De hold-up van Roméo Elvis

©Saskia Vanderstichele

Een jaar geleden was Roméo Elvis een onbekende Brusselse rapper, vandaag lokt hij grote massa's in Wallonië, Frankrijk en Canada. Ook Vlaanderen gaat plat voor zijn Franstalige hiphop. Portret van een zelfverklaarde outsider.

In de fotostudio in Sint-Joost- ten-Node, waar we met Roméo Elvis (24) hebben afgesproken, stijgen zoete wietwalmen op. Terwijl de rapper zich geduldig onderwerpt aan een shoot voor zijn zomerfestivaltournee, die hem in ons land onder meer naar Couleur Café en de Lokerse Feesten brengt, toont manager Robin op zijn laptop een excelsheet vol bonte kleuren. Hij heeft het gevoel dat hij ons moet uitleggen waarom het zo moeilijk was het Brusselse hiphopfenomeen vast te krijgen.

'Zie je die blokken? Ons schema voor deze week: fotoshoots, interviews en concerten. Het is een gekkenhuis, al weken aan een stuk. Morgen vliegen we naar Frankrijk voor een paar festivalshows. En we zijn nog maar net terug van een weekje Canada, waar het ook begint te lopen voor Roméo Elvis. Zalen van 1.000 tot 4.000 man gedaan. En zijn plaat is er zelfs nog niet uit. Het internet, hè. Het is geschift.'

En als u dit artikel op zaterdag leest, is de kans groot dat Roméo Elvis op dat moment op het podium staat van een van de vier (!) festivalshows die hij vandaag moet afwerken in ons land.

Het is een onwaarschijnlijk verhaal. Een jaar geleden wisten alleen zijn vrienden en familieleden wie Roméo Johnny Elvis Van Laeken was. Een jongen uit Vorst, die zijn jeugd doorbracht in de faciliteitengemeente Linkebeek. Kind van gegoede, creatieve ouders. Zijn vader was muzikant van de new-wavegroep Allez Allez en ging later solo als Marka. Zijn moeder Laurence Bibot is een bekende comédienne in Franstalig België.

De Franse rapper MC Solaar kwam weleens over de vloer in het keurige Linkebeek. Telkens als hij een nummer van Roméo Elvis op de radio hoort, belt hij hem op. Of hij dan advies krijgt van de pionier van de Franstalige rap? 'Dat niet, maar hij geeft me kracht.'

Roméo Elvis is intussen aangeschoven voor het gesprek, waarvan hij beminnelijk maar redelijk vastbesloten vraagt of het bij twintig minuten kan blijven. 'Ik heb ontzettend veel aan mijn hoofd vandaag.' En of ik misschien een stoel kan opschuiven? 'Dat is aangenamer voor de psychologie van ons gesprek', zegt hij fijntjes terwijl hij zijn dikke, zwartgeblakerde joint nog eens in brand steekt.

Het is schrikken van zoveel vrijmoedigheid. En toch, zo zal de komende 46 minuten blijken, is Roméo Elvis geen pedante superster. Je zou nochtans voor minder naast je schoenen gaan lopen, als je zo'n boerenjaar achter de rug hebt.

Elvis timmerde al sinds 2013 aan de weg, met twee EP's die niet meteen breed werden opgepikt. Maar toen hij vorig jaar de handen in elkaar sloeg met producer Le Motel, schakelde de rapper prompt van eerste naar vijfde versnelling. 'Morale' stond vol kloeke en solide hiphop waarbij je in elk nummer de polsslag van Brussel kon voelen. Aansluitend dook hij de studio in voor de single 'Bruxelles arrive'. Het rapnummer groeide in geen tijd uit tot een internethit - de teller staat op 3,6 miljoen YouTube-views - en het lijflied van een nieuwe beweging: de Brusselse hiphop. Met Roméo Elvis als uithangbord.

Zo ziet niet alleen de buitenwacht hem, zelfs de kunstwereld springt nu op de kar. Roméo Elvis wordt een van de hoofdfiguren van 'Yo!', de zomerexpositie in Bozar over de hiphopscene. Een 'burgerlijk' kunstenhuis als Bozar dat zijn deuren openzet voor een undergroundcultuur als de hiphop, het is meer dan een slimme marketingtruc om jongeren te bereiken. 'Er beweegt inderdaad van alles in Brussel', zegt Roméo Elvis. 'De hiphop was een beetje uit Brussel verdwenen. In de jaren negentig hadden we De Puta Madre en CNN, maar hun sterren doofden uit na de millenniumwende. Het was weer tijd geworden voor rockmuziek.'

De hiphophausse duurt nu al enkele jaren in onze hoofdstad. Maar is er ook echt sprake van een scene, zoals de makers van de Bozar-expo beweren?

Roméo Elvis: 'Jawel. Er zijn steeds meer rappers, maar ik zou niet van één scene durven te spreken, omdat iedereen compleet andere dingen doet. We hebben allemaal onze eigen stijl. Dat maakt ons exotische vruchten in Frankrijk, en ook in Canada, heb ik nu gemerkt. Ze ontwaren een soort Brusselse identiteit in wat we doen. We musiceren met veel zelfvertrouwen, dat appreciëren de Fransen aan Belgische hiphoppers. Vroeger probeerden alle Belgische rappers te klinken alsof ze uit de banlieues van Parijs kwamen.'

Is zelfvertrouwen de enige verklaring voor het succes?

Roméo Elvis: 'Nee. (wijst naar zijn iPhone) Het internet en de sociale media duwen de dingen naar boven, van de undergound naar de mainstream. Rap blijft een subcultuur die in de klassieke media amper aan bod komt. Het internet raapt de steken op die de mainstreammedia laten vallen. Ik begrijp dat echt niet: rap is ontzettend populair bij jongeren, en toch schrijven jullie journalisten er haast nooit over.'

'Daarnaast is België de afgelopen jaren hip en cool geworden. Politiek en economisch, da's een andere kwestie. Maar cultureel gaat het uitstekend met ons land. (lacht) Als ik voetbal even als een kunstvorm mag beschouwen: het succes van de Rode Duivels - een diverse groep jonge en ambitieuze voetballers - straalt af op de hele natie. Maar wie pas echt alles overstijgt, is Stromae. Hij kwam uit de Brusselse rapscene, en is nu een grote persoonlijkheid, een creatief genie dat loyaal is gebleven aan zijn principes. Iedereen van ons is schatplichtig aan hem.'

Het antwoord op de vraag wat hij als artiest van Stromae heeft geleerd, laat even op zich wachten. Hij jaagt nog eens het vuur door zijn joint. 'Stromae', zegt hij bewonderend, 'heeft de perfecte hold-up gepleegd.'

Hoezo?

Roméo Elvis: 'Hij heeft laten zien dat je perfect mainstream kan zijn met je kliek en je familie zonder dat je naar het pijpen van de muziekindustrie hoeft te dansen. 'We don't need you', zei hij tegen de muziekindustrie. Tot hij zo stevig op zijn benen stond dat hij ze voor hem kon laten werken. Ik probeer dat ook. Ik heb ook mijn eigen vriendengroep met wie ik alles zelf doe: muziek maken, opnemen, mijn merchandising, mijn imago bewaken op Instagram en Facebook. Alleen de verdeling van mijn albums heb ik uit handen gegeven aan een platenmaatschappij (Universal Music, net als Stromae, red.).'

'Je moet ervoor zorgen dat de maatschappijen jóú nodig hebben. Voor mijn volgende plaat heb ik een deal kunnen sluiten met Red Bull.'

Red Bull, de energiedrank?

Roméo Elvis: (lacht) 'Ja, waarom niet? Ze boden ons studiotijd aan en wilden de hotelkosten betalen. We konden kiezen waar: Parijs of Amsterdam. (kijkt naar zijn joint) Amsterdam, dus. Ik zei: 'Oké, vijf dagen maar niet de volledige plaat.' Ik wilde mijn vrijheid bewaren en vermijden dat Red Bull met me aan de haal zou gaan: 'Roméo heeft zijn nieuwe album bij ons gemaakt!'. Ze schrokken. Ik zei: 'Oké, het is dat of niets.'

'Ik wist dat we in een interessante machtspositie zaten. Zij hadden ons meer nodig om hun imago te versterken, dan omgekeerd. En als ze mijn naam straks inzetten voor marketingdoeleinden, et alors? Ik ben niet vies van een beetje merk-denken. Op dat vlak ben ik een product van mijn generatie. Je moet realistisch zijn, dit is een kapitalistische samenleving. Er zijn dingen die me aantrekken in dat systeem, in de economie. Als je slim met het kapitalisme omgaat, koop je één heilig goed: vrijheid.'

In het hiphopmilieu vinden ze zijn koopmanshouding schijnheilig. Terwijl hij het van zijn collega's hypocriet vindt om zo afkerig tegenover de commercie te staan. 'Je kan niet op een podium 'fuck het kapitalisme en de werkgevers' staan roepen, en met het geld dat je verdient je poenige blingblinglevensstijl onderhouden. Zo doen nogal wat rappers het. Nee, dan vind ik mezelf pragmatischer. En eerlijker met mezelf.'

'Ik besef ook wel waar de ergernis vandaan komt. Hiphop is in de jaren zeventig ontstaan in de straten van New York, als een culturele aandachtskreet van arme jongeren uit de zwarte en de latinogemeenschap. De hiphopcultuur - met haar muziek, dans en graffiti - gaf de jeugd een stem en een identiteit. (lachje) En je kan me er bezwaarlijk van verdenken dat ik in armoede ben opgegroeid. Ik heb nooit op straat geleefd, laat staan in een jongerenbende.'

Linkebeek is Molenbeek niet, lachen we. 'Inderdaad. Ik ben bevriend met rappers uit Molenbeek. Dat is toch wel even iets anders. Ik kom uit een 'milieu aisé', zeg ik altijd. Van mijn ouders mag ik het woord bourgeois niet meer gebruiken in interviews. Ze vinden zichzelf niet bourgeois. Dat komt omdat ze allebei in een volkswijk zijn opgegroeid en stapvoets welstellend zijn geworden. Dankzij hen heb ik nooit financiële zorgen gekend. In die zin vind ik mezelf bourgeois.'

Is zijn gegoede afkomst de reden waarom zijn muziek niet erg geëngageerd is? Hij rapt wel over het leven in Brussel, maar altijd met humor en zelfrelativering. En de woordspelingen over zijn cannabisgebruik zijn nooit ver weg. 'In mijn muziek heb ik geen solidair kantje, dat klopt. In het echte leven wel. Maar ik voel me niet geroepen op het podium met mijn vingertje te staan wijzen over de dingen die me dwarszitten. Ik haat moraalridders in de muziek. Zo'n Leonardo diCaprio, schitterende acteur, maar denkt hij nu echt dat hij de planeet gaat redden? Schoenmaker, blijf bij je leest.'

Bent u het eens met de kritiek dat het de hele Brusselse hiphopscene aan maatschappelijk engagement ontbreekt? Er is nochtans genoeg om je druk over te maken: terreur, armoede, ongelijkheid.

Roméo Elvis: 'Jazeker. De vraag is: is het erg dat we niet zo geëngageerd zijn in onze songs? Ik denk het niet. Het is al erg genoeg gesteld met de wereld, mogen artiesten dan niet gewoon voor een beetje vermaak zorgen? Waarom staan jongeren vandaag niet meer op de barricades? Die vraag houdt me al een tijdje bezig. Ik denk dat het door het internet komt. Vroeger hadden mensen minder informatiebronnen ter beschikking, waardoor ze meer in de diepte konden gaan en hun strijdpunten konden kiezen. Door de overdaad aan informatie weten mensen niet meer waar hun kop staat. We denken dat we alles weten, maar in werkelijkheid sluiten we ons af van de informatie die we niet willen horen.'

Ze zijn dun gezaaid, de Franstalige rappers die moeiteloos de oversteek naar Vlaanderen maken. Roméo is het gelukt. In Gent en Leuven brulden dit voorjaar tussen 600 en 1.000 fans zijn teksten mee. Zelfs in Roeselare zat de zaal vol. En deze zomer moeten de Lokerse Feesten en het Rivierenhof in Antwerpen voor de bijl.

Geen seconde had hij durven te dromen dat de Vlamingen zo voor zijn muziek zouden vallen. 'Ik had niet eens door dat het een markt was, en dat bedoel ik niet negatief. Hoewel Linkebeek in de praktijk een Franstalige gemeente is, voelt het alsof ik in Vlaanderen ben opgegroeid. Mijn vader sprak Nederlands tegen me. Ik ben het meeste vergeten, maar als ik in Vlaanderen optreed, probeer ik toch altijd een woordje Nederlands te spreken. (met keurige tongval) Vanavond ben ik een beetje Antwerpenaar met jullie. Ik forceer het niet, maar de Vlamingen voelen wel dat ik affiniteit met hen heb. Dat is, denk ik, een verklaring voor mijn succes bij jullie. Ik speel geen rolletje. Oprechtheid, komt het daar niet bij elke artiest op neer?'

Hij heeft lang gedacht dat Vlaanderen een ander land was. 'Het blijven in de praktijk twee landen, jammer genoeg. De erkenning uit Vlaanderen maakt me nog meer gehecht aan mijn Belgische nationaliteit. Ik speel ook dolgraag bij jullie. Alles is beter georganiseerd. Het materiaal en de ontvangst zijn van hoge kwaliteit, en we krijgen altijd lekker eten. De beste concertzalen in Brussel - de AB en de VK - zijn overigens Vlaamse zalen.'

De rapper wijst naar onze bandopnemer. 'Zo, nu heb je veel meer tijd gekregen dan twintig minuten. Kunnen we afronden?'

Nog even snel: bent u nu het gezicht van de Belgische hiphop?

Roméo Elvis: 'Nee. Dat is Damso (Franstalige rapper van Congolese afkomst, red.). Door hem kon ik worden wie ik nu ben. Ik blijf liever een outsider: iemand die zich het gerieflijkst voelt in de marge van de scene.'

Maar u bent helemaal geen outsider meer. U hebt een hold-up op het genre gepleegd.

Roméo Elvis: (wuift) 'Och.'

Gaat het niet te snel?

Roméo Elvis: 'Een klein beetje. Maar ik sta er niet alleen voor. Ik heb mijn crew en mijn management, allemaal vrienden die me tegen de buitenwereld beschermen. Onze band is vriendschappelijk en broederlijk, en tegelijk hyperprofessioneel. Ik weet niet of ik dit leven zonder hen zou volhouden: van jetlag naar fotostudio naar concertpodium. Dat is uitputtend. En nu dit interview.' (zucht)

'En er zijn mijn ouders, natuurlijk. Ik ga elke zondag eten in Linkebeek. Dan praten we over mijn carrière en die van mijn zus, zij zingt ook. Wat ze dan zeggen? 'Pas op voor de valkuilen en ontspan je op tijd.' Ze kijken erop toe dat hun zoon niet te hard wordt geleefd. Maar in deze fase van mijn carrière is dat niet altijd gemakkelijk.'

Hij kijkt naar zijn vrienden, die ongedul-dig op hem staan te wachten om de fotoshoot te hervatten. 'Volstaat dit?'

HIPHOP IN HET MUSEUM

Hoewel hiphop als muziek- en levensstijl erg populair is bij jongeren, wordt de stroming nog altijd weggezet als een antiburgerlijke subcultuur. Net daarom is het opmerkelijk dat het kunstencentrum Bozar een grote expo aan 35 jaar hiphop in Brussel wijdt. '

Yo!' is een eerbetoon aan een complexe cultuur en aan de verschillende disciplines en generaties die het genre in Brussel telkens weer hebben verfijnd. De bezoekers maken kennis met archieven en voorwerpen van Roméo Elvis en zijn voorgangers. Er zijn dj- en graffitiworkshops, performances en debatten. Naast de ingang worden een skateramp, een graffitimuur en zelfs een openluchtzwembad gebouwd.

Vanaf 28 juni in Bozar in Brussel.

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect