'Rwandees leger was betrokken bij genocide'

Het Rwandese leger was betrokken bij de opleiding van en de verdeling van wapens aan de zelfverdedigingsmilities die de genocide in 1994 pleegden. Dat benadrukte historica Alison Desforges donderdag voor het Brusselse assisenhof.

Ex-majoor Bernard Ntuyahaga (foto: belga)

(belga) - Desforges, die vanaf de jaren zestig op de hoogte was over de toestand in Rwanda, bestudeerde de gebeurtenissen van nabij voor Human Rights Watch. Ze had het vooral over de rol die ex-majoor Bernard Ntuyahaga, beschuldigd van de moord op de tien Belgische blauwhelmen en moorden in Kigali en Butare, gespeeld zou kunnen hebben.

Volgens Desforges werden de milities getraind door militairen die hen wapens bezorgden. Ntuyahaga was begin april 1994 verantwoordelijk voor de munitie bij de Rwandese legerleiding.

In antwoord op een vraag van een burgerlijke partij benadrukte de historica dat ze niet geloofde dat een man, die zo'n functie bekleedde, niets afwist van de wapenverdelingen, vooral na 6 april 1994. "Het is duidelijk dat de Interahamwe-milities, in bepaalde gevallen, rechtstreeks wapens uit de militaire kampen ontvingen", aldus de vrouw.

Desforges legde vervolgens uit dat de procureur-generaal van Kigali, die minister van Justitie werd nadat het FPR (Front Patriotique Rwandais) aan de macht kwam, haar toevertrouwde dat hij zag dat er toen feest gevierd werd bij Ntuyahaga. In het huis van de beschuldigde was het een komen en gaan van soldaten, vertelde de intussen overleden magistraat aan Desforges.

De beschuldigde werd in juni 1994 overgeplaatst naar Butare om Kamp Ngoma te leiden. Volgens Desforges, die zich niet rechtstreeks uitsprak over Ntuyahaga, "had Ngoma een grote verantwoordelijkheid in de moordpartijen die in Butare gepleegd werden".

"In juni beseften de autoriteiten dat de situatie ernstig was. Men wilde de Tutsi's doden die zouden kunnen getuigd hebben over de moordpartijen. Vandaar de uitkammingsoperaties en het opvoeren van de controles", antwoordde de historica op een vraag van een burgerlijke partij. Ze meende echter dat een aantal verantwoordelijken in het leger zich verzetten tegen de moordpartijen.

In verband met de aanslag op het presidentieel vliegtuig op 6 april 1994, waarna de genocide losbarstte, benadrukte Desforges dat de daders nog steeds niet geïdentificeerd zijn en dat ze persoonlijk denkt dat het FPR de aanval pleegde.

Volgens de verdediging van Ntuyahaga zijn de plegers van de aanslag verantwoordelijk voor alle gebeurtenissen die daarop volgden in Rwanda. Met dat standpunt gaat Desforges niet akkoord, omdat ze meent dat niet vastgesteld kan worden wat er gebeurd zou zijn als de aanslag niet gepleegd was.

Advertentie
Advertentie