ANALYSE: G20 bevestigt: Money rules the world

De groeilanden zullen voortaan veel meer het economisch beleid op wereldniveau mee bepalen. Dat is de belangrijkste conclusie van de G20-Top in Pittsburgh. Groeilanden, dat zijn ontwikkelingslanden die rijk aan het worden zijn. En daarom mogen ze dus meepraten.

Van onze verslaggever in Pittsburgh

(tijd) - Een ontmoeting van wereldleiders verloopt altijd volgens hetzelfde patroon: grote verwachtingen worden gecreëerd, tijdens de top sluipt ontgoocheling binnen en dat blijkt het slotcommuniqué een vrij vage tekst. Zo was het ook met de derde G20-Top.

Wie naar deze toppen kijkt vanuit een lange termijnperspectief, raakt wel begeesterd. Regeringen die veelal op nationaal vlak weinig kunnen bereiken, slagen er internationaal in wel in om de toekomst mee vorm te geven. De veranderingen in de maatschappij worden omkaderd.

De belangrijkste verandering in de wereldeconomie de laatste tien jaar is zeker de opkomst van de groeilanden. China en Brazilië in de eerste plaats, India en enkele anderen in de tweede plaats, veroveren steeds meer ruimte op de internationale markt.

Zoveel ruimte dat ze niet langer kunnen genegeerd of onderdrukt worden door de traditionele grote jongens: de VS en de EU, en in mindere mate Japan en Canada. Binnen de Wereldhandelsorganisatie drukken de groeilanden steeds meer hun stempel op de onderhandelingen, in de G8 waren ze zodanig geïnfiltreerd dat die G8 het nu moet afleggen tegen de G20.

Let wel, groeilanden zijn geen rijke landen. De Chinese president Hu Jiantao zei het nog deze week: er zijn minstens 100 landen die per hoofd van de bevolking rijker zijn dan China. Maar die groeilanden zijn zo groot dat ze zelfs met een klein bbp per capita een flinke economische macht hebben. Voor die macht zijn ze nu in Pittsburgh beloond.

Voor een andere groep landen was er in Pittsburgh heel wat minder aandacht. Voor die landen die men gemeenzaam 'de echte ontwikkelingslanden' is gaan noemen. Landen in Afrika en elders die economisch irrelevant blijven.

Die landen kampen nochtans met problemen die 'onze' financieel-economische crisis doen verbleken. Nooit waren er in die landen meer ondervoede mensen, 1,02 miljard, of 102 maal de Belgische bevolking. En alles wijst er op dat dat aantal de komende decennia nog flink zal oplopen.

Natuurlijk, de ngo's strooiden in Pittsburgh kwistig met mededelingen over de noodzaak aan meer hulp. Natuurlijk, de wereldleiders deden weer enkele (dezelfde) beloften in hun slottekst. Maar gemeende aandacht was er niet. Macht kregen de echte ontwikkelingslanden niet. Eigen schuld. Ze hadden maar rijk moeten zijn.

Dirk DE WILDE 

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud