Zwitserse democratie verkeert in ademnood

(tijd) - Het Zwitserse parlement heeft vanochtend een nieuwe Zwitserse regering verkozen. Ondanks de rechtstreekse democratie is wat overblijft aan een parlementair systeem in Zwitserland in een polariseringsproces terechtgekomen. Is de spanning in het land een symptoom dat het systeem niet echt meer werkt?

Zoals elke dinsdag, woensdag en donderdag tijdens een parlementaire zittijd beginnen ze er vanochtend stipt om acht uur aan in Bern. De 200 pas verkozen leden van de Zwitserse Nationalrat en de 46 afgevaardigden van de 22 kantons uit de Ständerat kiezen dan de zeven ministers - het grondwettelijk aantal - van hun nieuwe regering. Die verkiezing is in principe voor vier jaar. Daarna wordt uit de zeven ook een voorzitter van de regering gekozen. Dat mandaat duurt maar één jaar en is niet hernieuwbaar. Het gaat doorgaans naar de minister met de meeste anciënniteit. Die voorzitter is dan één jaar lang het staatshoofd - de bondspresident - van Zwitserland.

Ieder van de zeven voorgedragen ministers moet een meerderheid van alle stemmen verzamelen. Eerst wordt over de herverkiezing van zetelende ministers gestemd, in volgorde van hun ambtsanciënniteit. Pas daarna worden de vacatures ingevuld. Sedert 1959 is elke zetelende minister die zich opnieuw kandidaat stelde, herkozen. En ook de partijpolitieke mandatenverdeling - twee ministerportefeuilles voor de liberale FDP, twee voor de sociaal-democratische SP, twee voor de christen-democratische CVP en één voor de conservatieve SVP - is al die jaren niets veranderd.

Normaal duurt de verkiezing van de regering een paar uur. Die van de president is vaak al om halfnegen afgehandeld. Dit keer dreigt men echter lang voorbij één uur 's middags te eindigen, het normale sluitingsuur van het parlement. Dat sluitingsuur laat de Zwitserse volksafgevaardigden toe na de middag een echt beroep uit te oefenen. De Zwitserse media registreerden de voorbije weken een opstoot van politieke interesse bij het publiek. En het reliek van de nationale luchtvaartmaatschappij, Swiss, kondigde al aan zijn passagiers woensdagmorgen onderweg geïnformeerd te houden over de stemming in Bern.

Om te begrijpen wat er aan de hand is, moet men eerst het unieke Zwitserse bestuurssysteem kennen. Zwitserland is het land van referenda en volksraadplegingen. Met 100.000 handtekeningen kun je er afdwingen dat het kiezerskorps zich moet uitspreken over een voorstel. Zelfs over thema's die alle andere Europese naties liever niet aan hun kiezers voorleggen - het lidmaatschap van de Europese Unie, de hoogte van de belastingen, de uitbreiding van het stemrecht tot nieuwe bevolkingsgroepen, heeft de Zwitserse burger het laatste woord.

Dat is niet alleen een zeer oude traditie van de Alpenkantons, maar ook een systeem dat gegroeid is uit bittere noodzaak. Zwitserland is nog meer dan België een politiek gefragmenteerd land, waar in de 19de eeuw volop conflicten heersten tussen katholieken en protestanten, progressieven en conservatieven, Franstaligen, Duitstaligen en Italianen, boeren en steden. Geleidelijk groeide het inzicht dat het voorleggen van de meest netelige problemen aan het oordeel van de kiezer vaak de meest objectieve en meest stabiliserende oplossing leverde. En dat als de stemmingen permanente verdeeldheid te zien gaven, het soms beter was kantons op te splitsen, zoals Basel Stadt en Basel Land of Appenzell Innerrhoden en Appenzell Ausserrhoden (katholiek en protestant). Zo ook was het logisch dat het parlement zelf de ministers zou kiezen, de minst slechte methode om een juiste mix van alle strekkingen te verzekeren. Op kantonnaal niveau is het vaak de kiezer zelf die de portefeuilles toewijst.

Na 1918 leerde de politieke elite van Zwitserland met deze zeer extreme democratie leven en legde ze er allerlei stabilisatoren in aan. Bij elke volksraadpleging begon de regering tegenvoorstellen te formuleren, die het vaak haalden. En om te beletten dat de volksraadplegingen een instrument van de oppositie zouden worden, werd de regering in haar samenstelling steeds meer een weerspiegeling van de machtsverhoudingen in het parlement, met alle grote fracties aan boord.

Zo kwam uiteindelijk in 1959 de zogenaamde 'toverformule' tot stand, met zeven ministers verdeeld over alle grote partijen. In nog geen 40 jaar was de meest explosieve democratie van Europa omgeturnd tot het saaiste politiek bestel van het continent.

Claude Longchamp, een politoloog uit Bern, merkte al enkele jaren geleden op dat het Zwitserse systeem na 40 jaar symptomen van metaalmoeheid begon te vertonen. Bij zowel parlementsverkiezingen als de talrijke referenda kwam herhaaldelijk minder dan de helft van het kiezerskorps opdagen. Aan de rand van de grote coalitie wisselden protestpartijen elkaar af, de groenen bijvoorbeeld, maar ook een partij van zich tekortgedaan voelende automobilisten die op een bepaald ogenblik zelfs 5 procent van de stemmen binnenhaalde. Daarnaast verzwakte ook in Zwitserland het belang van traditie en kanton als band tussen kiezer en partijen en werd het kiezerskorps wispelturiger, terwijl de aan elkaar geklonken regeringsformaties weinig mogelijkheden tot profilering hadden. De extreme democratie was in extreme mate gedepolitiseerd geraakt.

In dat vacuüm bouwde de nu 63-jarige rijke Zürichse zakenman Christoph Blocher enkele jaren geleden de gezapige, kleine conservatieve regeringspartij SVP uit tot een populistisch-rechtse beweging, zachter nochtans dan het Oostenrijkse voorbeeld van Jörg Haider. Blocher bespeelde handig de Zwitserse nationale sentimenten tegen de Europese Unie, en, zoals Pim Fortuyn, de taboesfeer rond immigratie. De SVP, tot dan alleen maar sterk in de Alpenvalleien, brak er mee door in de steden en in Franstalig Zwitserland. Op 19 oktober werd ze met 27,2 procent van de stemmen en 55 zetels de grootste fractie in het parlement in Bern.

Blocher eiste meteen een tweede zetel op in de zevenkoppige regering. Voor zichzelf. Rekenkundig is dat de logica zelf en zouden de christen-democraten, ondertussen de kleinste fractie geworden, dus één portefeuille moeten inleveren. Maar de 44 jaar oude 'toverformule' is een politieke afspraak en geen juridisch afdwingbare verplichting. En toen bleek dat de twee zetelende CVP-ministers geen van beiden aanstalten maakte om op te stappen, besloten de sociaal-democraten enkele weken geleden hun steun aan beide ministers te geven om Blocher af te stoppen.

Daarmee is het deksel opnieuw van de pot. De SVP zegde haar steun aan socialistische kandidaten op en dreigt er mee in de oppositie te gaan. Maar de aanhangers van de zetelende SVP-minister zien dat niet echt zitten. In de christen-democratie ontstond ter rechterzijde wrevel over de afhankelijkheid van de socialisten. En ook in de liberale partij ontstond verdeeldheid over de houding die tegenover Blocher moest worden aangenomen. Daarbij komen in Zwitserland - waar de partijdiscipline bij gebrek aan veel beroepspolitici zo al veel geringer is dan elders in Europa - in elke partij oude breuklijnen tussen kantons en taalgroepen weer naar boven.

Vandaar dat het alle kanten uit kon vanochtend in Bern. In een aantal scenario's kon een louter centrumlinkse of een louter centrumrechtse regering ontstaan, met opnieuw een echte oppositie in het parlement.

Ondanks de rechtstreekse democratie die de meest netelige politieke problemen aan het kiezerskorps toevertrouwt, is ook wat overblijft aan een parlementair systeem in Zwitserland in een polariseringsproces terechtgekomen. Misschien is dat niet anders dan een symptoom van toenemende problemen - de groeiende invloed van de Europese Unie waar de Zwitsers geen lid van willen zijn, de druk van de immigratie, de kosten van de vergrijzing - en nieuwe instabiliteit.

Verscheidene malen kwamen de leiders van de vier regeringspartijen de voorbije weken samen in een café in Bern. Het enige waarover ze het daar eens geraakten, was de vaststelling dat ze het niet eens geraakten. Zodat de enige geruststelling voor de Zwitsers bestond uit het nieuws dat hun toppolitici nog samen op café gaan. Voorlopig toch.

20720965

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud