Vlaanderen timmert aan superdatabank verkeer

Er komt een centrale databank voor alle informatie die sensoren in wegeninfrastructuur verzamelen. Op termijn moet die databank externe apps als Waze en Coyote ten goede komen.

De wegeninfrastructuur bevat nu al veel sensoren om informatie over de doorstroming van het verkeer te verzamelen. Die zitten bijvoorbeeld in verkeerslichten of in 'lussen' op het wegdek. Ook het Vlaamse Verkeerscentrum en stedelijke verkeerscomputers genereren een stroom data.

Maar de beschikbare verkeers- data zijn niet altijd compatibel. Zo kunnen de verkeerscentra van Antwerpen en Gent niet met elkaar 'praten'.

Vlaams minister van Innovatie Philippe Muyters (N-VA) en zijn collega van Mobiliteit Ben Weyts (N-VA) trekken de portemonnee open voor een betere verwerking van verkeersdata.

Muyters en Weyts trekken 29 miljoen euro uit, verspreid over vijf jaar, om een standaard voor die data te ontwikkelen. Die data komen dan in een 'superverkeersdatabank'. Het vooropgestelde bedrag valt uiteen in een aantal kleinere projecten. Negen miljoen gaat naar het Agentschap Wegen en Verkeer (AWV) om de verkeersinfrastructuur uit te rusten met meer sensoren. Het onderzoekscentrum Imec krijgt geld voor de ontwikkeling van de nieuwe standaard voor data.

In eerste instantie zal de overheid die superverkeersdatabank openstellen voor de ontwikkelaars van externe apps, zoals Waze en Coyote. Met de data kunnen ze hun apps verrijken en bijvoorbeeld meer rekening houden met realtime ontwikkelingen op de weg.

Op termijn is het de bedoeling dat externe ontwikkelaars hun data ten dienste stellen van die superverkeersdatabank. Voor het zover is, moet onderzocht worden hoe de data van de apps, die vaak afkomstig zijn van de gebruikers van de apps, niet met elkaar 'mengen'. Geen enkele app heeft graag dat een andere app van zijn gebruikersdatabank profiteert.

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect