Vlaanderen niet langer beste van de klas

Gaat de kwaliteit van ons onderwijs inderdaad achteruit?

Ja. De kwaliteit van het onderwijs is moeilijk te meten omdat Vlaanderen in tegenstelling tot sommige andere regio's en landen geen centraal examen kent op het einde van het middelbaar onderwijs. Maar de driejaarlijkse internationale PISA-ranking vergelijkt de Vlaamse leerlingen wel met leeftijdsgenoten. Uit het jongste PISA-onderzoek bleek dat Vlaanderen er voor wiskunde op achteruitgaat en voor wetenschap licht daalt.

Ook uit andere testen blijkt dat Vlaamse leerlingen het minder goed doen. Zo bleek eind vorig jaar uit de internationale PIRLS-studie dat het gemiddelde niveau voor begrijpend lezen in het vierde jaar lager onderwijs in tien jaar tijd fors gedaald is. Zowel de sterke als de zwakkere leerlingen gaan er in die resultaten op achteruit. Vijftien jaar geleden haalde een leerling op de drie het topniveau voor wiskunde, nu is dat nog een op de vijf. Een steeds grotere groep leerlingen haalt de minimumniveaus niet.

Eén belangrijke kanttekening: ondanks die daling blijft het Vlaams onderwijs internationaal goed scoren, blijkt uit de jongste PISA-resultaten. Voor wiskunde behoort Vlaanderen tot de Europese top drie. Voor leesvaardigheid scoren wereldwijd slechts zes landen beter. Voor wetenschappen doen wereldwijd negen landen beter.

Uit diezelfde internationale testen bleek dat de kloof tussen autochtone en allochtone leerlingen nergens zo groot is als in Vlaanderen. Ook de kloof tussen de sterke en zwakke leerlingen is in ons onderwijs erg groot. Daardoor lag de focus van het onderwijsbeleid lange tijd op gelijke kansen en minder op excellentie. De jongste jaren is die slinger aan het terugslaan. Experts als Wouter Duyck (UGent) en Dirk Van Damme (OESO) kloppen al jaren op die nagel.

Wat doet de Vlaamse regering?

De Vlaamse regering probeert de achteruitgang in het Vlaams onderwijs te stoppen. Die was een van redenen waarom voor een hervorming van het middelbaar onderwijs werd gepleit. Daarnaast is het Vlaams Parlement volop bezig met de uitwerking van de nieuwe eindtermen, die bepalen wat leerlingen moeten kennen en kunnen.

De eindtermen veranderen inhoudelijk. Zo worden meer digitale kennis en ook financiële kennis verwacht. 'De eindtermen worden duidelijker en ambitieuzer', zei minister van Onderwijs Hilde Crevits. Voor het eerst komen er ook minimumdoelen die elke leerling op het einde van het tweede middelbaar moet halen. Elke leerling moet een 'basisgeletterdheid' voor bijvoorbeeld Nederlands en wiskunde hebben.

De jongste jaren komen er ook almaar meer alarmsignalen uit het lager onderwijs. Die wil Crevits tegemoetkomen met een plan basisonderwijs, maar dat is nog niet concreet.

Wat wil de N-VA nog meer doen?

De N-VA wil de focus nog meer op excellentie leggen, zeggen voorzitter Bart De Wever en Vlaams Parlementslid Koen Daniëls. 'De klemtoon ligt te veel op vaardigheden, waarbij alles leuk moet zijn', klinkt het. 'Zulke richtlijnen, die van pedagogische begeleiders en leerplannen komen, doen leerkrachten twijfelen, ook aan het belang van kennis. Daar verzet de N-VA zich tegen. Als je iemand wil reanimeren, moet je niet alleen de handelingen kunnen uitvoeren, maar ook de volgorde van de stappen uit het hoofd kennen.'

Om een ommezwaai te verwezenlijken is het volgens de N-VA nodig om de macht van de onderwijskoepels te beperken. Dan krijgen de individuele scholen meer vrijheid en kan de Vlaamse regering duidelijker aangeven wat ze van de scholen verwacht.

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect