreding van werknemers in België. Immers, vooral arbeiders en laaggeschoolden treden vroeger uit. Voor hen zijn de baremieke verhogingen beperkt of bijna onbestaand.

We hebben dus geen nood aan een discours dat de barema's ter discussie stelt. Althans niet als het de bedoeling is om oudere werknemers langer aan de slag te houden. Daarvoor is werkbaar werk nodig, voor alle leeftijden. Loonschalen of barema's zijn een transparante manier van verlonen die bij werknemers een groot draagvlak kennen. Het is tijd om eens voorbij de vooroordelen over onze loonschalen te kijken.

Erwin De Deyn

Voorzitter van de BBTK, de bediendecentrale van het ABVV.

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content