Jonge werklozen worden eerst gecontroleerd

(tijd) - De leeftijd wordt het cruciale criterium bij de nieuwe controleaanpak voor werklozen. De jongeren moeten dit jaar al bewijzen dat ze actief op zoek zijn naar een job. De vijftigplussers moeten voor 2007 zeker niets vrezen. Dat blijkt uit het herschreven controleplan van Frank Vandenbroucke (sp.a), de federale minister van Werk. Zijn Vlaamse collega, Renaat Landuyt (sp.a), werkte een nieuw begeleidingsplan voor werklozen uit.

Vandenbroucke onderhandelde de afgelopen weken over zijn nieuwe controleaanpak voor werklozen met de gewesten en de sociale partners. Hij hield rekening met hun opmerkingen en voerde een aantal wijzigingen aan zijn oorspronkelijke plan door. Dat legde hij vrijdag aan de sociale partners voor.

Vandenbroucke is vooral tevreden over de engagementen die de gewesten willen nemen. Zij zijn bereid tegen 2007 alle werklozen individueel op te volgen. Het is hun ambitie te voldoen aan de Europese richtlijn die stelt dat werkloze jongeren binnen de zes maanden, en werklozen ouder dan 25 jaar binnen de 12 maanden begeleid moeten worden. De gewesten zijn tevens bereid de gegevensuitwisseling tussen de regionale arbeidsbemiddelingsdiensten en de federale RVA te optimaliseren.

Vandenbroucke is onder die voorwaarden bereid zijn controleaanpak geleidelijk in te voeren. Hij maakte inmiddels de details van de gefaseerde aanpak bekend. Opvallend is dat de minister geen rekening meer houdt met de lokale arbeidsmarktsituatie. Eerder wilde hij dat werklozen in regio's met een lage werkloosheidsgraad sneller opgeroepen zouden worden dan werklozen in een regio met een hoge werkloosheidsgraad.

Het lokale criterium heeft plaats geruimd voor het criterium leeftijd. De verstrengde controle zal in eerste instantie gericht zijn op de -25-jarigen die vijftien maanden werkloos zijn en de 25-30-jarigen die 21 maanden geen werk hebben. Vanaf juli 2005 stijgt de leeftijdsgrens tot 40, en in 2006 tot 50 jaar. Pas in 2007 wordt beslist over de controle op 50-plussers.

Minister Frank Vandenbroucke noemt het afstappen van de lokale benadering logisch. 'We vertrekken nu vanuit een begeleidings- en niet langer vanuit een controleperspectief. Iedere werkloze heeft het recht op een uitkering en het recht op begeleiding. Pas dan komt de controle. Het heeft in deze context geen zin in één regio langer te wachten met de opvolging dan in een andere regio.'

De herschreven controleaanpak moet nog het fiat krijgen van de regering en van de gewesten. Dat wordt vooral voor Wallonië en Brussel een zware dobber. Zij moeten op korte termijn de middelen bijeenzoeken die nodig zijn voor de opgedreven begeleiding. Philippe Courard (PS), de Waalse minister van Werk, schat dat het plan hem op kruissnelheid 75 miljoen euro zal kosten.

De Vlaamse regering zette de nodige budgetten al opzij en Renaat Landuyt (sp.a), de Vlaamse minister van Werk, heeft een nieuw begeleidingsplan in drie fasen klaar. Hij wil de langdurig werklozen van zeer nabij opvolgen en wil tegen juni alle werklozen telefonisch bijstaan. 'Ik hoop binnen afzienbare tijd alle werklozen een begeleiding te kunnen bieden', zegt Landuyt. Ter vergelijking: vandaag krijgt slechts 65 procent van de laaggeschoolde werklozen een opleiding of begeleiding aangeboden.

Landuyt beklemtoont dat zijn aanpak complementair is aan de federale. 'We helpen de controle een pak vooruit als we een gerichte screening houden bij de langdurig werklozen. Wij maken daarbij geen onderscheid in leeftijd.' Hij noemt het de verdienste van Gembloers dat alle gewesten beslist hebben meer te investeren in de begeleiding van werklozen.

Landuyt is er zich van bewust dat het zuiden van het land geconfronteerd wordt met een moeilijker socio-economische en budgettaire toestand dan Vlaanderen. 'Mijn Waalse en Brusselse collega zijn gegeneerd om werklozen te controleren omdat noch de economie noch de overheid hun iets te bieden heeft. Dat mag voor Vlaanderen geen alibi zijn om niet in actie te schieten.'

20982008

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud