Laagsteprijsgarantie, maar niet op de beurs

Dat er geen zekerheden zijn in het leven, laat staan op de beurs, is een open deur intrappen. Jarenlang gold de warenhuisgroep Colruyt als een stabiel goedehuisvaderaandeel dat je bijna blind kocht en tot aan je pensioen in je portefeuille koesterde. Net als de hoogspanningsnetbeheerder Elia leek het met zijn stabiele en licht stijgende koers en zijn onwrikbaar dividend meer op een staatslening dan op een aandeel. De retailgroep uit Halle verkoopt levensnoodzakelijke zaken als eten en drinken.

Maar de rots waarop u - een deel van - uw portefeuille kon bouwen, is niet meer intact. Er zitten al jaren scheurtjes en barsten in, de jongste jaren brokkelen er zelfs stukken af. Eten en drinken doen we nog allemaal, maar de concurrentie van de Lidls en Aldi's van deze wereld is dermate groot geworden dat de dure belofte die Colruyt gezworen heeft - steeds de laagste prijzen aanbieden - zich tegen hem begint te keren. De harde strijd van de discounters knaagt niet alleen aan de omzet, maar ook (een beetje) aan de marges. Bovendien raakt de Belgische markt stilaan verzadigd en een (bijna) zuivere thuisspeler als Colruyt voelt dat.

Werk aan de winkel

Dat de kruidenier van de familie Colruyt nog steeds marktaandeel wint, laat analisten en investeerders koud. De hongerige belegger is vooral gefascineerd door aandelen die groei neerzetten - zoals de projectontwikkelaar VGP of de luierfabrikant Ontex - of die potentiële groei beloven, zoals de meeste biotech- en technologiebedrijven. De hamvraag is of het ondernemingsmodel van Colruyt op termijn houdbaar en rendabel blijft. Het antwoord wordt in grote mate bepaald door de manier waarop de groep innoveert. Voor de uitwerking van haar onlinemodel is volgens waarnemers nog werk aan de winkel.

Volgens zowat alle ratio's en modellen van de analisten kost het aandeel van de groep nog altijd te veel, ondanks de stevige correctie deze week. 'Colruyt is duurder dan zijn sectorgenoten en dat is niet terecht', klonk het bijna unisono. Het aandeel noteert tegen 19 keer de verwachte winst voor het huidige boekjaar en tegen 8,2 keer de verhouding bedrijfswaarde tegenover de operationele winst (EV/ebitda). 'Dat is een premie van zowat 10 procent tegenover de sector. We verkiezen andere winkelketens', zegt Fernand De Boer, analist van Degroof Petercam. Het aandeel verloor deze week bijna 8 procent en belandde op zijn laagste niveau sinds oktober 2015.

Wie naar de harde cijfers kijkt, kan er nochtans niet omheen dat Colruyt al vier jaar een bijna stabiele nettomarge van circa 4 procent neerzet en een dividendrendement produceert dat sinds 2011 gemiddeld nooit onder 2 procent dook. Toegegeven: in vergelijking met concurrenten als Ahold Delhaize en Carrefour - die ruim boven 3 procent zitten - is ook die prestatie matig. Maar met een rendement van 2,67 procent zit Colruyt ruim 2,1 procentpunten boven de opbrengst van overheidspapier op tien jaar, terwijl het daar in 2011 met ruim 1,7 punten onder zat.

De detailhandelaar uit Halle moest zich sinds 2011 bovendien nooit forceren bij de uitkering van de winst: de pay-outratio bleef in die periode nagenoeg stabiel (ze steeg lichtjes van 43 naar 45,4%). Als je dat combineert met de cashberg waarop het bedrijf en de familie zitten, blijkt dat de groep, zelfs als de markt- en de economische omstandigheden nog moeilijker worden, de finan- ciële ruimte heeft om dat divi- dendrendement te behouden en zelfs verder op te krikken. Ze kan ook de koers ondersteunen. Om die reden wil de analist van Degroof Petercam Colruyt niet meteen afschrijven. 'Zowel Colruyt als de familie koopt aandelen bij als de koers fors zakt. Daardoor lijkt het neerwaartse risico beperkt en raden we aan de aandelen bij te houden', zegt De Boer.

Mattheuseffect

Toen Galapagos het in april nodig vond extra cash op te halen via een kapitaalverhoging - ook al bulkt het biotechbedrijf van de liquiditeiten - stond iedereen te springen om in te tekenen. 'De klus is zo geklaard, iedereen wil onze aandelen', klonk het zelfverzekerd uit de mond van CEO Onno van de Stolpe. Hij kreeg gelijk. Voor de gastankerrederij Exmar en het biofarmaceutisch bedrijf ASIT Biotech draaide het anders uit. Ze ondervonden dat het Mattheus- effect nooit ver weg is. Iedereen staat te dringen om geld te geven aan wie erin zwemt, maar wie de cash het hardst nodig heeft, raakt er het moeilijkst aan.

Asit Biotech was op Sapec na de sterkste daler van de week. Het bedrijf trok vorig jaar naar de beurs. Het haalde 23 miljoen euro op, maar daar blijft nog maar een derde van over. 'Onvoldoende', vindt KBC Securities, zeker na de tegenvallende studieresultaten voor een hooikoortsmiddel. Er is een nieuw onderzoek nodig, maar dat kost geld en dat kan een probleem worden, aldus het beurshuis. Nicolas Saverys van Exmar kan er ook over meespreken: ondanks de belofte van een woekerrente is het noodlijdend bedrijf er niet zeker van dat het een bestaande obligatielening met enkele jaren kan verlengen.

Calimero

Bij de meeste kleine aandeelhouders van de holding Sapec overheerste deze week het 'zij-zijn-groot-en-ik-ben-klein-en-dat-is-niet-eerlijk'-gevoel. Het is niet de eerste keer dat de particuliere belegger er bekaaid afkomt als een hoofdaandeelhouder en/of een familie het bedrijf van de beurs haalt, denk maar aan Transics. Dit keer heeft het veel te maken met de roerende voorheffing van 30 procent. Dat zit zo: Soclinpar, de holding van de familie Velge, bracht begin deze week een bod van 60 euro uit om Sapec van de beurs te halen. Daar kwam een eerder beloofd superdividend van 150 euro bruto bij, een groot deel van de opbrengst van de verkoop van de divisie agrobusiness eind vorig jaar. Na afhouding van die voorheffing blijft daar 105 euro van over, samen is dat 165 euro. Toch steeg het aandeel dinsdag naar 180 euro. Waarom?

Institutionelen bleven kopen tot aan de couponknip woensdag. Ze betalen geen roerende voorheffing, omdat het om een transactie tussen bedrijven gaat. Ze konden op de volle pot rekenen, 210 euro. Intussen prijkt Sapec op de koerstabellen als grootste daler omdat het zonder dat superdividend noteert.

Maar niet alleen de roerende voorheffing zorgt voor het Calimerogevoel. Sapec heeft ook slecht gecommuniceerd. Als de bedrijfstop open kaart had gespeeld, hadden veel kleine beleggers allicht niet tegen een lagere prijs verkocht.

Gelukkig was het niet allemaal kommer en kwel in Brussel. Samen met de zinkprijs kende Nyrstar een stevig herstel, al noteert het nog altijd bijna de helft lager dan begin dit jaar. De grondstoffengigant Glencore zal Nyrstar helpen bij de herontwikkeling van zijn fabriek in Port Pirie in Australië. Port Pirie is een cruciaal project voor de Belgische zinkgroep.

Guido Meeussen is redacteur Beleggen bij De Tijd

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect