Onderzoek olie-voor-voedsel in het slop

©REUTERS

De onderzoeken naar de betrokkenheid van 15 Belgische bedrijven in het zogeheten ‘olie-voor-voedsel’-schandaal in Irak zitten in het slop. Het gerecht had dossiers geopend tegen onder andere Janssen Pharmaceutica en Atlas Copco. Zij zouden aan de Iraakse ex-president Saddam Hoessein smeergeld hebben betaald. Maar de Belgische strafonderzoeken zitten muurvast en de verjaring dreigt.

(tijd) - Het Belgische gerecht staat niet alleen met zijn onderzoek naar de fraude met het humanitaire programma ‘Oil for Food’ van de Verenigde Naties (VN). Dat programma liet Irak toe beperkt olie te verkopen om met de opbrengst de belangrijkste noden van de Iraakse bevolking te lenigen.

Liefst 2.000 bedrijven zouden tussen 1999 en 2001 het regime van ex-president Saddam Hoessein hebben omgekocht om goederen te mogen leveren. Zeker 1,8 miljard dollar zou naar bankrekeningen van het regime afgeleid zijn.

Het Duitse gerecht voerde al een gerechtelijk onderzoek naar de rol van bijvoorbeeld Siemens in de affaire. Hetzelfde gebeurde ook al met ex-minister Charles Pasqua in Frankrijk, de farmagiganten Astra Zeneca en GlaxoSmithKline in het Verenigd Koninkrijk en de petroleumgroep Chevron in de Verenigde Staten.

VN-rapport

Het klonk veelbelovend toen eind vorig jaar bekendraakte dat ook het Belgische gerecht dossiers had opgesteld tegen 15 Belgische ondernemingen. Bekende namen daarbij zijn Janssen Pharmaceutica, Atlas Copco Airpower en Pauwels International.

De 15 dossiers waren het resultaat van een verkennend ‘informatie-onderzoek’ door de centrale dienst ter bestrijding van de corruptie van de federale politie (CDBC). In het VN-rapport over de fraude, gepubliceerd eind 2005, doken 30 Belgische bedrijven op. Maar de Belgische speurders wogen de beschuldigingen tegen de bedrijven en weerhielden 15 dossiers.

Tussenpersoon

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content