Loonkloof met drie buurlanden groeit met 1,4 procentpunt

(tijd) - De lonen in de Belgische bedrijven stegen dit en vorig jaar met 5,9 procent. In Duitsland, Frankrijk en Nederland bleef de toename beperkt tot gemiddeld 4,5 procent. De loonkloof met de buurlanden werd daarom weer groter en de Belgische concurrentiepositie verslechterde. Dat schrijft De Tijd.

De zakenkrant haalt deze gegevens uit het loonrapport dat de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB) woensdag voorstelde. De raad gaf het startschot voor de sociale onderhandelingen die nu nog moeilijker zullen verlopen. Volgens de raad is er de volgende twee jaar ruimte voor een loonstijging van 5,3 procent. De inflatie zorgt voor een verwachte stijging van 3,3 procent, de loondrift voor 1 procent. Er blijft dan nog 1 procent voor reële loonsverhogingen.

De vakbonden en werkgevers reageerden verschillend op het nieuwe cijfer. De werkgeversorganisatie VBO en de Unie van Zelfstandige Ondernemers (Unizo) zeggen dat de ontsporing bevestigt wat de werkgevers al lang verklaren: het gaat ondanks de lastenverlagingen niet goed met de Belgische concurrentiepositie en de situatie verslechtert veeleer dan dat ze verbetert. De vakbonden erkennen dat de afwijkingen met de drie buurlanden verrassend groot is, maar roepen op niet te dramatiseren. Er is volgens hen ruimte voor 1% reële loonsverhoging.

Een deel van de ontsporing is volgens hen ook te wijten aan werkgevers die voor sommige werknemers veel te gulle loonafspraken maken. Ze jagen zo de gemiddelde loonstijging omhoog.

Sinds 1996 berekent de CRB voor elke sociale overlegronde welke marge er is voor loonsverhogingen op basis van de situatie in de buurlanden. Van 1997 tot 2000 leidde die oefening tot een gunstige inhaalbeweging ten opzichte van Duitsland, Frankrijk en Nederland. Maar sinds 2001 wordt de loonkloof weer groter. Vorig en dit jaar verslechterde de toestand het meest.

Het nieuws over de toename van de Belgische loonhandicap plaatste de eigenlijke boodschap van de CRB in de schaduw: volgens de raad is er de volgende twee jaar ruimte voor een loonstijging van 5,3 procent. De inflatie zorgt voor een verwachte stijging van 3,3 procent, de loondrift voor 1 procent. Er blijft dan nog 1 procent voor reële loonsverhogingen.

Langs werkgeverszijde heette het dat dat cijfer enkel theoretisch als uitgangspunt voor de onderhandelingen kan dienen, gezien de ontsporingen van de voorbije jaren. Zij houden er zelfs rekening mee dat de reële lonen licht moeten dalen. 'Als we de wet op de loonhandicap met de buurlanden nu niet toepassen, dan kunnen we ze beter weggooien.' Maar voor de vakbonden is een reële daling van de lonen uitgesloten. De socialistische vakbond ABVV en de christelijke vakbond ACV benadrukten gisteren dat ze de sociale onderhandelingen starten 'met een reële toename van de koopkracht als uitgangspunt.'

De voorzitter van de CRB, Robert Tollet, hield zich ver van uitspraken over wat de sociale partners de volgende weken moeten afspreken nu de cijfers van het verleden en de verwachtingen voor de volgende jaren bekend zijn. Tollet: 'Het klimaat is sereen. Iedereen aanvaardt het rapport. Nu begint het onderhandelen. Wat er uit de bus komt, is een zaak van de sociale partners. Ik behoor niet tot de onderhandelaars.'

De vertegenwoordigers van de vakbonden en de werkgevers zeiden gisteren dat ze blijven geloven in de mogelijkheid de volgende maanden een akkoord te sluiten.

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud