Proces Saddam verzuurt relatie met soennieten

(tijd) - Het proces tegen Saddam Hoessein begint vandaag en dreigt meteen de etnische spanningen in Irak op te drijven. De soennieten beschouwen de rechtszaak als het zoveelste bewijs van hun onderdrukking. De sjiieten en Koerden maken er geen geheim van dat ze afrekenen met de voormalige dictator.

De Iraakse soennieten twijfelen er niet aan: het proces tegen Saddam Hoessein is volgens hen een politiek proces. De ex-dictator is een soenniet en zijn regime was haast volledig gebouwd op de steun van de soennitische bevolking. En dus is de eerste rechtszaak een nauwelijks verhulde aanval op de soennieten. Dat beweren althans de soennieten.

'Het gaat om niets anders dan de vernedering van soennieten', zei een soennitische politicus deze week, 'en die dreigt de jongeren nog meer naar het verzet te jagen.' Het is een voorzichtige manier om te waarschuwen voor nog meer geweld. Nu al steunen veel soennieten de opstandelingen. Die steun groeit zeker nog als de soennieten het proces beschouwen als een provocatie.

Van een provocatie gesproken: het proces begint amper vier dagen na het referendum over de Iraakse grondwet. Die timing is volgens de soennieten geen toeval. Zij waren ook tegen de grondwet omdat die het federalisme invoert. De soennieten vrezen dat de sjiieten en Koerden hun eigen autonome regio's oprichten. Dat betekent een verdere marginalisering van de soennieten.

Van een eerlijk proces is geen sprake, zeggen soennitische leiders. Sommige rechters hebben volgens hen banden met sjiitische partijen. Ook gaan de sjiieten te gemakkelijk uit van de schuld van Saddam Hoessein. De aanklager moet trouwens de schuld van Saddam niet bewijzen. De rechters moeten alleen overtuigd zijn van Saddams schuld om de man te veroordelen.

De Iraakse president, Jalal Talabani, ontkende onlangs dat er sprake is van een politiek proces. 'Het gerecht werkt onafhankelijk', zei Talabani, een Koerd. Toch had ook hij eerder gezegd dat Saddam Hoessein honderdmaal de doodstraf verdiende. 'Je kunt je afvragen hoe onafhankelijk het gerecht is als politici zich bemoeien met de rechtszaak', zei een raadgever in het team advocaten van Saddam.

Het mag niet verwonderen dat de sjiieten en Koerden uitkijken naar de executie van Saddam. Zijn regime had het vooral gemunt op die bevolkingsgroepen. In de jaren tachtig en negentig kwamen tienduizenden sjiieten en Koerden om het leven bij slachtpartijen. Het bloedbad in het sjiitische dorpje Dujail, waar de rechtszaak van vandaag om draait, was zelfs een van de kleinere.

Dat het eerste proces gaat over sjiitische slachtoffers, wordt algemeen beschouwd als een toegeving aan de sjiieten. Zij vormen met 60 procent de meerderheid van de Iraakse bevolking en leden zwaar onder de repressie van het Saddam-regime. Dat beschouwde de Iraakse sjiieten als handlangers van het sjiitische regime in Iran, vooral tijdens de Iraaks-Iraanse oorlog (1980-1988).

Het proces over Dujail mag niet het laatste zijn, waarschuwen vooral de Koerden. Zij eisen een rechtszaak om het Koerdische leed te benadrukken. Heel waarschijnlijk zal dat proces gaan over de zogenaamde al-Anfalcampagne van 1987 en 1988. Toen voerde het Saddam-regime in het noorden van Irak een bloedig offensief tegen de Koerden. Het dieptepunt van die operatie was de gifgasaanval op het Koerdische dorp Halabja. Daarbij kwamen 5.000 Koerden om het leven.

Het nadeel van zo'n aanpak is dat zo het beeld ontstaat van een georkestreerde actie. En het is verre van zeker dat zo'n showproces de diepe wonden heelt die het Saddam-regime heeft geslagen in de Iraakse samenleving. Integendeel, het gevaar voor een verdere tweedeling is groot. De soennieten voelen zich steeds meer in de marge geduwd.

24023777

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud