Vlaamse sectoren strijden om speerpuntclusters

Zeewierkweek is voor bedrijven als DEME, De Nul en Sioen een belangrijk toekomstproject. ©AFP

De Vlaamse regering kroont eind dit jaar vijf economische sectoren tot 'speerpuntcluster'. Een reeks sectoren doet een gooi naar die erkenning en de bijbehorende budgetten.

De spanning stijgt in de wereld van de Vlaamse sectorfederaties nu de Vlaamse regering haar beleid rond innovatiesubsidies omgooit. Vlaams minister van Innovatie Philippe Muyters (N-VA) wil voortaan focussen op een beperkt aantal 'speerpuntclusters'.

De gekozen clusters krijgen een jaarlijks werkingsbudget van maximaal 500.000 euro voor een periode die tien jaar kan duren. Daarnaast maakt de regering voor elke cluster nog een extra budget voor onderzoeksprojecten vrij. Sectoren die geen cluster worden, grijpen dus ook naast de interessante onderzoeksbudgetten die in de miljoenen euro's lopen.

De speerpuntclusters moeten volgens het regeerakkoord ondernemersgedreven te werk gaan. Bedrijven moeten vragende partij zijn om samen te werken met andere bedrijven, kenniscentra en overheden. Daarom verwacht de Vlaamse overheid ook een grotere inbreng van deelnemende bedrijven. Waar de regering nu 80 procent van de projecten financiert, daalt die inbreng in het nieuwe systeem tot 50 procent. Clusters moeten hun bedrijven dus overtuigen om ook tot 500.000 euro op tafel te leggen.

De selectie van de 'ongeveer' vijf gelukkigen moet tegen eind dit jaar gebeuren, zegt de woordvoerder van minister Muyters. Hoewel de precieze aanvraagprocedure bij het Agentschap Innoveren en Ondernemen nog niet vastligt, maken heel wat sectoren zich op voor de strijd. Volgens verschillende bronnen beschikken vier sectoren over de beste kaarten. Een certitude lijkt de duurzame chemie (inclusief farma en kunststoffen). Die wordt vertegenwoordigd door Fisch, het innovatieplatform van de chemiefederatie Essenscia. Het Strategisch Initiatief Materialen (SIM) rond technologiefederatie Agoria is het Vlaamse aanspreekpunt voor materialen. Ook het Vlaams Instituut voor de Logistiek (VIL) is een vaak geciteerde kanshebber. Voor de sector agro en voeding staat Flanders' Food, een initiatief van de voedingsfederatie Fevia, klaar.

De vier genoemde sectoren bevestigen op vraag van De Tijd dat ze bezig zijn met hun clusterdossier. Voor de vijfde en (wellicht) laatste erkenning ligt de strijd volledig open. De cleantechsector (schone technologie, zoals windenergie) maakt een kans, al is die sector behoorlijk versnipperd. Ook uit de ICT-wereld of de biotechnologie worden initiatieven verwacht. 'Wij zijn een van de weinige echte bestaande clusters in Vlaanderen', beklemtoont Henk Joos, topman van de biotechkoepel FlandersBio, die de mogelijkheden aan het aftasten is. De 'blauwe' economie in de haven van Oostende stelde zich gisteren expliciet kandidaat (lees inzet). Het lobbywerk komt op gang. 'Als West-Vlaanderen geen speerpuntcluster krijgt, is het kot te klein', voorspelt een topman. 'Hier gaan vetes voor het leven ontstaan.'

De speerpuntclusters vervangen de elf innovatieplatformen ('lichte structuren'), die worden stopgezet. Volgens een conceptnota van minister Muyters (N-VA) legden die lichte structuren sterk de focus op kennisopbouw en onderzoek, maar minder op de samenwerking van bedrijven. Fisch, VIL en SIM zijn trouwens de enige lichte structuren die hun statuut in november met een jaar verlengd zagen.

Clusters die naast de erkenning grijpen, kunnen - net als kleinschalige initiatieven - kandideren voor de 'innovatieve bedrijfsnetwerken'. Die 15 miniclusters zullen drie jaar lang 150.000 euro per jaar krijgen. Nadat de Vlaamse regering deze herfst de eerste oproep had gelanceerd, bleek de interesse groot. Voor de 15 vrije plaatsen zouden er tien keer zoveel kandidaturen zijn.

DAAR IS DE BLAUWE ECONOMIE

De Vlaamse mariene en maritieme sector stelde gisteren in de haven van Oostende de 'Blue Growth Cluster' voor met als doel een erkenning als speerpuntcluster. De 'blauwe economie' omvat bedrijven en instellingen die actief zijn in de wereld van het water, zoals de baggeraars DEME en De Nul of het textielbedrijf Sioen, dat textielmatten ontwikkelt om op grote schaal zeewier te kweken. Volgens de initiatiefnemers heeft de sector een toegevoegde waarde van 26 miljard euro en biedt ze werk aan 46.000 mensen. 'Vlaanderen heeft wereldspelers in waterbouw en offshore-energie, en beschikt met de Noordzee over een ideaal testlab. Samen met de sterke wetenschappelijke mariene kennis en ons innovatief kmo-weefsel kunnen we met Vlaanderen een koppositie verwerven in de blauwe economie', aldus Alain Bernard, de CEO van DEME.

Gesponsorde inhoud

Partner content