Belgische profsporters niet meer duurder dan buitenlanders

De Kamer heeft vrijdagmorgen unaniem het wetsvoorstel goedgekeurd dat sportclubs fiscaal aanmoedigt om meer een beroep te doen op Belgen en te investeren in een jeugdbeleid. De fiscale discriminatie van Belgische tegenover buitenlandse profs wordt weggewerkt.

(belga) Het voorstel zorgt onder meer voor een gunstiger fiscaal statuut voor Belgische profsporters. Aangezien clubs voor buitenlandse spelers slechts 18 procent bedrijfsvoorheffing betalen en voor Belgische meer dan 40 procent, trekken zij vaak middelmatige buitenlandse spelers aan. Dat is vooral een probleem in het voetbal en het basketbal.

Daar komt met het wetsvoorstel verandering in. Het voorziet een tarief van 16,5 procent voor sporters tussen 16 en 26 jaar - voor Belgen en buitenlanders die hier langer dan dertig dagen werken - die niet meer verdienen dan 15.720 euro bruto (geïndexeerd). Voor Belgen en buitenlanders van meer dan 26 jaar zal het tarief voortaan 33 procent bedragen.

Voor buitenlandse sporters en artiesten die niet langer dan dertig dagen in ons land actief zijn, blijft het tarief van 18 procent bestaan. Dat moet vermijden dat wereldsterren ons land links laten liggen bij grote internationale evenementen, zoals de Memorial Van Damme.

Ter compensatie van de sportclubs en om hen te stimuleren om te investeren in de jeugd, voorziet het wetsvoorstel een gedeeltelijke vrijstelling - van maar liefst 70 procent - van de bedrijfsvoorheffing op de lonen van alle spelers. Voor spelers ouder dan 26 jaar moet de helft van die vrijstelling wel geherinvesteerd worden in jeugdbeleid (jeugdspelers zijn spelers van 23 en jonger). Het zijn de gemeenschappen die moeten controleren of de clubs werkelijk de helft van dat bedrag herinvesteren in jeugdopleiding.

Het voorstel heeft niet alleen betrekking op profsporters, maar ook op alle andere actoren uit de sportwereld: scheidsrechters, trainers, begeleiders en tal van andere vrijwilligers. Hun inkomsten uit de sport worden voortaan belast aan een tarief van 33 procent, voor zover ze andere beroepsinkomsten hebben. Voortaan worden die inkomsten dus niet meer bij de beroepsinkomsten gerekend.

Het wetsvoorstel treedt op 1 januari 2008 in werking.

De Kamer keurde overigens nog een ander wetsvoorstel eenparig goed dat gekoppeld was aan dit dossier. Het gaat om een verbetering van het sociale statuut van betaalde sportbeoefenaars, waarbij zowel de werkloosheidsuitkeringen als de invaliditeitsuitkeringen de hoogte ingaan. De tekst bepaalt ook dat een transfer tijdens het lopende seizoen toegelaten is wanneer de speler van reeks verandert.

Bedoeling is dat beide teksten nog voor de ontbinding van het parlement ook in de Senaat worden goedgekeurd.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect