Het Haagse offer van Jeroen Dijsselbloem

Luuk van Middelaar is politiek filosoof en bekleedt de leerstoel 'Europese waarden' aan de Université catholique de Louvain. Onlangs verscheen zijn boek De nieuwe politiek van Europa (Historische Uitgeverij).

In Europese zaken begint het voorsorteren voor het verkiezingsjaar 2019, wanneer een nieuw Europees Parlement wordt gekozen. Dat betekent een nieuwe voorzitter van de Commissie (Jean-Claude Juncker stelt zich niet beschikbaar), een nieuwe buitenlandwoordvoerder (nu Federica Mogherini, die allicht graag bijtekent) en een nieuwe voorzitter van de Europese Raad (Donald Tusk kan niet worden herbenoemd). Het toeval wil dat ook het achtjarige mandaat van Mario Draghi, voorzitter van de Europese Centrale Bank (ECB), einde 2019 afloopt.

In de week waarin België een succes boekte met de benoeming van politietopvrouw Catherine De Bolle tot hoofd van Europol werd dit voorsorteren zichtbaar in een hoogst ongebruikelijke actie van de Nederlandse regering. Den Haag liet zijn eigen man Jeroen Dijsselbloem keihard vallen als voorzitter van de eurogroep, het gremium van ministers van Financiën van de eurozone. Berlijn en Parijs hadden gevraagd of de oud-PvdA-minister tot januari 2019 wilde bijtekenen. Daarmee lag de bal voor een topbenoeming op de stip, maar de Nederlandse premier Mark Rutte weigerde zelf die erin te knallen.

Het verhaal luidde dat Den Haag het kruit droog wilde houden voor andere benoemingen, zoals die van topambtenaar Hans Vijlbrief (D66) tot voorzitter van de werkgroep die de euroministerraden voorkookt, of om de Nederlandse bankpresident Klaas Knot richting ECB te lanceren. En wie weet denkt Mark Rutte (VVD) zelf aan een Europese toekomst. Deze week belandde de Nederlandse premier met stip op vier op een Brussels roddellijstje van personen die 2018 gaan bepalen: Politico.eu ziet hem als 'toekomstige Europese-Raadsvoorzitter'. Dat is vast niet het hoofdmotief om Dijsselbloem te offeren, maar allicht wel om als diens opvolger niet de liberale Luxemburgse kandidaat Pierre Gramegna te steunen maar nota bene een Portugese sociaaldemocraat. Dan kan volgend jaar niemand zeggen dat er te veel liberalen op topfuncties zitten.

Nederlands nieuwe minister van Financiën Wopke Hoekstra (CDA) kwam met een inhoudelijk argument voor het Dijsselbloem-offer: Nederland wil dat de eurogroep wordt geleid door een zittende minister, 'die het erbij doet' - dus geen voltijder. Die vraag raakt de kern van de eurozonehervorming. Parijs had wel oren naar de verlenging van Dijsselbloems mandaat, juist omdat hij géén minister meer is. Een scheiding van een nationaal mandaat en een Europese rol zou een precedent scheppen, een opstapje naar meer. Macron vindt dit idee interessant, terwijl Nederland fel tegen is. Zo bezien was de Franse steun voor Dijsselbloem een lokkertje en gniffelen ze in Den Haag dat ze er niet in trapten. Maar dat is te vroeg gegniffeld.

Niet alles kan bij het oude blijven. De eurocrisis heeft getoond hoe politiek het runnen van een muntunie is. Dat is niet alleen technocratisch regels toepassen maar ook: keuzes maken, handelen in de openbaarheid, het Europese publiek overtuigen. Daarom kwam er felle kritiek op de machtige maar ondoorzichtige eurogroep. Juncker gaat in de overdrive met de superminister van Financiën, waarvoor hij deze week plannen voorstelde: die zou twee petten dragen, die van Commissie-vicevoorzitter en die van eurogroepvoorzitter, plus het internationaal euro-aanspreekpunt zijn, reddingsfondsen beheren, ECB-vergaderingen bijwonen, rekenschap afleggen aan het Europees Parlement en nationale parlementen bezoeken. Een machtsgreep, zonder oog voor evenwichten. En met zoveel taken ineen dat je kunt uittekenen wat uit de agenda wegvalt: nationale parlementen.

Daarentegen valt er veel voor te zeggen de bijbaan van eurogroepvoorzitter op te waarderen tot een voltijdse. Die persoon zou niet alle sleutels in één hand hebben, maar wel zichtbare politieke verantwoordelijkheid dragen en eurobesluiten in Straatsburg en nationale hoofdsteden kunnen verdedigen. De muntunie heeft niet alleen door de improvisaties uit de crisis een ratjetoe aan instellingen, zoals Juncker doet voorkomen, maar ook omdat het schipperen blijft tussen de ene munt met haar Centrale Bank enerzijds, en de negentien nationale democratieën met hun belastingbetalers anderzijds. Niet een superminister, maar een voltijds eurogroepvoorzitter doet aan die situatie recht. Daar had Nederland steun bij België voor moeten vragen.

Advertentie
Advertentie