'Na uitbreiding moet verdieping van Europa volgen'

BRUSSEL (tijd) - Na de uitbreiding moet de EU werk maken van verdieping. Anders dreigt de unie slecht te functioneren. Dat stelt de Spanjaard Eneko Landaburu, die voor de Europese Commissie de toetredingsonderhandelingen voerde. Landaburu verwacht een nauwere politieke samenwerking tussen een aantal landen. Maar met de nieuwe lidstaten moeten we vooral geduld hebben. En generositeit.

Landaburu is directeur-generaal Externe Betrekkingen bij de Europese Commissie. Daarvoor was hij de belangrijkste onderhandelaar van de EU over de toetreding van nieuwe lidstaten. Hij voerde de ultieme onderhandelingen met de tien landen die op 1 mei tot de EU toetreden.

Hoe evalueert u die periode van onderhandelingen ?

Eneko Landaburu: 'Het was een ingewikkelde oefening. De EU had nooit eerder met zoveel landen over toetreding moeten onderhandelen. En nooit met landen die zo ver van onze economische welvaart en historische traditie stonden. Die landen kenden decennia van communisme en kenden onze democratische regels niet. Bovendien was de omvang van het Europese acquis, het geheel van EU-regels en -wetten, intussen toegenomen tot zestigduizend pagina's.'

'Toch zijn we erin geslaagd correct te onderhandelen, dankzij drie factoren. Een eerste factor was de duidelijke politieke wil van de EU-lidstaten. Een tweede factor was de rol van de Europese Commissie. De Commissie onderhandelde met een mandaat van de EU-lidstaten. En dat heeft erg goed gewerkt. Want de Commissie heeft ervaring met uitbreiding, beschikt over een uitstekende kennis van het EU-acquis en moet geen nationale belangen verdedigen. Ze is de uitdrukking van het algemeen belang. De ervaring met de uitbreiding staat model en symbool voor de manier waarop de EU moet werken. Europa werkt alleen met sterke EU-instellingen'.

'Ten slotte was er de enorme wil van de kandidaat-lidstaten. Ze hebben interne hervormingen doorgevoerd, tegen een hoge politieke, economische en sociale prijs. In de laatste vijf jaar van de onderhandelingen is geen enkele regering in die landen herkozen. Al die regeringen hebben een voorbeeld gesteld. Ze hebben een erg grote maturiteit getoond door zich aan te passen aan onze regels van markteconomie en democratie. En ze aanvaardden op korte termijn de politieke prijs daarvan te betalen. Ik zou graag zien dat alle regeringen van de huidige 15 EU-landen die moed en politieke visie opbrengen om de op lange termijn noodzakelijke hervormingen door te voeren, wat daar ook de kosten op korte termijn van zijn.'

Hebt u ooit gedacht dat de onderhandelingen zouden mislukken?

Landaburu: 'Ja, twee keer. Ik was erg ongerust in de eerste helft van 2000. Ik voelde hoe groot de frustratie was bij de kandidaat-lidstaten omdat de onderhandelingen niet genoeg opschoten. Toen is het idee ontstaan een routeplan op te stellen, dat een kalender vastlegde voor de verdere onderhandelingen. Dat zorgde voor een uitweg uit die situatie. Het andere moment was tijdens de laatste ogenblikken van de EU-top van Kopenhagen, eind 2002. Ik dacht dat de Polen te veel vroegen en dat onze lidstaten niet meer wilden geven.'

'Maar ik heb zelf altijd gedacht dat we er uiteindelijk zouden komen. De voordelen van deze uitbreiding zijn zo groot. We verenigen voor het eerst ons continent op een vreedzame manier. We creëren een ruimte van stabiliteit, vrede, democratie en solidariteit van 450 miljoen burgers. In een wereld met steeds grotere bedreigingen brengen we een model van democratie en van sociale markteconomie. We creëren geleidelijk de voorwaarden voor een Europa dat meer invloed heeft in de wereld. Zo'n historische kans konden we niet laten schieten.'

De Europese Unie slaagde er niet in voor de uitbreiding haar huis op orde te krijgen. Vreest u niet dat we een erg moeilijke periode tegemoet gaan?

Landaburu: 'Nee. In het verleden waren sommige landen minder klaar voor toetreding dan het gemiddelde van de landen die nu toetreden. De toetreding van Griekenland is bijvoorbeeld gebeurd na een erg zwakke voorbereiding. Ik denk dat de enkele zwaktes bij de nieuwe landen beperkt kunnen worden. Want als ze hun verplichtingen niet nakomen, kunnen we vrijwaringsclausules hanteren. Als hun slachthuizen bijvoorbeeld niet voldoen, kunnen we de uitvoer van dat vlees naar de EU-landen verbieden.

Als er domeinen zijn waarin de nieuwe lidstaten het moeilijk hebben, zullen we ook geduld moeten oefenen en hen helpen. Maar ik ben zeker dat hun toetreding de werking van de eenheidsmarkt niet aanzienlijk gaat verstoren. We mogen ook niet bang zijn om genereus te zijn voor de nieuwe landen. Dat is in het belang van Europa. De EU is toch ook goed gevaren bij de verrijking van Spanje.'

Maar is de Europese Unie institutioneel klaar om met 25 te functioneren ?

Landaburu : 'Het is steeds mogelijk te functioneren, zelfs met een Verdrag van Nice. Maar de EU zou slecht werken. En het is belangrijk dat de unie goed werkt om van de uitbreiding een succes te maken. Daarom moet de EU haar werking veranderen. Als in de ministerraad met 25 ministers iedereen het woord neemt, zijn we twee uur verder zonder dat er iets gezegd is. Dus moeten we middelen vinden om efficiënter te werken. Als de grondwet wordt goedgekeurd, kunnen we efficiënter stemmen; krijgt Europa één stem via een Europese minister van Buitenlandse Zaken: en als we meer met gekwalificeerde meerderheid stemmen, zal het beslissingsproces vergemakkelijkt worden.'

'Maar belangrijker nog is dat we in onze lidstaten leiders hebben die een visie hebben van wat Europa moet doen en welke ambities Europa moet hebben. Ze moeten de Europese instellingen consolideren om het gemeenschappelijk belang te vrijwaren. Als het minste particuliere belang een beslissingsproces blokkeert, dan gaan we niet vooruit en zijn we verlamd.'

'Het klopt dat we hadden moeten verdiepen vooraleer uit te breiden. Maar dat was onmogelijk omdat er een onvoldoende sterke familiegeest bestond om te aanvaarden dat we ambitieuzer moeten zijn over wat we samen doen. De uitbreiding kon niet wachten. Maar na de uitbreiding, is het belangrijk dat we verdiepen.'

Maar de nieuwe lidstaten treden toch eerder toe uit economische dan uit politieke overwegingen.

Landaburu: 'Die landen hadden één enkele dringende prioriteit: zich nooit meer in een situatie bevinden waarbij de Russische buur hen vijftig jaar politieke en economische dictaten kan opleggen. De VS hebben geantwoord met een integratie van die landen in het NAVO-bondgenootschap. Toen ze NAVO-lid werden, waren ze opgelucht. Want ze hadden iemand om hen te verdedigen. Daarna dachten die landen: we willen democratie en economische voorspoed. Dat konden ze doen met de Europeanen. Ze zijn dus bij de EU gekomen om het economische Europa te vormen. Voor het politieke Europa zijn ze nog niet rijp. Dus moeten we wachten. Dat is niet erg. We hebben de historische ervaring dat landen na een zeker aantal jaren in de unie meer EU-gezind worden. Dat is het effect van samen te werken en samen beslissingen te nemen over erg uiteenlopende onderwerpen. Dat creëert een Europese cultuur. De EU-instellingen hebben een pedagogische rol. Een Spanjaard is nu veel Europeser dan vijftien jaar geleden omdat hij nu weet waarom hij tot de EU wil behoren. Hetzelfde gaat gebeuren met de nieuwe landen. Maar men mag ze niet overhaasten. Ze hebben pas hun soevereiniteit herwonnen.'

Verwacht u een nauwere politieke samenwerking tussen een aantal EU-landen ?

Landaburu: 'We moeten niet langer de illusie hebben dat we met dertig landen kunnen vooruitgaan. Dat is onmogelijk. We moeten houden wat we hebben. En dat is veel. We hebben de eenheidsmarkt, gemeenschappelijke regels, de economische en monetaire unie. Maar men moet aanvaarden dat, om verder te gaan, we misschien niet allemaal kunnen meedoen. Een dergelijke nauwere samenwerking is bijvoorbeeld mogelijk voor defensie en buitenlandse politiek. Volgens mij moeten we beginnen met defensie. Want zonder defensie heb je geen buitenlandse politiek. Als enkele landen dus een politieke unie vormen, moeten we altijd de deur open laten voor de nieuwe landen. Dan kunnen ze erbij komen wanneer ze er rijp voor zijn.'

De Britse premier, Tony Blair, wil een referendum houden over de Europese grondwet. Welke impact kan dat hebben op de toekomst van de EU ?

Landaburu: 'Blair waagt een gok. Ofwel aanvaarden de Britten de EU-grondwet. Dan wordt Groot-Brittannië een macht in de EU en komt een einde aan de ambiguïteit. Ofwel verwerpen de Britten de grondwet en stellen ze zich buiten de EU. Volgens mij is het referendum een goede zaak. Want je moet uit deze ambigue situatie geraken. Een Europa zonder Groot-Brittannië is een geamputeerd Europa. Maar liever een geamputeerd Europa dan een onbestaand Europa.'

Die gebeurtenissen in Groot-Brittannië hebben een impact op de politieke unie. Als de Britten de grondwet verwerpen, komt er zeker een initiatief van een aantal Continentaal-Europese landen om de Europese politieke integratie voort te zetten, zonder Groot-Brittannië. Dan zullen we zien hoe de nieuwe landen reageren. Het is belangrijk dat enkele van de nieuwe lidstaten, zoals Hongarije en Tsjechië, deelnemen om geen nieuwe oost-westdeling te krijgen in Europa.

Kris VAN HAVER

21400674

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud