De stok van Harmel

Een halve eeuw geleden boog de Belgische minister van Buitenlandse Zaken Pierre Harmel zich over de toekomstige NAVO-taken en de houding tegenover de toenmalige Sovjet-Unie. Een denkoefening die Europa na al die jaren best kan overdoen om de betrekkingen met Rusland te evalueren.

Het Egmont-Koninklijk Instituut voor Internationale Betrekkingen ontleent zijn naam aan het bekende paleis aan de Brusselse Kleine Zavel. In dat voormalige verblijf van de prinselijke familie Arenberg organiseerde het Instituut deze week een colloquium rond het NAVO-rapport dat toenmalig Belgisch minister van Buitenlandse Zaken Pierre Harmel een halve eeuw geleden voorlegde aan zijn collega's van de alliantie. Enkele jaren eerder was de Luikse christendemocraat acht maanden lang premier geweest. Maar hij was veel te aardig om lang eerste minister te zijn. Dat laatste was een bewering van zijn partijgenoot Paul Vanden Boeynants, in wiens regering Harmel in 1966 minister van Buitenlandse Zaken werd.

Uitgerekend in januari van dat jaar had de Franse president Charles de Gaulle in een brief aan de Amerikaanse president Lyndon B. Johnson laten weten dat Frankrijk zich terugtrok uit de militaire structuur van de NAVO. Dat betekende dat alle buitenlandse troepen hun basissen en installaties moesten ontruimen en Frankrijk verlaten. De Gaulle, die tijdens de Tweede Wereldoorlog in Londen al op gespannen voet leefde met de Amerikanen, ergerde zich mateloos aan hun almacht binnen de NAVO, en dit was het resultaat. Als om zijn onafhankelijkheid te benadrukken trok De Gaulle eind 1966 op staatsbezoek naar Moskou, waar hij met alles egards werd binnengehaald en waar naderhand de Franse militairen graag geziene gasten werden.

Door het eigenzinnige optreden van de Gaulle werd er ernstig rekening mee gehouden dat Frankrijk zijn NAVO-lidmaatschap zou opzeggen, met een uiteenrafeling van de verdragsorganisatie als gevolg. Jaren later zou blijken dat die vrees onterecht was. Want in augustus 1967 tekenden generaal Lyman Louis Lemnitzer, de Amerikaanse opperbevelhebber in Europa, en de Franse stafchef, generaal Charles Ailleret, een geheim akkoord over de inzet van de Franse legers in Duitsland in geval van een Sovjetaanval. Daardoor bleef de Franse militaire bijdrage aan de NAVO feitelijk onveranderd. Bovendien blijkt nu uit 'Pour une Europe de l'Atlantique à l'Oural', het boek van de Franse Rusland-specialist Gaël-Georges Moullec over de Franse toenaderingspolitiek tussen 1956 en 1974, dat de Sovjets zich het Franse optreden weliswaar lieten welgevallen, maar toch voorrang gaven aan de betrekkingen met de veel machtiger Verenigde Staten.

Dubbel spoor

Toch wilde Manlio Brosio, de voorzichtige Italiaanse secretaris-generaal van de NAVO, aanvankelijk het rapport van Harmel onder mat vegen, om verdere interne verdeeldheid te voorkomen. Maar Harmel had goed geluisterd tijdens zijn gesprekken met tal van kopstukken in en rond de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie. Zijn rapport werd in 17 paragrafen samengevat op twee A4'tjes. Aan de basisteksten van het NAVO-verdrag werd niet geraakt. De bondgenoten behielden het recht om een eigen buitenlandse politiek te voeren. Daarmee hield Harmel de Fransen aan boord. Van sabelslijpersjargon als 'massive retaliation' of 'flexible response' was geen sprake meer. Harmel opteerde voor een dubbelspoor: het nastreven van detente in de relatie met het Oostblok en tegelijk een stevige defensie uitbouwen waarin West-Duitsland werd verankerd. De hele teneur van het Harmel-rapport kwam neer op hoe de Amerikaanse president Theodore Roosevelt diens buitenlandpolitiek placht te omschrijven: 'Praat zacht en draag een grote stok'. Met een zucht van opluchting werden de aanbevelingen in Harmels rapport in december 1967 aangenomen tijdens de ministeriële NAVO-meeting.

Ostpolitik

Volgens zijn biograaf Vincent Dujardin en de politicoloog Rik Coolsaet werd het rapport naderhand fel tegen de zin van Harmel als een doctrine omschreven. Hijzelf had het veeleer over een politiek die andere initiatieven op de sporen zou helpen. Want niet alleen de Fransen sleutelden aan hun relaties met het Oostblok. Wat later had Egon Bahr, de adviseur van de Duitse kanselier Willy Brandt, zijn eerste discrete gesprekken met Joeri Andropov, later kortstondig partijsecretaris in de Sovjet-Unie, om de Duitse Ostpolitik in te leiden. En ondanks de oorlog in Vietnam hengelden zelfs de Amerikanen naar betere relaties met de Sovjets.

Wat de Sovjets precies dachten over die NAVO-wending en het rapport van Harmel ligt nog besloten in de Russische archieven. Wel bekend is dat de Oost-Duitsers hebben geprobeerd om de toenaderingspogingen van Brandt te saboteren. In Moskou daarentegen beseften kopstukken als Andropov dat de Koude Oorlog economisch niet vol te houden was en dat daarom gepraat moest worden over toenadering en ontwapening.

Het rapport van Harmel kwam dus op het juiste moment en effende de weg voor de oprichting van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa en voor de Helsinki-akkoorden, die in 1975 hun beslag kregen. Precies die akkoorden bespoedigden het uiteenvallen van de Sovjet-Unie, dat inderdaad met economische aftakeling en met een groeiend verzet van dissidenten werd geconfronteerd. Jacques Andréani, de Franse hoofdonderhandelaar in Helsinki, beschreef ooit in zijn boek 'Le Piège' hoe de Sovjets in Helsinki naar hun ondergang werden gedreven door mee het respect voor de mensenrechten en voor de gelijkheid van de volkeren en hun zelfbeschikkingsrecht te onderschrijven. Het communistische regime raakte zo gaandeweg losgekoppeld van de Oost-Europese satellieten. Michail Gorbatsjov zou uiteindelijk ondervinden dat tirannieën niet bestand zijn tegen hervormingen.

Het valt te betwijfelen of de lijn uitgezet door Harmel vandaag nog richting geeft aan de NAVO-politiek, zoals tijdens het colloquium werd beweerd. Door de snelle uitbreiding van de NAVO tot aan de voordeur van de Russische Federatie werd de aangeboren argwaan van het Kremlin, altijd beducht voor omsingeling, alvast aangewakkerd. In 2007 al waarschuwde Poetin tijdens de veiligheidsconferentie in München dat die aanpak niet strookte met de beloften die gedaan waren om van Moskou de steun voor de Duitse hereniging te bekomen. De pogingen om ook Oekraïne in het EU-kamp - laat staan in de NAVO - te brengen, legde de lucifer bij de hooiberg. Dat Rusland in dat geval de Krim, de thuishaven van de Zwarte Zeevloot, zou aanhechten stond in de sterren geschreven. Economische sancties vermochten daar niets tegen. En uiteindelijk bleek de NAVO, net als tijdens het conflict in Georgië, niet eens bereid haar zware stok te gebruiken om Oekraïne te beschermen. Wat de status van Poetin in eigen land vergrootte en hem een jaar later de moed gaf om in Syrië militair in te grijpen.

De Europese Unie, waarvan de meeste landen ook NAVO-lid zijn, keek bij dit alles lijdzaam toe. Ze stapt zelfs helemaal mee in de Poetin-obsessie die zich van Washington meester heeft gemaakt. Op de website van het tijdschrift Foreign Affairs roept gewezen Democratische vicepresident Joe Biden nu op tot actie tegen Rusland, dat volgens hem de aanval heeft ingezet op de westerse democratische instellingen. Wat Biden niet uitlegt, is hoe dat land daartoe in staat is. De Russische economie weegt nauwelijks zwaarder dan de Zuid-Koreaanse en het defensiebudget is ruim acht keer kleiner dan het Amerikaanse.

De Europese Unie, die een eigen defensie wil uitbouwen, handelt verstandig als ze de oefening van Harmel nog eens overdoet. Want het Rusland van vandaag is lang niet meer de hegemoon die het Oostblok aanstuurde. Vergeleken bij de Europese Unie is het een overbewapende economische dwerg.

Paleis der Natie is de wekelijkse opiniebijdrage van Rik Van Cauwelaert voor De Tijd.

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect