Advertentie

‘Ebola moet het Westen wakker schudden'

©REUTERS

De uitbraak van ebola in West-Afrika lijkt voorlopig niet te stoppen. De Belgische topwetenschappers Peter Piot en Bob Colebunders roepen op tot waakzaamheid. ‘De wereld is kwetsbaarder dan ooit voor grote epidemies.’

Nooit eerder vielen zo veel doden bij een uitbraak van ebola. Nooit eerder werden zo veel landen tegelijk getroffen. Nooit eerder bereikte het virus een van de grootste steden ter wereld. En nooit eerder verplaatste de dodelijke ziekte zich per vliegtuig. De ongerustheid in de westerse wereld is dan ook groot. Als een patiënt in een vliegtuig geraakt, is de ziekte maar een halve dagreis van ons verwijderd, is de redenering.

Twee Belgische topwetenschappers volgen de situatie op de voet: Peter Piot en Bob Colebunders. Met opiniestukken in de Britse zakenkrant Financial Times en een oproep tot internationale actie op CNN treedt Piot het meest in de schijnwerpers. De voormalige topman van de aidsafdeling van de Verenigde Naties is nu directeur van de prestigieuze Londense School of Hygiene & Tropical Medicine. Colebunders is professor infectieziekten aan het Tropisch Instituut en de Universiteit Antwerpen.

De carrières van de twee lopen opvallend parallel: ze werkten beiden in het Tropisch Instituut, waren pioniers in de bestrijding van het hiv-virus, én ze waren erbij toen de eerste grote ebola-uitbraken het binnenland van Congo teisterden. ‘Een enorme uitdaging als hulpverlener, kan ik verzekeren’, zegt Colebunders. ‘Je weet dat 60 tot 80 procent van de besmettingen tot een vreselijke dood leidt en dus bescherm je je. Maar je beseft dat er op elk moment iets fout kan lopen: een druppel die in je oog loopt, een naald die door je beschermende kledij prikt, een handschoen die scheurt.’

‘Alle respect voor die mensen ter plaatse,’ zegt Piot. ‘Toen ik bij de eerste uitbraak van ebola in 1976 in Congo werkte, was ik in al mijn overmoed van een 27-jarige niet echt bang. De schrik kwam pas achteraf. Maar goede gezondheidswerkers zijn van levensbelang om de ziekte snel te detecteren, en de mensen goed te informeren.’

‘Dat is een van de problemen bij de uitbraak in West-Afrika nu,’ vult Colebunders aan. ‘Er zijn te weinig lokale dokters die voldoende overtuigingskracht bij de lokale bevolking hebben. Gezondheidswerkers worden met stenen bekogeld en weggejaagd.’ Piot: ‘Niet toevallig slaat de ziekte hard toe in Liberia en Sierra Leone, twee landen die nog aan het rechtkrabbelen zijn van een burgeroorlog. De mensen hebben er een groot wantrouwen in het centraal gezag.’

Dilemma

‘Het is een dilemma’, zegt Colebunders. ‘Hoeveel zorg bied je aan? Enerzijds lopen de gezondheidswerkers een risico. Artsen en verplegers zijn vaak de eerste slachtoffers, ook nu weer. En een echte behandeling bestaat niet. Anderzijds moet je natuurlijk wel voldoende zorg aanbieden als je wil dat mensen naar het ziekenhuis blijven komen. Want om de verspreiding van de ziekte tegen te gaan, wil je hen in afzondering houden. Je kan hen voeden, vocht toedienen en eventueel bloed geven.’

Piot waarschuwde op CNN al dat we de crisis echt niet mogen onderschatten. Hij ziet nog niet meteen een einde komen aan de ellende. ‘De kans bestaat dat de epidemie overslaat naar enkele andere landen in de regio, zoals Ivoorkust. Je mag je ook niet blindstaren op het aantal doden. Dat is aanzienlijk, maar de echte impact is veel groter. De ziekte ontwricht die landen totaal. De grenzen worden gesloten en sommige ziekenhuizen staan gewoon leeg. Omdat iedereen er gestorven is, of omdat de dokters en verplegers zijn gaan lopen. Zo sterven ook tientallen andere mensen bij gebrek aan zorg.’

‘Dat ebola nu ook grote steden heeft bereikt, hoeft niet per se slecht nieuws te zijn,’ zegt Colebunders. ‘Natuurlijk is het idee beangstigend dat het virus rondwaart in een plek waar miljoenen mensen op een hoopje wonen. Maar vergeet niet dat het virus niet via de lucht verspreid wordt. Je moet echt iemand aanraken en in contact komen met lichaamsvocht of uitwerpselen. De stad heeft als voordeel dat je de ziekte beter kan opvangen: er zijn meer en betere ziekenhuizen, en de zieken zullen dus ook sneller naar het ziekenhuis trekken, waar je ze kan isoleren. En zo kan de epidemie uitdoven.’

Vaccins

Moeten we ons ook in het Westen zorgen maken? Als een besmette man het vliegtuig naar de miljoenenstad Lagos kan nemen, kan hij ook in Brussel landen.‘Belangrijk is dat huisartsen altijd goed navragen waar iemand de jongste weken heeft gereisd,’ zegt Piot. ‘Als een patiënt in een ziekenhuis belandt, bestaat inderdaad de kans dat iemand van het medisch personeel besmet raakt. Maar nadien kunnen we de epidemie snel onderdrukken door patiënten te isoleren.’

Colebunders: ‘Nederland kende enkele jaren geleden al een geval van marburg, een gelijkaardige ziekte als ebola. Een vrouw was besmet geraakt door vleermuizen. Ze werd eerst in een gewoon ziekenhuis opgenomen. Pas later, toen duidelijk werd dat het om een soort ebola ging, werd ze naar een gespecialiseerd ziekenhuis gebracht. Uit dat geval kunnen we twee zaken afleiden. Het goede nieuws is dat niemand anders ziek raakte. Onze ziekenhuizen zijn hygiënisch veel beter bestand tegen besmettingen. Het slechte nieuws is dat ze het niet overleefd heeft. Ook in het Westen staan we dus machteloos tegenover de ziekte.’

Waarom is de wetenschap er nog niet in geslaagd geneesmiddelen tegen ebola te ontwikkelen? ‘Vanuit militaire hoek zijn er enkele in de maak,’ zegt Colebunders. ‘Ziekten als ebola worden door landen als de Verenigde Staten en Rusland al jaren met veel belangstelling gevolgd. Je wilt het niet geweten hebben dat zulke agressieve virussen genetisch gemanipuleerd worden tot bioterroristische wapens. Voor ebola bestaat dat gevaar voorlopig niet, omdat het virus niet doorgegeven wordt via de lucht.’

‘De crisis is een gelegenheid om de vaccins te testen op mensen’, vervolgt Piot. ‘Het feit dat ook twee Amerikanen besmet zijn, is wellicht een trigger: het National Institute of Health wil het vaccin in september testen. Maar voor de industrie is een ziekte die maar om de zoveel jaar opduikt natuurlijk niet interessant. Uiteindelijk zullen enkel de lokale gezondheidswerkers het probleem kunnen oplossen. Door veel te investeren in hygiëne en informatie.’

Colebunders: ‘Een land als Uganda bewijst dat het kan. Ebola duikt er geregeld op, maar de ziekte wordt de jongste jaren telkens snel in de kiem gesmoord door een goede combinatie van voorlichting, medische expertise en een efficiënt noodplan. Andere landen kunnen daar veel van leren.’

De westerse aandacht vindt Piot alvast een goede zaak. ‘Elke crisis is een opportuniteit om de uitdagingen op gezondheidsvlak in Afrika weer in beeld te brengen. Ik schreef in Financial Times een opiniestuk om erop te wijzen dat in de getroffen landen sinds februari dubbel zoveel vrouwen bij de bevalling zijn gestorven als er mensen aan ebola zijn overleden. Zonder een crisis als deze had ik dat forum nooit gekregen. Op korte termijn kunnen westerse landen medisch materiaal sturen om gezondheidswerkers te beschermen. Op lange termijn kunnen we hen steunen om een goede gezondheidszorg te ontwikkelen. Daarbij is economische groei even belangrijk als ontwikkelingssamenwerking. De handelsbarrières opheffen is op termijn even efficiënt als handschoenen naar ginder sturen.’

Pokken

Beide wetenschappers hopen dat de crisis iedereen wakker schudt. Piot: ‘Elke epidemie belangt ook het Westen aan. Want vroeg of laat duikt een nieuw virus op dat de hele wereld treft. De griep zou bijvoorbeeld enorm zwaar kunnen uithalen. Het probleem is dat we met steeds meer mensen zijn, steeds dichter op elkaar leven en de ingrediënten van ons voedsel uit de hele wereld komen. Door de groeiende mobiliteit zijn we kwetsbaarder dan ooit.’

Een medewerkster van Colebunders ontdekte onlangs bij een pygmeeënstam in Congo een soort pokken die tot nu enkel bij apen voorkwam. ‘Er zijn van dat virus nu ook al twee gevallen in de grote stad Kisangani opgedoken, terwijl de medische wereld ervan uitging dat de pokken uitgeroeid waren bij mensen. Dus ja, we hebben het laatste van de grote ziektes nog niet gezien.’

Zelf is Colebunders volop bezig met het blootleggen van de knikkebolziekte, een soort epilepsie die vooral kinderen treft. De grote geldschieters zoals de Gates Foundation vinden ziektes op zo’n schaal te klein om in te investeren. ‘Maar ik vind dat de geneeskunde alles wat je niet begrijpt moet aanpakken. Want je weet nooit waar het eindigt. Dat is de grote fout geweest van onze eerste hiv-aanpak. We wisten niet snel genoeg hoe ernstig die ziekte kon worden, en voor je het weet, heb je het helemaal niet meer onder controle.’

De uitbraak van ebola lijkt intussen het beeld van het hulpeloze, chaotische Afrika te bevestigen, het continent waar mensen op straat sterven en de staat de medische hulpverlening maar niet deftig geordend krijgt. ‘Ik wil dat beeld bestrijden,’ zegt Piot. ‘Ik ben een Afrikaoptimist. Behalve in enkele fragiele staten, waartoe niet toevallig de ebolahaarden horen, gaat het de goede kant op met het continent. Sommige landen doen het economisch steeds beter, zoals Rwanda, Ghana en Ethiopië.’

Colebunders treedt hem bij. ‘De middenklasse groeit enorm, het continent zit op een berg grondstoffen. Afrikanen zijn het gewend te vechten om te overleven en kunnen vaak enorm hard werken. Het continent heeft een enorm potentieel. Ik vind het een gemist kans dat Europa er zo weinig interesse in toont.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud