Alleenstaande moeders hebben vaak geen arbeidsinkomen

Slechts 62 procent van de kinderen van alleenstaande moeders in Vlaanderen heeft een werkende moeder. Achttien procent heeft een moeder die een werkloosheidsuitkering ontvangt en 20 procent woont bij een ouder die geen inkomen heeft uit arbeid of een werkloosheidsuitkering, maar bijvoorbeeld een beroep doet op leefloon.

(belga) Dat blijkt uit berekeningen door het Steunpunt Werkgelegenheid, Arbeid en Vorming. In gehuwde koppels met kinderen daarentegen heeft in 95 procent van de gevallen minstens een van beide ouders een betaalde baan. Zo'n 33 procent heeft één werkende ouder, 62 procent woont in een gezin waarin beide ouders buitenshuis werken. Voor kinderen van ongehuwd samenwonende ouders is de situatie vergelijkbaar. Zij hebben zelfs nog iets meer kans om in een tweeverdienersgezin te wonen (66 procent). Alleenstaande vaders met kinderen werken in 8 gevallen op 10.

11,3 procent van de kinderen woont bij een alleenstaande moeder en 1,8 procent bij een alleenstaande vader. Negenenzeventig procent is kind van een gehuwd en 7,9 procent van een ongehuwd koppel. Eenoudergezinnen vormen een kwetsbare maatschappelijke groep. Ze hebben een lager gezinsinkomen dan gemiddeld en een grotere kans om in de armoede terecht te komen. Vooral moeders die aan het hoofd staan van een eenoudergezin, hebben minder vaak een betaalde baan en doen vaker een beroep op een werkloosheidsuitkering of leefloon.

Als verklaring voor de ongunstige arbeidsmarktpositie van alleenstaande moeders wijst Steunpunt op de arbeiderssituatie voordat zij aan het hoofd van het eenoudergezin kwamen te staan. In het ouderkoppel waarvan zij deel uitmaakten, zijn moeders immers vaak deeltijds aan het werk en 30 procent heeft zelfs niet eens een betaalde baan. Daarbij staan alleenstaande ouders voor de vaak moeilijke opdracht om werk en gezin te combineren.

Foto: Belga

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud