Wat brengt 2009?

Zijn analyse botste op veel scepsis, maar de Amerikaanse econoom Nouriel Roubini had begin 2008 al stap voor stap beschreven hoe de terugval op de woningmarkt in de VS zou uitmonden in een wereldwijde financiële crisis en een zware economische recessie zou veroorzaken. Wie zijn artikel 'The Twelve Steps to Financial Disaster' vandaag opnieuw leest, kan alleen maar vaststellen hoe huiveringwekkend correct zijn voorspellingen waren. Hij had het allemaal zien aankomen: de problemen met de herverpakte kredieten, het over de kop gaan van grote financiële instellingen, de bevriezing van de interbankenmarkt, het overheidsingrijpen om sommige banken van de ondergang te redden, de crash van de aandelenmarkten, de zware problemen waarin bepaalde industriële groepen zouden komen. Hij had er alleen geen namen op geplakt.

Als Roubini echt een ziener is, komt er in 2009 nog veel meer rampspoed op ons af. Want in een artikel dat hij eind november 2008 publiceerde, waarschuwt hij dat de VS en de wereld afstevenen op een periode van economische krimp en deflatie. De eerste tekenen daarvan werden in de laatste maanden van 2008 al merkbaar: de economische groei is sterk teruggelopen, heel wat landen en regio's zaten al in een recessie; door de economische crisis zijn de prijzen pijlsnel beginnen dalen.

Het gevaar bestaat dat de economie in een neerwaartse spiraal gezogen wordt. Want als gevolg van de economische recessie gaan gezinnen en bedrijven hun bestedingen terugschroeven. Het gevolg is dat de vraag in de economie terugvalt, tot een stuk beneden het aanbod, waardoor de prijzen zakken. Ondernemingen reageren daarop door hun productie te verminderen, vestigingen te sluiten en banen te schrappen. Het inkomen van de gezinnen gaat daardoor achteruit, wat de vraag nog verder doet afnemen. Als de prijzen dalen, hebben de consumenten bovendien de neiging hun aankopen uit te stellen -volgende week is immers alles goedkoper - waardoor de neerwaartse spiraal nog versterkt wordt. Deflatie is ook een nachtmerrie voor al wie schulden heeft, want het verzwaart de reële schuldenlast en kan ertoe leiden dat gezinnen en bedrijven in betalingsmoeilijkheden komen. Dat levert dan weer extra problemen op voor de banken. Nouriel Roubini heeft er weinig vertrouwen in dat het monetair beleid kan voorkomen dat dit horrorscenario realiteit wordt, onder meer omdat - zeker in de VS - er bijna geen ruimte meer is om de rente verder te verlagen. Als de rente op nul staat, kan ze immers niet meer zakken. De Fed heeft zijn kruit te vroeg verschoten.

Het ergste moet nog komen

Roubini staat bekend als een notoire zwartkijker. Maar hij krijgt wel steeds meer volgelingen. Het Londense economisch onderzoeksinstituut Fathom stelde onlangs dat de eerste fase van de crisis misschien wel voorbij is, maar dat de volgende fase mogelijk nog veel erger kan worden. Het zou bijvoorbeeld een drama zijn als een van de grote Amerikaanse autobouwers als GM, Ford of Chrysler over de kop gaat, een mogelijkheid die niemand echt durft uit te sluiten. Tienduizenden werknemers dreigen dan op de keien te staan, en de psychologische klap zou groot zijn. Maar het faillissement van zo'n industriële gigant zou ook een nieuwe paniekgolf veroorzaken op de markt van de credit default swaps (cds) - een verzekeringsproduct dat obligatiebeleggers beschermt tegen het mogelijke faillissement van een debiteur - en de banken hard treffen die in die business actief zijn. Niets garandeert dat banken die in een eerste fase schijnbaar gered zijn niet opnieuw in de problemen komen, zoals het voorbeeld van Citigroup heeft aangetoond. De grootste bank in de VS moest in november een tweede reddingsboei toegeworpen krijgen. Ook de woningmarkt in de Verenigde Staten blijft een potentiële tijdbom voor de banken, de financiële sector en de economie, want het is niet uitgesloten dat als gevolg van de recessie - of depressie - de huizenprijzen nog een heel stuk dieper wegzakken.

De sterke terugval van de economische activiteit vanaf september heeft iedereen, bedrijfsleiders en beleidsmakers, verbaasd. 'Nog nooit meegemaakt', luidde het. Die bruuske conjunctuurvertraging werd veroorzaakt door de dreun die de banken- en beurscrisis het consumenten- en ondernemersvertrouwen had bezorgd. Consumenten en ondernemers kropen vlug in hun schulp om te schuilen voor de venijnige recessie die werd aangekondigd. Die psychologische angstreactie verlamde de economie. Maar de echte klap zal pas in 2009 komen, als bedrijven de productie niet tijdelijk stilleggen maar overgaan tot de definitieve sluiting van bepaalde vestigingen en massale afdankingen. Met als gevolg dat de werkloosheid oploopt en het beschikbare inkomen van de gezinnen afneemt. Want dat staat er aan te komen. En dan is het geen louter psychologie meer, maar de realiteit die weegt op de economische activiteit. Het klimaat zal bovendien somber blijven. Want de berichten over sluitingen, afdankingen en bedrijfsverliezen die in de eerste maanden van 2009 onvermijdelijk komen, zullen door de doemdenkers uitvergroot worden, om hun grote gelijk te bewijzen. En dat zal een effect hebben - geen positief - op het moreel van de economische actoren. In die omstandigheden is het moeilijk tegen de stroom in te roeien. De kans dat we aan een recessie kunnen ontsnappen is nihil. Het onheil is onafwendbaar.

Vitaal mechanisme IS beschadigd

Maar hoe erg wordt het? Staan we aan de vooravond van een Grote Depressie? De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), de denktank van de westerse industrielanden, voorspelt dat de economie in de VS in 2009 met bijna 1 procent krimpt en in de eurozone met 0,6 procent. Het werkloosheidspercentage in de Oeso-landen zou klimmen van 6,3 naar 7,3 procent, wat betekent dat er 8 miljoen werklozen bijkomen. De OESO ziet ook de inflatie sterk terugvallen, maar een heuse deflatie verwacht ze niet. Er staat ons meer te wachten dan een gewone conjunctuurdip, oordeelt de OESO: 'De ernstigste recessie sinds het begin van de jaren 80'. Maar dat valt nog mee. Het had desastreuzer kunnen zijn. Samengevat: het wordt erger dan de groeivertraging die het gevolg was van het uiteenspatten van de internetzeepbel in 2001, maar minder erg dan de crisis - stagflatie - van de jaren 70. Dat er meer aan de hand is dan simpele correcties, is inmiddels wel duidelijk. Door de bankencrisis is een vitaal mechanisme van de economie, de kredietverlening, beschadigd. Er wordt weliswaar geprobeerd dat mechanisme te herstellen. In de VS bijvoorbeeld doet de overheid verwoede pogingen om de kredietverlening aan de consumenten aan de gang te houden. Maar of dat lukt, moet nog worden afgewacht. De OESO, die het als officieel instituut aan zichzelf verplicht is optimistisch te blijven, denkt in elk geval dat de economische activiteit tegen eind volgend jaar opnieuw zal aantrekken. Maar hoe lang de crisis zal duren en hoe diep ze zal zijn, valt moeilijk te voorspellen.

De gebeurtenissen van de jongste maanden hebben wel duidelijk gemaakt hoe broos de economische evenwichten zijn. Begin 2008 zag het ernaar uit dat België zijn economisch huishouden eindelijk weer op orde had, na de ravage die in de jaren 70 was aangericht. De economische groei was behoorlijk, de inflatie onder controle, er was een overschot op de lopende rekening van de betalingsbalans, de begroting was in evenwicht en de werkloosheidsgraad was, althans in Vlaanderen, naar een aanvaardbaar peil teruggedrongen. Maar een jaar later blijft van dat mooie plaatje niet veel over: de dure olie en voedingsprijzen hebben de inflatie omhoog geduwd, het overschot op de lopende rekening van de betalingsbalans is weggesmolten, de economie balanceert op de rand van een recessie, de werkloosheid loopt op en de begroting zit weer in het rood. Het inflatieprobleem zal door de vertraging van de economische groei wel vlug zijn opgelost. Maar de ervaring leert dat het heel wat moeite kost om de begroting opnieuw in evenwicht te krijgen en de werkloosheidsgraad weer naar beneden te halen. Met andere woorden: ook al is de recessie tegen eind volgend jaar uitgewoed, het zal ook daarna nog heel wat tijd en inspanningen vergen om de schade te herstellen.

Olie is goedkoper geworden

Moeten we de recessie lijdzaam ondergaan? Wat kan er gedaan worden om de achteruitgang van de economische activiteit te bestrijden en het vertrouwen te doen terugkeren?

De verleiding om in doemdenken te vervallen is groot. Maar het moet gezegd dat het niet allemaal kommer en kwel is. Ten eerste komen we van een lange periode van hoogconjunctuur. Dat maakt dat heel wat bedrijven - niet allemaal - er behoorlijk stevig voor staan. Ze hebben de voorbije jaren financiële reserves kunnen aanleggen en hun balans kunnen verstevigen, zodat ze niet bij de eerste tegenslag omver geblazen worden. Ten tweede is, door de opkomst van nieuwe landen, de economische activiteit op wereldvlak minder geconcentreerd in de traditionele industrielanden. De VS, Groot-Brittannië, de eurozone en Japan hebben weliswaar op hetzelfde ogenblik met een recessie af te rekenen, maar China, India en Brazilië blijven voor een groot stuk gespaard. Natuurlijk zal ook China het lastiger krijgen als het zijn producten moeilijker kan afzetten door de crisis in de westerse landen. Maar met een economische groei van 8 procent in China en van 7,3 procent in India, zoals de OESO verwacht, kunnen die landen in moeilijke tijden een welgekomen steun bieden aan de wereldeconomie. Het Internationaal Monetair Fonds ziet de wereldeconomie daardoor volgend jaar nog met 2,2 procent groeien. En er is meer. Want elk nadeel heeft zijn voordeel. De recessievrees heeft de olieprijs heel sterk doen dalen. Ook andere grondstoffen zijn een flink stuk goedkoper geworden. De energierekening van de bedrijven en van de consumenten zal daardoor gevoelig zakken. Het financieel voordeel dat ze daaruit halen is groter dan dat van een lastenverlaging (voor bedrijven) of een belastingvermindering (voor de gezinnen). Ze moeten er alleen van overtuigd worden die financiële meevaller uit te geven, in plaats van het geld op te potten.

Is de mens bovendien geen gewoontedier? Wie gewend is veel te consumeren, zal zijn gedrag niet zo vlug aanpassen. Het is onwaarschijnlijk dat bijvoorbeeld de consumptieverslaafde Amerikanen hun gedrag opeens fundamenteel gaan aanpassen. Als ze de ruimte hebben om het geld te laten rollen, zullen ze dat zeker doen. Eigenaardig genoeg maakt dat de Amerikaanse economie extra weerbaar tegen een sterke groeivertraging.

Ambitieuze relanceplannen

Ten slotte wordt ook wel op de overheid gerekend om de economie uit het slop te halen. De meeste regeringen hebben de voorbije maanden niet op een inspanning gekeken om de bankencrisis te bezweren. De overheid heeft vele miljarden extra kapitaal in de banken gestoken om ze overeind te houden, en is vrijgevig geweest met staatswaarborgen om de interbankenmarkt te ontdooien. Daarnaast zijn er ook ambitieuze relanceplannen aangekondigd die tot doel hebben de economische motor aan de praat te houden. Mirakels moeten daarvan op korte termijn niet worden verwacht. Het duurt gewoonlijk toch enkele maanden voor het effect van de maatregelen zichtbaar wordt.

Maar de overheidsmaatregelen zijn ook bedoeld om een ommekeer in de geesten te realiseren, om het vertrouwen van consumenten en ondernemers te doen weerkeren. Maar dat is een dubbeltje op zijn kant. Als de overheid draconische ingrepen aankondigt, kan dat de perceptie aanwakkeren dat de economische situatie ernstiger is dan gedacht en zo de economische actoren nog meer in het defensief drijven. Bovendien staat iedereen wel te applaudisseren als de overheid met veel vertoon de brand komt blussen. Maar het enthousiasme is minder groot als die brandweer vervolgens ook dicteert hoe het pand opnieuw moet worden opgebouwd. Uit een grootschalige studie van het marktonderzoeksinstituut GfK Custom Research in 2008 bleek dat de mensen over het algemeen bijzonder weinig vertrouwen hebben in de politici.

Veel hangt natuurlijk ook af van de persoonlijkheid van de politici die aan het bewind zijn. Op 20 januari legt Barack Obama de eed af als nieuwe president van de Verenigde Staten. Dat kan de déclic geven die de economie weer op dreef brengt. Obama is jong en energiek. Hij straalt dynamiek uit en heeft vele plannen. Hij kan begeesteren. Dat zou aanstekelijk kunnen werken en een golf van optimisme op gang kunnen brengen die het economische tij verrassend vlug ten goede zou kunnen doen keren. De macht der geesten is immers vaak sterker dan de macht der dingen. Het is alvast opmerkelijk dat het consumentenvertrouwen in de VS in november - de maand van de verkiezingsoverwinning van Obama - onverwacht sterk opveerde. En de ervaring leert dat het snel kan gaan. Met dezelfde snelheid waarmee de economische vooruitzichten de voorbije maanden en weken zijn verlaagd, kunnen ze misschien volgend jaar weer worden opgetrokken. --

Gesponsorde inhoud

Partner content