'Belgische begroting overleeft vergrijzing dankzij lage pensioenen'

(belga) - De hoge overheidsschuld en de massale vergrijzing brengen de Belgische openbare financiën niet in grote problemen. Wel dient het huidig groot primair overschot - de inkomsten min de uitgaven uitgezonderd interestlasten - gehandhaafd. Dat schrijft een Europees adviescomité. Volgens Henri Bogaert, Belgisch vertegenwoordiger in het comité, zijn de overheidsfinanciën duurzaam dankzij onder meer de lage pensioenuitkeringen in ons land.

Het comité heeft het rapport geschreven voor de EU-ministers van financiën. Zij onderzoeken momenteel de impact van de vergrijzing op de openbare financiën. De algemene conclusie van het rapport is dat de vergrijzing de EU-lidstaten de komende vijftig jaar gemiddeld drie tot zeven procent van het bruto nationaal product (BNP) kost.

België moet in 2050 3,7 procent van het (BNP) extra uitgeven door de vergrijzing. Vooral de pensioenen en de gezondheidszorg worden duurder. De overheid kan wel besparen in de werkloosheidsuitgaven.

In het belangrijkste luik van het rapport wordt onderzocht of de openbare financiën duurzaam zijn wanneer niet enkel rekening wordt gehouden met het deficit en de schuld maar ook met de kosten van de vergrijzing. Uit de berekeningen blijkt dat dan de helft van de EU-lidstaten in de moeilijkheden komt. Het gaat in hoofdzaak om de landen die nu hoge overheidstekorten hebben.

Voor België is de conclusie positief. Als het huidige hoge primair overschot op de begroting wordt aangehouden, zijn de openbare financiën duurzaam. Henri Bogaert, de topman van het Planbureau en de voorzitter van de Europese werkgroep, legt uit dat België in de jaren negentig een groot primair overschot heeft opgebouwd om zo de begroting in evenwicht te brengen.

Het primair overschot is het saldo van inkomsten en uitgaven zonder rekening te houden met interestlasten. Vermits België een torenhoge overheidsschuld heeft, moeten veel interestlasten betaald worden. Om toch een begroting in evenwicht te hebben, moet het primair overschot dus groot zijn. Het Belgisch primair overschot is bij de grootste van Europa.

Vermits de interestlasten momenteel afnemen, zorgt het hoge primair overschot voor een omgekeerd sneeuwbaleffect: de overheidsschuld wordt versneld kleiner en de overheid kan steeds meer geld vrijmaken voor het financieren van de vergrijzing. Dit is de eerste belangrijke verklaring waarom de overheidsfinanciën duurzaam zijn.

De tweede belangrijke verklaring ligt bij de lage pensioenuitkeringen voor alle mensen die in de privé-sector gewerkt hebben. Onder meer Groot-Brittannië en Nederland werken met een laag basispensioen voor iedereen. Van alle landen die werken met een stelsel waarbij het pensioen gekoppeld is aan het vroegere inkomen, is het Belgische stelsel echter het minst voordelig.

Dat de pensioenen in de eerste pijler zo laag zijn, komt door de wijze van berekenen. Belgen moeten 45 jaar werken om een volledig pensioen te hebben, in veel andere landen volstaat 30 of 35 jaar. Bovendien wordt in België het bedrag berekend aan de hand van het gemiddelde inkomen tijdens de hele loopbaan. De andere landen houden enkel rekening met de laatste, dus de best betaalde, jaren.

Bovendien worden de Belgische pensioenuitkeringen slechts zeer beperkt aangepast aan de stijgende welvaart. Er zijn wel indexaanpassingen, maar slechts zeer uitzonderlijk welvaartsaanpassingen.

Volgens Bogaert betekent het goede rapport niet dat België helemaal geen voorbereidingen meer moet treffen om de vergrijzing op te vangen. Vooral de lage effectieve pensioenleeftijd blijft een probleem. De officiële pensioenleeftijd ligt wel op 65, maar nagenoeg iedereen stopt vijf tot tien jaar vroeger.

In het EU-rapport wordt ervan uitgegaan dat het aantal werkende Belgen de komende jaren licht stijgt. Dit zal vooral moeten komen van de 'oudere werknemers'. Bogaert voegt hieraan toe dat het maar in de mate is dat meer ouderen werken, dat de overheid geld kan vrijmaken voor de lastenverlagingen.

Volgens de federale minister van Financiën, Didier Reynders, heeft België al de voorbereidingen op de vergrijzing getroffen waar de andere landen nu aan werken. Het gaat dan onder meer om het optrekken van de pensioenleeftijd voor vrouwen tot 65 jaar.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud