De personenbelasting voor u ontward

De vakbonden voeren de hele maand actie om elke euro gelijk te belasten, of die nu uit arbeid of uit kapitaal wordt verdiend. Ook politici zetten een vereenvoudiging van het belastingstelsel bovenaan op de agenda. Tot het zover is, blijft de personenbelasting een kluwen waar een kat haar jongen niet in terugvindt.

De regering-Michel kan dankzij de taxshift een pluim op haar hoed steken. België kende in 2016 de op twee na sterkste daling van de fiscale druk in de eurozone. Daardoor verloor ons land zijn status als Europees kampioen fiscale druk. Die blijft met 46,8 procent wel nog altijd beduidend hoger dan het gemiddelde van 41,3 procent in de eurozone. 'De daling van de belastingdruk zal de komende twee jaar nog versnellen', voorspelt minister van Financiën Johan Van Overtveldt (N-VA). Volgend jaar wordt onder meer het belastingtarief van 30 procent geschrapt, waardoor een groter deel van het inkomen lager wordt belast.

Toch domineren rechtvaardiger belastingen het debat. De vakbonden betogen de hele maand december in verschillende steden in België voor meer fiscale rechtvaardigheid en een echte bestrijding van de belastingparadijzen. Zij willen dat elke euro hetzelfde belast wordt, of die nu verdiend wordt met werken of uit kapitaal.

Ook politici hebben - in de aanloop naar de verkiezingen - de mond vol van een eenvoudiger fiscaliteit. Open VLD pleit voor een vlaktaks, waarbij alle soorten inkomsten boven een groter belastingvrij deel belast worden aan een uniek tarief van 30 procent. CD&V is voorstander van een tweepijlersysteem, waarin arbeidsgebonden inkomsten progressief en inkomsten uit vermogen tegen een vast tarief belast worden.

Van Overtveldt wil dat de Hoge Raad van Financiën tegen eind 2018 een grote belastingverlaging en -vereenvoudiging uitwerkt die het verschil tussen werken en niet-werken groter maakt. De Raad moet ook de rist belastingaftrekken en tarieven onder de loep nemen, want rechtvaardige belastingen zijn ook eenvoudige belastingen. De 885 codes op de belastingbrief illustreren ten voeten uit dat het huidige systeem allesbehalve eenvoudig is. Dat is te wijten aan een fiscale koterij van speciale tarieven, aftrekposten, vrijstellingen en belastingverminderingen.

Een belastingverlaging op arbeid kan worden betaald met een gedeeltelijke of volledige verschuiving naar andere belastingen, zegt Van Overtveldt. Werken is niet de enige manier waarop iemand geld kan verdienen. Op dit moment wordt een belastingplichtige die geld verdient uit kapitaal of vastgoed anders belast dan iemand die geld verdient door te werken.

Bovenstaand schema geeft aan welke tarieven geheven worden op de drie vormen van inkomsten. Het schema is erg vereenvoudigd. Het bevat enkel de basistarieven voor de inkomstensoorten en negeert volledig de fiscale aftrekken, vrijstellingen en belastingverminderingen die de uiteindelijke belastingdruk temperen voor wie er maximaal gebruik van maakt. Ondanks de vereenvoudiging valt de wirwar aan tarieven meteen op, net zoals de hoeveelheid situaties die bepalen welk tarief van toepassing is.

Arbeid

Inkomen uit arbeid wordt progressief belast. De tarieven variëren van 25 tot 50 procent. Daar komt nog een gemeentebelasting bovenop.

Een deel van uw inkomen wordt niet belast dankzij de belastingvrije som. Sommige vormen loon worden voordeliger of zelfs niet belast. Denk aan de collectieve bonus, maaltijdcheques of een bedrijfs- wagen. Ook uw gezinssituatie bepaalt uw belastingdruk. Tot slot kunt u de belastingfactuur drukken dankzij uitgaven die recht geven op een belastingvermindering, zoals kinderopvang of pensioensparen.

Vermogen

Terwijl de regering-Michel met de taxshift de belastingdruk op beroepsinkomsten tempert, is de belastingdruk voor spaarders en beleggers sinds 2011 verdubbeld. De roerende voorheffing op intresten en dividenden ging van 15 naar 30 procent. Op spaarboekjes bleef het tarief op 15 procent. De fiscale vrijstelling zakt volgend jaar van 1.880 euro naar 940 euro intresten. In de plaats wordt de eerste schijf van 627 euro dividenden vrijgesteld. Wie meerwaarden boekt, betaalt daar in principe 33 procent belastingen op, tenzij hij kan aantonen dat ze kaderen binnen 'een normaal beheer van het privévermogen'.

Daar blijft het niet bij voor beleggers. Ze betalen ook nog een resem andere taksen, zoals de beurstaks die volgend jaar opnieuw omhooggaat en daardoor sinds 2011 meer dan verdubbelde. De beurstaks is geen belasting op inkomen, maar een transactiebelasting. Volgend jaar komt daar nog de effectentaks bij voor wie meer dan 500.000 euro roerend vermogen bezit. Ondanks het minieme tarief van 0,15 procent betekent de invoering van die taks een aardverschuiving in het Belgische belastingsysteem. Het is de eerste keer dat het pure bezit van kapitaal de basis vormt om een taks te heffen.

Vastgoed

Vastgoedeigenaars zijn vertrouwd met een 'bezittaks' op hun woning, tweede verblijf of verhuurd pand. Iedereen betaalt jaarlijks de onroerende voorheffing. Die is gebaseerd op het kadastrale inkomen (ki) van de woning. Dat ki moet de theoretische verhuurwaarde van het pand weergeven, maar is sinds 1974 niet meer geactualiseerd en is dus hopeloos verouderd. Daardoor valt de jaarlijkse factuur van de onroerende voorheffing relatief mee.

Als u vastgoed verhuurt, worden die huurinkomsten bij uw andere inkomsten geteld om ze te belasten tegen uw marginale aanslagvoet. Dat is het tarief van de hoogste belastingschaal waarin uw inkomen valt, vaak dus 50 procent. Toch blijft de belastingdruk op verhuurd vastgoed binnen de perken. Want tenzij u aan een professional verhuurt, wordt u niet belast op uw werkelijke huurinkomsten, maar op het ki van het pand. Zoals gezegd bedraagt dat ki vaak maar een fractie van de werkelijke verhuuropbrengst.

Tegenover de relatief gunstige belasting op het bezitten en verhuren van vastgoed, staat dan weer dat Belgen die vastgoed kopen behoorlijk veel transactiebelastingen betalen. Er wordt 10 procent aan registratierechten op geheven. Er is het klein beschrijf van 5 procent voor woningen met een laag ki, maar de fiscus controleert sinds kort of dat ki wel overeenstemt met de werkelijkheid. Als dat niet het geval is, dan wordt 10 procent registratiebelasting geheven.

Vastgoed aankopen zal in de toekomst mogelijk nog duurder worden. Vlaams minister van Financiën Bart Tommelein (Open VLD) werkt aan een hervorming van het verkooprecht. Hij mikt op een eengemaakt tarief dat niet meer afhangt van het hopeloos verouderde ki, maar van de werkelijke aankoopprijs.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect