Spin-offs floreren aan Belgische universiteiten

Negen grote Belgische universiteiten hebben de voorbije vijf jaar 183 spin-offs gecreëerd. Dat zijn er bijna dubbel zoveel als wat ze zelf hadden verwacht, leert een nieuwe telling.

De Belgische universiteiten hebben zich de voorbije jaren ontpopt tot kraamkamers voor ondernemerschap, blijkt uit een studie door het advocatenkantoor Nauta Dutilh, dat zich in de materie gespecialiseerd heeft.

Nauta Dutilh bevroeg vijf Vlaamse en vier Franstalige universiteiten over de bedrijven die de afgelopen vijf jaar ontstonden uit hun researchactiviteiten, en waarin ze zelf participeren. De teller stopte op 183, waarmee de universiteiten hun eigen verwachtingen ruimschoots overtroffen hebben. In een gelijkaardige bevraging in 2013 hadden de instellingen voorspeld dat een honderdtal spin-offs gecreëerd zou worden.

Elke Janssens van Nauta Dutilh ziet twee redenen voor die puike cijfers. 'Enerzijds zijn universiteiten altijd heel voorzichtig in hun voorspellingen. Het is niet makkelijk om te weten welke ideeën een spin-off kunnen worden, en de incubatietijd is soms erg lang. Anderzijds is het klimaat de voorbije jaren sterk verbeterd en was er veel geld beschikbaar. Dat komt ook - we moeten er eerlijk in zijn - omdat de verschillende overheden in ons land veel aandacht hebben gehad voor het stimuleren van ondernemerschap.'

Wat de verhouding tussen het aantal Vlaamse, Waalse en Brusselse spin-offs is of tussen de universiteiten onderling maakt Nauta Dutilh niet bekend. 'Dat ligt net iets te gevoelig.' Vlaanderen was traditioneel de koploper in universitair ondernemerschap, wat in grote mate te danken is aan de met belastinggeld gefinancierde strategische onderzoekscentra (SOC's) zoals Imec in Leuven en het Vlaams Instituut voor Biotechnologie (VIB). 'Wallonië pakt het anders aan, maar ook daar is de voorbije jaren veel geïnvesteerd en zie je een kentering', zegt Janssens.

Veruit de meeste spin-offs (49) zijn actief in de ICT-sector, gevolgd door medische technologie (30) en biotech (28). Maar eigenlijk hebben die sectoren steeds minder betekenis. 'De jongste jaren zien we de grenzen steeds meer vervagen. Wat men vroeger een biotechbedrijf noemde, ontwikkelt vandaag misschien ook een eigen toestel of kan je ook in de gezondheidssector indelen. We zien ook meer interdisciplinaire samenwerking tussen verschillende onderzoeksgroepen.'

Janssens verwacht dat die klassieke sterkhouders ook de komende jaren nog veel spin-offs opleveren. 'Een interessante vraag is wat we in de energiesector nog zullen zien. Dat was vroeger een belangrijk domein voor spin-offs, tot de sector getroffen werd door enkele faillissementen. Vooral schaalbaarheid is een probleem voor die sector.'

De universiteiten zijn ook nu eerder voorzichtig in hun verwachtingen. Voor het komende jaar alleen gaan ze samen uit van de creatie van 48 nieuwe bedrijven. Voor de komende vijf jaar komen ze aan 127 veelbelovende projecten die het potentieel hebben om tot een spin-off uit te groeien.

Ondanks het goede nieuws laat de studie ook veel vragen onbeantwoord, zoals de vraag hoeveel jobs al die nieuwe bedrijven opleveren. 'Dat is bijna niet te meten. Niet alleen werken ze vaak met zelfstandigen, na verloop van tijd gaan ze ook vaak op in een groter geheel, waardoor het moeilijk is om de werkgelegenheid op te volgen', zegt Janssens.

Eerdere studies gewagen van een overlevingsgraad bij spin-offs van 80 procent, en een gemiddelde jobcreatie van 60 à 100 jobs per spin-off. Een rekensom leert dat je met 183 spin-offs dan 9.000 à 14.000 jobs kunt creëren, maar aan zo'n schatting wil Janssens zich niet wagen. 'Dat hangt ook heel erg af van de sectoren waarin ze actief zijn.'

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect