Industriële spionage bedreigt belangen VS in Azië

©BLOOMBERG NEWS

Industriële spionage vormde in 2007 de grootste bedreiging voor de belangen van Amerikaanse bedrijven in Azië. Vooral in India en China verhoogde het risico op fraude en diefstal van bedrijfs- en handelsgeheimen ‘exponentieel’. Dat blijkt uit een rapport van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken.

(tijd) - De Overseas Security Advisory Council (OSAC), een onderdeel van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken, maakt jaarlijks een lijst op van de belangrijkste bedreigingen voor Amerikaanse bedrijven in het buitenland. Op die rangschikking staan diefstal van handelsgeheimen, ‘cyberaanvallen’, binnenlandse politieke spanningen, de opkomst van extreemrechts en terreurdreiging bovenaan. ‘Die toenemende bedreigingen zijn een gevolg van de groeiende globalisering’, zegt Todd Brown van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Hij roept de Amerikaanse bedrijven op maatregelen te nemen om zich te wapenen tegen die bedreigingen.

Vooral in Azië is industriële spionage een groeiend probleem, zegt Buitenlandse Zaken. ‘Fraude en de diefstal van bedrijfs- en handelsgeheimen zijn de voorbije jaren exponentieel toegenomen.’ De bedreiging voor de Amerikaanse ondernemingen is volgens Buitenlandse Zaken het grootst in India en China. Het ministerie roept Amerikaanse bedrijven op hun communicatiesystemen extra te beveiligen en gevoelige gegevens ‘op een veilige plaats te bewaren’.

In Europa vormt de ‘binnenlandse politieke radicalisering’ de grootste bedreiging. ‘In enkele Europese landen wisten de autoriteiten in 2007 terreurcomplotten gesmeed door eigen onderdanen te verijdelen’, luidt het in het rapport. Washington verwijst bijvoorbeeld naar verijdelde aanslagen in Denemarken, Duitsland en Schotland. Daarnaast verwijst het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken ook naar de opkomst van extreemrechts in enkele Europese landen en het risico op ‘cyberaanvallen’.

In Afrika staat de terreurdreiging bovenaan op het lijstje met grootste risico’s voor Amerikaanse bedrijven. In Nigeria, de belangrijkste olieproducent van Afrika, lopen dan weer vooral Amerikaanse ondernemingen actief in de oliesector gevaar. ‘In de olierijke Nigerdelta zijn zowel het lokale personeel van westerse oliebedrijven als buitenlandse werknemers en hun familie het doelwit van kidnappers’, staat in het rapport te lezen. Die kidnappings zijn een onderdeel van de strategie van lokale rebellen om zelf meer controle te krijgen over ’s lands olierijkdommen.

Ten slotte wijdt Buitenlandse Zaken in het document nog een rubriek aan ‘politieke instabiliteit en politieke conflicten’ in landen waar Amerikaanse bedrijven actief zijn. Het ministerie verwijst bijvoorbeeld naar Latijns-Amerika. ‘Daar zetten politieke conflicten leiders er soms toe aan privébedrijven te nationaliseren en Amerikaanse belangen in het vizier te nemen’, luidt het.

De voorbije jaren kregen Amerikaanse maar ook andere westerse energieconcerns, bijvoorbeeld in Venezuela, Bolivia en Ecuador, af te rekenen met een nationaliseringsgolf. In die landen zijn niet toevallig linkse presidenten aan de macht. Zij proberen de controle van de staat op de energiesector weer te vergroten. Volgens hen dringt die maatregel zich op om de bevolking meer te laten profiteren van ’s lands natuurlijke rijkdommen. Ze verwijten de multinationals nu een te groot deel van de winst op te strijken.

Lieve Dierckx

Een arbeider in een Hyundai-autofabriek in Peking. (Foto Bloomberg)

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud