Crevits: ‘Hoger inschrijvingsgeld universiteiten is niet sociaal onrechtvaardig'

Hilde Crevits in haar kabinet: ‘Als ik naar het rijtje voorgangers kijk, zie ik geen enkele minister die het twee volle legislaturen heeft volgehouden.’ ©Saskia Vanderstichele

‘Het inschrijvingsgeld voor hogere studies verhogen is niet sociaal onrechtvaardig’, vindt Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits. Toch ziet ze het als haar taak te voorkomen dat het regeringsbeleid te rechts wordt. Aan de vooravond van het nieuwe schooljaar overloopt ze haar huiswerk.

1 Luisteren

‘Ik ben mij nog volop aan het inwerken’, lacht Hilde Crevits. Maar een belangrijke les heeft de CD&V-minister van Onderwijs wel al geleerd. ‘Vrijheid van onderwijs betekent dat de overheid de lijnen uitzet, maar veel beslissingen worden genomen door de inrichtende machten. Een minister van Onderwijs heeft minder macht dan je zou denken. Maar als er iets misgaat - wat dan ook- heeft de minister het wel gedaan. Altijd!’

Onderwijs wordt gezien als een zware portefeuille in de Vlaamse regering, omdat er grote budgetten mee gemoeid zijn. Maar het leeuwendeel van het geld gaat naar de salarissen van de leerkrachten en de beslissingsmacht is gedecentraliseerd naar de koepels. Bovendien zijn er veel machtige belangengroepen waar Crevits rekening mee moet houden. ‘Als de minister van Openbare Werken vindt dat er een weg moet komen, dan komt die er. In het onderwijs is dat anders. Iedereen moet zijn zegje doen, traagheid zit in het systeem gebakken. Dat is niet per definitie slecht. Een wijziging in het eerste leerjaar heeft effecten die voelbaar zijn tot in het zesde, of langer. Voor je iets verandert, moet je goed nadenken.’

Ze poseert in de gang van haar kabinet voor foto’s van haar voorgangers. ‘Een beetje griezelig, niet? Zodra je minister af bent, wordt de kleurenfoto vervangen door een zwart-witfoto. Als ik naar het rijtje kijk, zie ik geen enkele minister die het twee volle legislaturen heeft volgehouden. Voor sommigen betekende de ministerportefeuille het einde van hun politieke carrière. Voor de macht moet je geen minister van Onderwijs worden, voor je comfort ook niet.’

Waarvoor dan wel? Voor de vakanties? Crevits proest het uit. ‘Vijf dagen vakantie heb ik deze zomer gehad. Na de verkiezingen was er eerst het formatieberaad en daarna ben ik mij beginnen in te werken. Maar ik wilde deze portefeuille heel graag. Het was na al die jaren Mobiliteit en Openbare Werken tijd voor iets anders. Onderwijs boeit mij oprecht. Ik kom uit een onderwijsnest. Mijn vader was schooldirecteur en vakbondsvoorzitter, mijn moeder onderwijzeres.’

De voorbije weken was het in haar nieuwe bureau een komen en gaan van rectoren, onderwijsbonzen van inrichtende machten, vakbondslieden en scholierenvertegenwoordigers. ‘Iedereen zegt mij: luister alsjeblieft eerst voor je dingen aankondigt. Dat ben ik van plan. Ik praat veel, maar ik kan ook goed luisteren. Waarom hebben de vakbonden het loopbaanpact van mijn voorganger Pascal Smet (sp.a) zo slecht onthaald? Omdat ze schrik hebben dat leerkrachten van hot naar her zullen moeten springen. Door boeken te lezen over onderwijs leer je niet waar de gevoeligheden zitten, wel door met mensen te praten.’

 

2 Leerkrachten opwaarderen

‘Bestaat er iets mooiers dan jonge mensen vormen, hun talenten helpen ontplooien, ervoor zorgen dat het sterke mensen worden die niet bij de eerste de beste tegenslag door de knieën gaan? Ik vind van niet. Ik wil leerkrachten opnieuw meer tijd geven om met hun kinderen bezig te zijn, elk op hun eigen manier. Daar mag je mij over vijf jaar op afrekenen.’

‘De planlast is een reëel probleem. Dat onthou ik uit alle gesprekken die ik tot nu toe gevoerd heb. We hebben van onze leerkrachten te veel uitvoeringsagenten gemaakt. Natuurlijk is het de taak van de overheid om eindtermen te maken, zodat iedereen weet wat kinderen aan het einde van de rit moeten kunnen. Maar vaak zijn die te uitvoerig. Een voorbeeld: leerlingen van de derde graad aso moeten kunnen werken met een woordenboek. Maar in de eindtermen staat ook hoe dat moet gebeuren. En vervolgens maken de koepels leerplannen die nog gedetailleerder zijn. Aan het einde zijn leerkrachten meer bezig met handleidingen opvolgen dan met de kinderen. Dat moet veranderen. Ik wil de leerkrachten weer vertrouwen geven, meer zuurstof om te kunnen werken.’

Goede leerkrachten krijg je door hun een aantrekkelijke en duurzame loopbaan aan te bieden. Crevits steekt niet weg dat er ook iets aan de instroom naar de opleiding moet gebeuren. ‘Er komt voor alle hogere studierichtingen een toelatingsproef, ook voor de lerarenopleiding. Die proef is niet bindend, maar kan wel sterk ontradend werken. Als iemand je zegt dat je over onvoldoende competenties beschikt om de richting tot een goed einde te brengen, zal je wel twee keer nadenken voor je je effectief inschrijft.’

 

3 Middelbaar onderwijs hervormen

De hervorming van het middelbaar onderwijs was een twistappel in de vorige Vlaamse regering. De N-VA en sp.a zaten niet op dezelfde lijn, waardoor Pascal Smet de hervorming uiteindelijk niet kon uitvoeren. Crevits is niet bang dat haar hetzelfde zal overkomen. Het feit dat in het regeerakkoord slechts één zinnetje staat over de hervorming, ontmoedigt haar niet, zegt ze. ‘Het is wel een belangrijk zinnetje, namelijk dat het masterplan zal worden uitgevoerd. De tekst is er, we weten wat ons te doen staat.’

Crevits wil het dossier vooral ontladen: ‘Ik heb niets met fetisjen. Ik vind het woord ‘hervorming’ zelfs verkeerd. Het lijkt alsof alles op de schop gaat, terwijl dat niet zo is. Maar er zijn wel dingen die beter moeten.’

‘Een kind ontwikkelt tussen zijn twaalf en zijn achttien zijn interesses. Het kan niet zijn dat je op je twaalfde kiest en later vaststelt dat je zou willen veranderen maar hopeloos vastzit. Ik geloof in campusscholen, zoals die in Torhout, waar ik zelf lang geleden schoolliep. Leerlingen van aso, tso en bso komen door dezelfde poort binnen, delen labo’s en leerkrachten. Daardoor dragen ze geen stempel op hun voorhoofd. We denken nog te klassiek elitair. Waarom zou iemand die wetenschappen-wiskunde volgt, hoger ingeschat moeten worden dan iemand die een technische richting volgt? Onze bedrijven smeken om goed technisch opgeleide mensen.’

‘Vandaag zijn we samen met de koepels een matrix aan het opstellen van welke richtingen er zijn en of die richtingen onze jongeren voorbereiden op verder studeren of werken. Laat ons eerst eens kijken hoever we daarmee komen. Daarna gaan we voort. Stap voor stap.’

 

4 Scholen bouwen

In steden als Brussel en Antwerpen zijn er honderden kinderen die maandag niet naar school kunnen, omdat er geen plaats is. Ook dat dossier zit in de boekentas van de nieuwe minister. En het is een dossier dat zwaar weegt. ‘Voor Brussel is er nog 5 miljoen euro beschikbaar om te investeren. Dat bedrag is om de een of andere reden nog niet door mijn voorganger toegewezen. Wat het bredere plaatje betreft: het is evident dat dit in een beschaafd westers land niet kan. De vorige regering heeft al veel inspanningen geleverd om dat probleem aan te pakken. We maken in deze legislatuur een half miljard euro vrij voor capaciteit en renovatie. Op die post zal niet bespaard worden, dat verzeker ik u. We blijven investeren. Daarnaast bekijk ik de bouwvoorschriften. Het is misschien mogelijk meer te doen met hetzelfde geld.’

Crevits blijft wel realistisch. ‘De noden zijn zo groot dat ik niet zeker ben dat ik in vijf jaar tijd alles kan oplossen. Vandaag worden de projecten goedgekeurd naargelang de datum waarop ze werden ingediend. First come, first serve. Dat moet in de toekomst anders. Dossiers zouden ingeschaald moeten worden naargelang de hoogdringendheid. Zodat we eerst scholen bouwen waar de capaciteitstekorten het grootst zijn. Of dat scholen waar de klassen op instorten staan niet achter in de rij komen.’

 

5 Besparen

Ook op het departement onderwijs zal moeten bespaard worden. ‘Ik vind het logisch dat elk domein zijn steentje bijdraagt, ook het onderwijs. Maar het moet wel minder besparen dan de rest. Ook dat vind ik logisch. Kennis is de belangrijkste grondstof van onze economie. We kunnen het ons niet veroorloven dat de kwaliteit van ons onderwijs achteruitgaat.’

Is er nog vet op de soep? ‘Ik ga in de eerste plaats mijn eigen organisatie - het departement onderwijs - eens onder de loep nemen. Kunnen we niet efficiënter werken? Ik heb aan alle betrokkenen gevraagd de oefening te doen en voorstellen te formuleren.’

In het hoger onderwijs woedt al volop de discussie over het verhogen van het inschrijvingsgeld. Crevits: ‘Ik vind het jammer dat die discussie verengd is tot een over besparingen. Het inschrijvingsgeld ligt in Vlaanderen op ongeveer 600 euro. Dat is lager dan in de meeste buurlanden, en lager dan in Wallonië, waar studenten 880 euro betalen om te mogen starten aan de universiteit of hogeschool. Het debat over een verhoging moet dus gevoerd worden, niet dramatisch, maar toch zeker tot op hetzelfde niveau als in Wallonië.’

Volgens haar komt de democratisering van ons onderwijs daar niet mee op de helling. ‘Ik verzet mij tegen het argument dat het sociaal onrechtvaardig zou zijn het inschrijvingsgeld te verhogen. Dat is niet zo. Ik ga tegelijkertijd de inkomensgrenzen voor de toekenning van beurzen herbekijken. Misschien zijn die te streng en moet die pot groter worden.’

 

6 Linkse stempel drukken

‘Is het sociaal rechtvaardig dat alle senioren allemaal gratis op de bus mogen? Ik vind dat sociaal onrechtvaardig! Niet alles wat links heeft ingevoerd, was sociaal rechtvaardig. Leg mij eens uit waarom een zestigjarige met een pensioen van 3.000 euro in de maand gratis de bus moet kunnen nemen. Het pijnlijke is dat een veertigjarige die weinig verdient die factuur betaalt. Als we de senioren laten betalen, kunnen we met dat geld dingen doen die veel sociaal rechtvaardiger zijn, bijvoorbeeld voor senioren die niet mobiel zijn.’

‘Sorry, ik wind mij op.’ Het valt op hoe passioneel Crevits haar betoog voor sociale rechtvaardigheid houdt. De minister beseft maar al te goed dat haar belangrijkste huistaak er tijdens deze legislatuur er misschien wel in bestaat mensen ervan te overtuigen dat niet alle maatregelen van deze regering rechtse, asociale maatregelen zijn. Als dochter van een vakbondsman weet ze als geen ander dat de linkervleugel van CD&V bang is voor een coalitie met de N-VA en Open VLD.

‘Maar het geeft ons ook een kans ons te profileren. Natuurlijk heeft dat ook meegespeeld in mijn keuze. Toen ik begreep dat ik Onderwijs kon krijgen en Jo Vandeurzen Welzijn, heb ik geen seconde getwijfeld. Op die twee departementen kan je sociale accenten leggen en je profileren als partij die de sociale rechtvaardigheid hoog in het vaandel draagt.’

Of ze bang is dat haar partij verwoest zal worden door de linkse oppositieaanvallen en ze uiteindelijk electoraal zal worden afgestraft? ‘Ik heb er bewust voor gekozen. Ja, er zijn verschillen tussen links en rechts en ik zit aan de linkerkant van het spectrum. Maar ik lig niet wakker van een politieke zelfmoord. Het zal u misschien verbazen, maar ik doe niet aan politiek voor mijn comfort.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect