CD&V terughoudend

(tijd) - CD&V deelt de analyse van Frank Vandenbroucke, maar is geen vragende partij om tot de federale regering toe te treden of ze te depanneren. Dat zei ze dinsdag in een reactie op de vrije tribune van de Vlaamse vice-minister-president.

Waarnemend voorzitter Jo Vandeurzen zegt de analyse van Vandenbroucke inzake werkgelegenheid en vergrijzing te onderschrijven. Belangrijke beslissingen op federaal niveau terzake blijven uit, aldus CD&V.

De Vlaamse christen-democraten sluiten zich ook aan bij de kritiek van Vandenbroucke op de samenwerking tussen de federale en de regionale regeringen. Het kan niet dat de federale regering beslissingen neemt die uit de begroting van de Vlaamse regering moeten betaald worden, aldus de partij.

Toch blijven de christendemocraten zeer terughoudend over de oproep van Frank Vandenbroucke (sp.a) om toe te treden tot de federale regering. 'Ons standpunt blijft hetzelfde. Wij willen paars niet zomaar depanneren en we zijn geen vragende partij om in de federale regering te stappen', zegt Vandeurzen. Maar ook de CD&V-voorzitter 'stelt vast' dat er dingen bewegen: 'Ik wacht op de reacties van de regeringspartijen.'

De open uitnodiging van de Vlaamse minister van Onderwijs en Werk, Frank Vandenbroucke, om CD&V in de federale regering op te nemen, was een solo-initiatief. Dat bleek gisteren uit zijn eigen commentaren en uit reacties binnen en buiten de sp.a. Toch is zijn scherpe kritiek op vooral het federale regeringswerk een gebeurtenis van formaat. Met zijn analyse van het huidige politieke immobilisme wijst Vandenbroucke onrechtstreeks ook zijn eigen partijgenoten met de vinger zoals de federale minister van Begroting Johan Vande Lanotte en de minister van Werk Freya Van den Bossche.

Pas dit weekend verkondigde Vande Lanotte precies een tegengestelde boodschap als die van Vandenbroucke. Vande Lanotte verdedigde in interviews de meest recente beleidsverklaring van Verhofstadt II en zei dat de regering een akkoord heeft over een bijzonder ruim gevuld pakket sociaal-economische maatregelen voor het volgende werkjaar.

CD&V-voorzitter Vandeurzen zocht gisteren naar de juiste achtergrond van het initiatief van Vandenbroucke. Hij reageert voorzichtig op de oproep om toe te treden tot de federale regering. Vandeurzen: 'Wij delen de analyse van Vandenbroucke. Op het federale niveau zijn er heel wat beslissingen die niet genomen worden, maar die wel genomen moeten worden. Ook wij vinden dat daar iets moet gebeuren. Ik heb voorts nog maar net gereageerd op de eenzijdige beslissing van de federale regering om sociale lasten op het vakantiegeld van de ambtenaren van de gewesten en gemeenschappen te heffen. Met die reactie heb ik duidelijk aangetoond dat er een probleem van samenwerking is tussen het federale en deelstaatniveau. Ook daar sluit ik me dus aan bij Vandenbroucke.'

Toch wil Vandeurzen voorlopig niet verder dan die vaststelling gaan. Vandeurzen: 'Ons standpunt is bekend sinds de vorige verkiezingen. Wij willen paars niet zomaar depanneren. Wij zijn geen vragende partij om tot de federale regering toe treden en willen zeker niet inbreken. Als we toch gevraagd worden, moet er opnieuw over een globaal regeerakkoord onderhandeld worden.'

Op de vraag of hij wil praten, antwoordt Vandeurzen: 'Het is nu eerst uitkijken naar de reactie van de federale regeerpartijen op de oproep van Vandenbroucke. Ik antwoord niet ja en niet neen. Maar ik deel de mening dat er dingen aan het bewegen zijn.'

De andere federale coalitiepartners waren net zomin als de sp.a-leiding op de hoogte van het initiatief van Vandenbroucke. De vraag of CD&V tot de federale regering toetreedt, wordt daar pas op de tweede plaats gesteld. Uit de eerste commentaren gisterenavond klonk vooral bezorgdheid over de gevolgen van het initiatief voor de interne stabiliteit van de sp.a. Vandenbroucke lanceert scherpe kritiek op de federale regering zonder intern partijoverleg en dat wordt als een indicatie van interne onenigheid beschouwd. 'Over je partijleiding heen met een dergelijk commentaar naar buiten stappen, is niet meer en niet minder dan een motie van wantrouwen indienen tegen de partijleiding', heette het. RS

22200138

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud