Liever een camera dan een mes

'The Invisible Man', Harlem, New York, 1952. ©Photograph by Gordon Parks. Courtesy of and copyright The Gordon Parks Foundation

Met zijn camera als wapen trok de Amerikaanse fotograaf Gordon Parks vanaf eind jaren veertig de straat op om armoede, racisme en sociale ongelijkheid aan de kaak te stellen. Zijn pionierswerk is vandaag nog even relevant.

Filmliefhebbers kennen Gordon Parks (1912-2006) als de regisseur van 'Shaft'. Maar toen de blaxploitationklassieker in 1971 op het witte doek kwam, had hij er al een boeiende carrière op zitten bij het prestigieuze Life Magazine. Hij was er de eerste zwarte fotograaf op de payroll en raakte met zijn geëngageerde reportages een gevoelige snaar. Natuurlijk was hij erbij tijdens de mars op Washington, toen Martin Luther King zijn 'I Have a Dream'-toespraak hield. Maar zijn betrokken documentaire stijl kwam nog meer tot zijn recht als hij kon doordringen in de persoonlijke levenssfeer van zijn onderwerpen.

Het foto-essay 'Harlem Gang Leader', zijn eerste opdracht voor Life in 1948, was een schoolvoorbeeld van wat je embedded social photography kan noemen. Parks had het vertrouwen gewonnen van Red Jackson, de 17-jarige bendeleider van de Midtowners, en trok vier weken in zijn zog door de verpauperde straten van Harlem. Het leverde rauwe scènes op die verder kijken dan de actie. Je ziet Jackson een rivaliserende bende begluren vanuit een verlaten pand, terwijl hij zijn volgende stap overpeinst. Te midden van het geweld zorgt de lens van Parks voor reflectie over wat zich echt afspeelde in de marge van de samenleving.

Dat is misschien wel de belangrijkste conclusie van de rondreizende tentoonstelling 'I Am You. Selected Works 1942-1978', die na passages in Berlijn en München in Amsterdam is beland. Een 120-tal werken - originele prints, contactvellen, tijdschriften en filmfragmenten - belichten in FOAM het volledige oeuvre van de eerste Afro-Amerikaanse fotograaf die werd opgepikt door de mainstreammedia. De blanke middenklasse smulde van zijn vaak aangrijpende reportages over mistoestanden, die tot dan toe vaak onderbelicht waren gebleven in de pers.

Dat zijn fotocamera alleen met een groot lezerspubliek kon uitgroeien tot een echt wapen tegen onrecht, was een van de redenen waarom hij de inmenging van foto- en tekstredacteuren voor lief nam. Zo was zijn reportage over Red Jackson hoopvoller dan het pessimistische film noir-accent waarmee Life ze publiceerde. Het magazine stelde de bendeleden eenzijdig voor als criminelen, ter-wijl Parks hen ook had gefotografeerd in hun kwetsbaarheid, een gevolg van hun sociaal-economische achterstand.

Hetzelfde sensibiliserende perspectief zou de fotograaf ook later hanteren in reportages over de raciale segregatie in het zuiden van de VS (1956), het leven in de Braziliaanse favela's ('Flavio', 1961) en de Fontenelles ('A Harlem Family', 1967), die ook op de expo aan bod komen. 'The Cycle of Despair: The Negro and the City,' kopte Life bij het intieme familieportret van een werkloos zwart koppel dat negen kindermonden moest voeden.

Bergman en Giacometti

Parks' betrokkenheid kwam niet uit het niets. Hij groeide op in een kroostrijk kansarm gezin in Kansas, werd wees op zijn 16de, en was niet veel later dakloos. Na enkele nietszeggende baantjes besliste hij op zijn 25ste alsnog zijn droom na te jagen. Als ober in een restauratiewagen zag hij treinreizigers fotomagazines lezen, wat zijn vroegere interesse in fotografie en media opnieuw aanwakkerde.

Na een eerste job bij de fotoafdeling van een overheidsprogramma dat armoede moest bestrijden in ruraal Amerika ging hij aan de slag in de modewereld en publiceerde hij bij Vogue. Later zouden zijn foto's van pakweg Ingrid Bergman, Alberto Giacometti en Duke Ellington hun weg vinden naar het grote publiek. Zijn portretten van notoire zwarte burgerrechtenactivisten zoals Muhammed Ali, Malcolm X en Martin Luther King haalden de geschiedenisboeken.

Parks' al even sociaal bewogen documentaires en films waren een verlengstuk van zijn journalistieke aanpak, waarin foto's vaak opeenvolgende sequenties van een groter verhaal vormden. 'I Am You' toont fragmenten uit 'The Learning Tree' (1969), dat deels gebaseerd is op zijn ervaringen als zwarte tiener in het gesegregeerde Kansas van de jaren twintig, en uit 'Shaft', waarin hij zwarte superhelden lanceerde.

'Ik kon evengoed een mes of een pistool hebben vastgepakt, zoals veel vrienden uit mijn kindertijd. Maar het werd een camera', zei Parks zelfbewust. De expo bewijst dat die keuze veel doeltreffender was om Amerika een zwart bewustzijn te schoppen. Of hij nu glamour of desillusie vastlegde, hij was altijd in staat de mens voor de lens eerst als individu te zien en dan pas als lid van een groep. Het levert een genuanceerde mozaïek op van de verdeelde Verenigde Staten, die ook lang na de dood van Parks nog blijft bijdragen aan de geschiedenisles.

* 'I Am You. Selected Works 1942-1978' loopt nog tot 6 september in FOAM in Amsterdam. www.foam.org

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect