Vlamingen scoren op Franse bouwmarkt

©Wim Kempenaers (WKB)

Vier Vlamingen sprongen zeven jaar geleden op de Franse bouwmarkt om het monopolie in cellenbeton van hun oud-werkgever te doorbreken. Vandaag haalt Cellumat bijna 17 miljoen euro omzet. 'Maar het is nog een kleuter', zegt CEO Dominique De Cock.

'Zeven jaar geleden was dit nog een maisveld', wijst Dominique De Cock, de CEO van Cellumat, naar het terrein in Noord-Frankrijk waar zijn bedrijf cellenbeton produceert. De containerbureaus op de oprit geven het bedrijf nog de look van een start-up. 'Cellumat is nog een kleuter', erkent De Cock. 'We investeren geld waar het rendeert. Niet in mooie kantoren, maar in machines en productontwikkeling.'

En die investeringen zijn niet mis. 20 miljoen euro was nodig om de eerste installaties te bouwen. De financiering geraakte zonder grote problemen rond. 'De timing was perfect. Het was de piek van de euforie, net voor alles in elkaar klapte. Banken waren gretig. Investeringsfondsen eveneens.'

KBC en KBC Private Equity hapten toe. De Cock en drie ex-collega's zagen hun kans schoon om de Belgische en vooral de Franse markt van cellenbeton te bestormen en de positie van de Europese marktleider Xella - hun ex-werkgever trouwens, onder andere bekend van Ytong - aan te vallen. 'Ik heb twaalf jaar voor Xella gewerkt. Maar het bedrijf werd groter en groter door overnames. Het was een groot schaakbord met fabrieken, markten en mensen geworden. Ik was het leven in een multinational moe. En ik heb altijd al de ambitie gehad om zelf iets op te starten', vertelt De Cock.

'Het nadeel in een industriële omgeving als deze is dat je al snel 40 jaar bent voor je genoeg ervaring hebt en alle facetten beheerst. Apps schrijven en daar een businessmodel rond maken, dat kan je als je jong bent. Maar een industrie opbouwen op een maisveld, dat zie ik een 25-jarige niet doen.'

De Cock en co kozen als uitvalsbasis Saint-Saulve, nabij Valenciennes. Een bewuste keuze. 'Akkoord, de loonkosten liggen hier 5 tot 10 procent lager dan in België, maar daar heeft het niets mee te maken. Frankrijk is gewoon een veel grotere markt, en zakendoen in Frankrijk doe je nog altijd het beste vanuit Frankrijk zelf. Dat maakt het gewoon gemakkelijker. Bovendien is van hieruit ook de Belgische markt in een wip bediend. We blijven trouwens een Belgisch bedrijf, met zetel in Eeklo.'

De lokale autoriteiten zagen Cellumat, dat al 100 werknemers telt, maar al te graag naar Saint-Saulve komen en zwaaiden met investeringssubsidies. Elke arbeidsplaats in de regio is dan ook meer dan welkom. In het voormalige mijngebied is een groot industrieel verleden weggekwijnd, en het komt maar mondjesmaat terug. 'De industriële knowhow is verdwenen, waardoor het een zware klus was om hier operatoren voor de fabriek aan te werven. We zijn hier echt met niets begonnen, hè.'

Maar de opstartproblemen wegen niet op tegen de mogelijkheden die Cellumat ziet. In alle West-Europese landen heeft cellenbeton een marktaandeel van 15 à 30 procent. In Frankrijk, waar beton en bakstenen dankzij grote bedrijven als Lafarge en Imerys de scepter zwaaien, was dat bij de opstart van Cellumat maar 4 procent. 'Ik zie niet in waarom dat geen 25 procent kan worden', zegt De Cock, die bijna elke dag 3,5 uur pendelt tussen zijn woonplaats Eeklo en de fabriek.

Intussen haalt het bedrijf 16,6 miljoen euro jaaromzet (waarvan driekwart in Frankrijk) en een bedrijfskasstroom van net geen 2 miljoen euro. 'We willen de komende jaren met 15 à 20 procent groeien en investeren daarom volgend jaar nog eens 3 miljoen euro in extra capaciteit.'

Een opmerkelijk parcours gezien de lamentabele toestand waarin de Franse economie en bouwmarkt zich bevinden. 'In 2009, het jaar van de lancering, is de Franse bouwmarkt met 30 procent teruggevallen. Vandaag zit ze weer op het niveau van 1992. Het is huilen met de pet op. Op eigen kracht zie ik de markt niet herstellen. Het zal van nieuwe fiscale stimuli moeten komen. Desondanks doen wij het goed, als challenger en dankzij de strengere milieureglementering en het stijgende marktaandeel van cellenbeton.'

Maar het kost veel tijd om Franse architecten, studiebureaus en bouwbedrijven te overtuigen. 'De bouwsector is zeer conservatief. Weet je, metsers zijn opgegroeid met baksteen, truweel en mortel. Wie met Cellumat werkt, gaat met grote en lichte blokken aan de slag die gelijmd worden. Dat is een barrière voor velen. Nu pas, na vijf jaar, durf ik te zeggen dat Cellumat op de kaart staat.'

Precies daarom vreest De Cock geen extra concurrentie in de markt. 'Al hebben we de voorbije jaren wel alles doorlopen wat in de boekjes staat. De monopolist (Xella) die een prijzenoorlog begint, bijvoorbeeld. Maar een derde speler? Nee. Geen plaats meer voor. Je moet onmiddellijk 20 miljoen investeren, en een merk opbouwen duurt lang. Ik zie het niet nog iemand doen. Too late.'

De ambities van De Cock reiken evenwel al verder dan Brussel en Parijs. 'We kijken naar overnames in Duitsland en Italië, om de risico's te spreiden. Hier en daar komen sectorspelers in de problemen en dat biedt kansen. Daar is geld voor of er kan geld voor gevonden geworden, al zal dat meer iets voor binnen twee jaar zijn.'

Wat is cellenbeton?

Cellenbetonblokken zijn ruwbouwblokken die lichter en isolerender zijn dan pakweg bastenen of beton. Een mengsel van zand, kalk, cement en een snuifje aluminiumpoeder wordt bij hoge temperatuur en 100 procent vochtigheid 'gebakken' waardoor de blok vol luchtbelletjes zit en voor 85 procent uit geïmmobiliseerde lucht bestaat, een goede isolator.

In ons land staat het merk Ytong, dat in Antwerpen wordt geproduceerd, synoniem voor cellenbeton. Het product bestaat al 100 jaar, maar wordt nu pas echt populair door de steeds strengere en complexere thermische reglementering voor woningen. Cellenbeton is duurder dan alternatieven, maar omdat niet of minder moet worden geïnvesteerd in andere isolatiematerialen komen de totale bouwkosten lager uit.

Gesponsorde inhoud

Partner content