Top van de verbroken relaties

BRUSSEL (tijd) - De Europese top van Brussel heeft de goede verstandhouding tussen de lidstaten een stevige dreun gegeven. België nestelt zich steeds veiliger onder de Frans-Duitse mantel. Maar de relaties met Nederland lopen volledig stuk. De Benelux lijkt op sterven na dood. En Polen wordt nog voor het officieel tot de EU toetreedt, dé grote Europese boosdoener. Warschau is er zelf danig van geschrokken.

'Als het erop aankomt, kiezen Luxemburg en België altijd de kant van Frankrijk in plaats van die van de Benelux.' Dat liet de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken, Ben Bot, zich de vorige dagen geërgerd ontvallen. Bij de opmaak van een ontwerpgrondwet in de Europese Conventie heeft de Benelux hoogdagen gekend. Maar nu is het vertrouwen aan beide kanten zoek.

Belgische diplomaten ergeren zich aan het gebrek aan enthousiasme waarmee Nederland de ontwerpgrondwet van de Europese Conventie verdedigt en de afstandelijkheid tegenover een eigen Europese defensie. 'Premier Balkenende heeft de voorbije dagen nauwelijks de mond opengedaan. En dan nog alleen om het nationale stokpaardje te belichten, de nood aan striktere begrotingsregels', klinkt het meesmuilend in Belgische kringen.

Nederland botste op de top in Brussel overigens ook met Duitsland over diezelfde begrotingsregels. Nederland neemt het niet dat Frankrijk en Duitsland de Europese begrotingsregels van het Stabiliteitspact aan hun laars lappen en naar hun hand proberen zetten.

De heisa rond het Stabiliteitspact houdt Nederland wat buiten die harde kern van lidstaten die zich steeds nadrukkelijker opwerpen als het kern-Europa. De Europese avant-garde bestaat momenteel alleen uit Frankrijk, Duitsland en België. Parijs en Berlijn zitten meer en meer op dezelfde golflengte. Er is zelfs sprake van een Frans-Duitse Unie in de maak. En België wordt geduld als aanhangsel van het Frans-Duitse imperium. De drie werpen zich op als de erfgenamen van de Europese gedachte en pogen hun samenwerking meer gewicht te geven door ook de andere stichtende leden van de Unie erbij te betrekken.

Met Luxemburg is dat geen probleem. Met Nederland is die alliantie iets moeilijker. Nederland is nu eenmaal van nature uit meer naar het noorden en de Angelsaksische wereld gericht. En na de gebeurtenissen van de voorbije dagen is het wantrouwen tegenover Frans-Duitse dictaten er alleen toegenomen.

Het zesde stichtende lid van de EU, Italië, moest als EU-voorzitter tot nog toe enige afstandelijkheid aan de dag leggen. Bovendien boezemt de figuur van premier Silvio Berlusconi niet bepaald vertrouwen in. Het verloop van de voorbije top in Brussel is daar het beste voorbeeld van.

Schroeder en Chirac kijken dan ook al verder dan de zes. Ze lijken in toenemende mate bereid rekening te houden met het oordeel van Londen. Het akkoord over Europese defensie bijvoorbeeld, dat zij in april in België lanceerden met Verhofstadt, is na maandenlang overleg met de Britse partners volledig op maat van Londen herschreven.

De Britse premier, Tony Blair, beseft zelf heel goed dat als hij wil meespelen in Europa, hij zich niet aan de kant mag laten zetten. 'Ik ben ervan overtuigd dat we een leidersplaats moeten innemen in Europa en niet mogen aanmodderen in de marge. Dat laatste zou alleen in de kaart spelen van de conservatieve oppositie', zei hij na afloop van de top.

Ook Griekenland, Portugal, Hongarije, Tsjechië en Slovenië zouden interesse tonen om sneller te gaan in de Europese integratie. Alleen blijft de vraag welke initiatieven zich lenen tot een nauwere samenwerking tussen een beperkt aantal lidstaten. Voor defensie blijft Londen alles stevig onder de NAVO-hoed houden. Voor samenwerking over justitie en het asielbeleid ligt Duitsland het meest dwars in de Unie en zelfs voor de begrotingsregels volgen Frankrijk en Duitsland de Europese lijn niet.

Spanje, een van de landen die het in Brussel vrij hard speelde, is tegen nauwere samenwerking gekant. Voor Spanje kwam het er in Brussel, net als drie jaar geleden in Nice, op aan een vinger in de pap te krijgen, een van de groten te zijn die het centrum van de EU bespelen.

De Polen namen in Brussel een veel strakkere houding aan. De Poolse onderhandelaars kwamen naar de top onder het motto 'Nice of de dood'. Ze wilden geen millimeter wijken van het statuut van groot EU-land, dat ze in Nice kregen. Nog voor Polen effectief lid wordt van de Unie op 1 mei 2004, heeft Warschau daarmee de naam onwrikbaar te zijn en alleen het eigenbelang te dienen.

De overige nieuwe lidstaten zijn eveneens kwaad op Polen. Deels omdat het negatieve imago van Polen ook een beetje op hen afstraalt. En omdat Polen alleen voor eigen rekening reed, zonder overleg te plegen met de Visegrad-partners Tsjechië, Slovakije en Hongarije.

In Warschau is men danig geschrokken van de negatieve pers over de Poolse onderhandelaars. De Poolse president, Alaxander Kwasnievskiu, wil het roer omgooien. Sterven voor Nice is niet langer nodig. Of dat voldoende is voor een doorbraak over de grondwet is niet zeker. Want in maart zijn er verkiezingen in Spanje en in juni Europese verkiezingen in alle 25 lidstaten. Dat soort dubbele nationale agenda's vergemakkelijkt zelden Europese beslissingen.

Kris VAN HAVER

20741869

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud