Bericht uit een steeds gevaarlijker land

©Jim Huylebroek

Bilal is 6 en zijn papegaai heet Toti. Zoals de gewezen voetballer van AS Roma, maar dan met een 't' minder. Misschien droomt Bilal wel van voetbal, welke jongen doet dat niet? Toti is zijn enige vriend. Toen hij vijf was, werd de jongen samen met zijn ouders en 100.000 andere Afghaanse vluchtelingen vanuit Pakistan terug hun land ingeduwd. In Nangarhar, op 150 kilometer van de hoofdstad Kaboel. Daar fotografeerde Jim Huylebroek hen. 'Telkens als ik in die regio ben, ga ik hen opzoeken', zegt de 28-jarige Antwerpse fotograaf. 'Teruggezet worden in Afghanistan is voor die mensen een ramp. Het is er levensgevaarlijk. Dat geldt voor alle mensen die Afghanistan ontvlucht zijn, ook voor de mensen die uit België terug worden weggestuurd. Bilals familie woonde al 30 jaar in Pakistan. Bilal woont nu in een voor hem vreemd land.'

De foto van Bilal met zijn groene papegaai is een van de 32 foto's van Huylebroek die te zien zijn in Co-Left op de Antwerpse Linkeroever. Dat is geen traditioneel museum. Het is een zogenaamde coworking space in een gebouw dat architect Léon Stynen in de jaren 30 ontwierp. Het is een kleine expo van een jonge fotograaf. Maar wel één met durf: in januari 2015 trok Huylebroek naar Afghanistan om daar te wonen en te werken. 'Mijn eindwerk ging over het conflict in Mali', zegt hij, aan de telefoon vanuit Kaboel. 'Ik wilde blijven conflicten fotograferen en sociaal-documentair werk maken. Maar ik wist dat de aandacht voor Mali zou wegvallen. En naar Syrië en Irak, waar IS toen opgang maakte, trokken veel jonge fotografen die met elkaar in competitie zouden gaan. Ik voelde dat hier werk zou liggen als de Amerikanen zich zouden terugtrekken uit Afghanistan.'

Zijn foto's verschenen onder meer in The New York Times, The Guardian en Der Spiegel. Het plan - 'zes maanden blijven' - veranderde. Hij woont er nu ruim drie jaar en blijft nog wel even. 'In Kaboel iets huren was voor mij in het begin onbetaalbaar. Er zitten veel hulp- en ontwikkelingsorganisaties. Hun budgetten zijn enorm en dat merk je. Een kamer in een guesthouse kost 500 euro per maand. Fixers zijn duur. Gelukkig kon ik drie jaar intrekken bij een Afghaanse journalist die voor BBC werkt. Nu huur ik een eigen huis.'

Mislukking

Zag hij veel veranderen? 'In Kaboel is het alleen maar gevaarlijker geworden. Het aantal burgerslachtoffers stijgt jaar na jaar. De taliban controleren nu zeker de helft van het land. Kaboel is een redelijk liberale stad, maar voor alle gebouwen staan nu betonnen muren. Qua veiligheid is het een mislukking. Westerlingen die hier wonen en werken voor hulporganisaties komen alleen buiten in gepantserde wagens en volgens een goed uitgekiende planning.' Maar hij? 'Ik heb een vrij normaal leven. Ik spreek redelijk goed Farsi en als ik buiten Kaboel rondreis, ga ik gekleed zoals de lokale bevolking. Als ik niet op straat kan komen, kan ik niet fotograferen. En respect geeft respect.'

Als kind zag hij bij zijn opa National Geographic en dus beelden van Steve McCurry. 'Ik ga niet liegen, die heeft zeker invloed op mij gehad.' Later ontdekte hij James Nachtwey ('mijn grootste invloed') en Magnum-fotografen als Paolo Pellegrin. 'Ik probeer mooie beelden te maken. Maar niet vrijblijvend. Ik zoek de balans tussen esthetiek en het documentaire. Er is veel leed in Afghanistan.'

In oktober verschijnt Huylebroeks boek 'Unsettled. Three Years Documenting Afghans on the Move.' Daarin zal Bilal staan. Met zijn papegaai. 'Door het verhaal van die kleine mensen leer je wat het probleem is.'

De tentoonstelling van Jim Huylebroeks foto's uit Afghanistan is te zien in Co-Left, Reigerstraat 2 in 2050 Antwerpen. Open elke vrijdag van 10 tot 16 uur, of op afspraak. Nog tot 6 januari.

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect