De duivelstoejager van de Belgische jazz

©Brecht Van Maele

De Belgische jazzmuzikant van het jaar is een Nederlander die zichzelf geen jazzmuzikant vindt. Wie is Fulco Ottervanger? 'Echte jazz durft te falen.'

De Belgische jazz kreeg dit jaar een nieuwe aanvoerder: Fulco Ottervanger (33). Hij is een Nederlander, maar eigenlijk ook een halve Belg omdat hij hier altijd heeft gewoond. Tot zijn achttiende in Brussel, en sindsdien in Gent, waar hij dit jaar stadscomponist werd.

Ottervanger is geen gewone jazzmuzikant. Op zijn tiende luisterde hij naar The Eagles, op zijn zestiende was hij straatmuzikant in Brussel. In plaats van na zijn humaniora verder te studeren, ging Ottervanger in Italië wonen. De studentenstad Perugia werd zijn uitvalsbasis, maar veel met zijn neus in de boeken zat hij daar niet. Wat hij wel deed, was rondreizen met zijn gitaar onder de arm. 'Als 18-jarig gastje op straat 'Waterloo Sunset' van The Kinks naspelen: daar was wel wat lef voor nodig.'

Terug in België schreef hij zich in aan het conservatorium in Gent. Voor piano, noodgedwongen - 'omdat ik iets moest doen'. Hij zegt het met een grijns die zelfrelativering verraadt en tegelijk zijn hele generatie kenmerkt. Anno 2017, het jaar dat de jazz overal zijn honderdste verjaardag vierde, zijn jonge jazzmuzikanten wereldkampioenen in het smeden van crossovers met andere muziekstijlen.

Ottervanger is de duivelstoejager aan de kop van het peloton. De Beren Gieren, zijn hoofdactiviteit waarmee hij dit jaar doorbrak, is een pianotrio dat een tedere paringsdans aangaat met elektronische muziek. Zijn andere groep STADT konkelfoest met krautrock. BeraadGeslagen is zijn op hol geslagen speeltuin met dat andere wonderkind van de Belgische jazz, drummer Lander Gyselinck van STUFF. Voor Symfonieorkest Vlaanderen schreef hij vorige maand een klassieke compositie voor negentig muzikanten. En alsof dat nog niet genoeg is, bricoleert hij thuis ook al tien jaar aan Nederlandstalige popliedjes à la Spinvis. Maar die muziek mag het daglicht nog niet zien.

'Op het conservatorium konden ze niks met mij aanvangen', vertelt de pianist met het lange blonde haar. 'Onze leraren zwoeren bij bebop en de jazzstandards. Ik heb dat wel even gespeeld, je moet je klassiekers kennen, tenslotte, maar week er al snel van af. Ik wou nooit echt doen wat ze me vroegen, verloor altijd de structuur. Dan deed ik een bigbandconcert en begon ik ineens freejazz te spelen. (lacht) Ik ben nogal eigenwijs. Een familietrekje.'

Zijn grootvader was een geslaagd zakenman in de verzekeringswereld. 'Een ontzettende koppigaard, maar wel een man met ontzagwekkend brede interesses: cartografie, architectuur, taal.' Zijn grootmoeder introduceerde hem in literatuur en klassieke muziek. Zijn ouders verhuisden van Den Haag naar Brussel toen zijn vader, een specialist in mededingingsrecht, hier een advocatenpraktijk begon. Hij verdedigde multinationals in hun strijd tegen de kartelwaakhonden. De bondgenoot van de grote bedrijven in hun strijd tegen de kleine man. 'Ik weet niet of ik daar als artiest trots op ben, maar hij heeft wel ontzettend veel bereikt in die wereld.'

Knallen met Miles

Fulco groeide op in Woluwe en studeerde aan de Europese school in Elsene. Bij het Nederlandse expatgezin was er altijd muziek in huis. Zijn moeder is een klassiek geschoolde pianiste, zijn vader speelde gitaar. 'Hun platenbak bevatte zowel klassieke rock als jazz: The Beatles, Crosby, Stills, Nash & Young, Oscar Petersen, Philip Catherine. Als kind was ik toch meer een rocker. De Woodstockaffiche hing boven mijn bed. De grote jazzdoorbraak kwam op mijn zestiende. Met Miles Davis, wie anders? 'Live at the Fillmore East': jóngens, dat was knallen.'

'Fillmore East' is niet toevallig een album uit de fusionperiode van Miles Davis. Jazz op een bedje van ongeregelde rock en psychedelica. In dezelfde periode maakte hij via vrienden in Tienen kennis met 'al die rare popmuziek': Frank Zappa, Kraftwerk, Can, Serge Gainsbourg. 'Jazzpianist Erik Vermeulen was mijn docent in Gent. Hij had veel didactischer kunnen zijn, maar merkte dat ik snel van de jazz weg wou. Hij steunde al mijn verbuigingen naar andere muziek. Let wel: ik heb op de jazzstandards geblokt, met een metronoom zelfs. Ik heb dus heus wel een beetje techniek als pianist. Nochtans vind ik mezelf geen kraan in dat opzicht. Wat is dat ook, techniek? Voor mij is het meer dan nootjes kunnen lezen of naspelen. Techniek is ook: op het juiste moment kunnen zwijgen, of kunnen loslaten als de dingen in de soep lopen.'

Hij vindt zichzelf helemaal geen jazzmuzikant. Het woord jazz heeft vaak iets stoffigs, vindt hij. 'Net door die connotatie van de jazzmuzikant als cerebrale moeilijkdoener, als iemand die alleen met techniek bezig is.' Waar komt dat intellectualistische en hermetische beeld vandaan? 'Hebben we dat niet zelf gecreëerd door het genre in de academische wereld op te sluiten? De associatie blijft soms: jazz is bebop. Het moet swingen en passen in een bar. Een standaardje, een solootje en dan een themaatje. Maar dat houdt geen rekening met zaken als sfeer of zeggingskracht. Jazz is ook: durven te falen. Omdat je in het nú bent en speelt. Goede jazz toont de mens zoals hij is: als een tekortschietend wezen. Daarom vind ik gewoon reproduceren totaal niet interessant.'

'Wij zijn de generatie van de bevrijding. Al die rock en elektronische muziek, dat mag er gewoon lekker in. We willen de dingen verbinden. Het mag grooven en ontroeren. Dat is een van de redenen waarom jazz vandaag zo populair is: jonge muzikanten willen gewoon weer mooie en toegankelijke muziek maken. Tegelijk is de jazzscene volwassener geworden. Er zijn meer managers, organisatoren en zalen die onze muziek ondersteunen. En we durven zelf ook popminded te zijn. Een mooi hoesje, ons imago: enige profileringsdrang is ons niet vreemd. We zijn ons bewust van onze marktwaarde. We kunnen moeilijk anders in deze neoliberale wereld.'

Keerzijde

Maar er is een keerzijde aan het succes. 'Op den duur wordt alles jazz genoemd. Ook middle of the road rock met een blaasinstrument erin. In de afscheidsplaat van David Bowie zat een saxofoon. 'Jazz!', riep iedereen. Dat is ongezond voor de echte, zoekende jazz. Wat als mensen die wél enkel voor de harde improvisatie en hun eigen kleine, waarachtige wereldje gaan, op een dag geen platform meer krijgen?'

Ottervanger is ook een 'zoekende' muzikant, vindt hij: iemand die flirt met de mainstream, maar toch avontuurlijke muziek wil maken. 'Ik ga mezelf nu tegenspreken. Ik kan echt onder de indruk zijn van een jazzmuzikant die erin slaagt een jazzstandard keurig te reproduceren en hem toch fris te laten klinken. (denkt na) Dan zit het in iets anders, nee? Iets uit het persoonlijk leven? Een noodzaak, of zo.'

Maakt hij muziek uit noodzaak? 'Ik denk het wel. Als klein jongetje schreef ik al liedjes en melodietjes. Waarom wil een mens dat? Uit angst om vergeten te worden. Om grip op de realiteit te krijgen, dat zeker ook. Iets opschrijven dat in je aders zit, geeft structuur en duidelijkheid aan je leven. Ach, je kunt daar heel psychoanalytisch in gaan. Ik bedoel maar: samen met je vrouw koken en een weekend niks doen, is evengoed een manier om grip op de realiteit te krijgen. Dat doe ik ook, gelukkig.' (lacht)

Wat hij tegenwoordig nog doet, maar dan in het verborgene: Nederlandstalige popnummers schrijven. 'Pop is waar ik meestal bij uitkom. Het werkt zó bevrijdend! Pop is knutselen: een catchy phrase en een melodie vinden, en ervoor zorgen dat die twee drie, vier minuten lang met elkaar aan de praat blijven. Mijn Nederlandstalige teksten hebben iets surrealistisch. Dat komt ervan als je je hele leven in België hebt gewoond. Kunst wordt hier echt wel gecultiveerd, dat vind ik buitengewoon mooi. België is eigenlijk een gek land. Er is iets vies aan: de straten, de snelwegen, de steden. In Nederland is de ruimtelijke planning fantastisch, maar is het allemaal wat gladder, meer prefab. Dat hoor je ook in de muziek. Belgische muzikanten vertrekken meer vanuit vrijheid. Dat creëert een heksenketelsfeertje in de muziekwereld. Heerlijk!'

Fulco Ottervanger speelt op 14 december met BeraadGeslagen en op 16 december met De Beren Gieren op het festival The New Wave of Belgian Jazz in de AB in Brussel. www.abconcerts.be

6 X FULCO OTTERVANGER

Jazztrio

Met zijn eigen instrumentale groep De Beren Gieren bracht hij dit jaar 'Dug Out Skyscrapers' uit, dé Belgische jazzplaat van het jaar.

Krautrock

Hij zingt en speelt keyboards en gitaar in de seventiesband STADT.

Lander Gyselinck

Samen met de andere wonderboy van de Belgische jazz zit hij in het duo BeraadGeslagen.

Rachmaninov

Op vraag van het Symfonieorkest Vlaanderen schreef hij een orkestraal antwoord op 'The Isle of the Dead' van Sergej Rachmaninov.

Gent

Ottervanger is halverwege zijn mandaat als stadscomponist van Gent. Hij werd gekozen om zijn 'ongebreidelde creativiteit en multi-inzetbaarheid'.

2018

Wat brengt volgend jaar? Albums met STADT en BeraadGeslagen.

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect