Lippens versus Lippens

Leopold (links) en Maurice Lippens (foto Jonas Lampens)

Het kwam door Leopold Lippens dat hij en zijn broer Maurice destijds van het college werden getrapt. ‘Het was die ene grap te veel die ons de das omdeed.’ Ook vandaag nemen de broers – de een is burgemeester van Knokke, de ander lid van de haute finance – elkaar nog altijd in de maling. Gesprek over een broederband die ‘trekt’, ook in moeilijke tijden.

'Hoeveel bedraagt een boete voor hondenpoep in Knokke?’, vraagt Maurice Lippens.
Leopold: ‘Tussen 100 en 150 euro, af­­­­han­kelijk van…’
Maurice: ‘…van het gewicht van de poep?’

Een interview met de gebroeders Lippens is als kijken naar een aflevering van de Muppetshow. De krasse zeventigers – Maurice is anderhalf jaar jonger dan Leopold – zitten zij aan zij aan een tafeltje. Net zoals Waldorf en Statler spuien ze hun kritiek op de show die het leven is. De ondertoon altijd licht ironisch. Zelden twee broers gezien die zo op elkaar zijn ingespeeld.

‘Zo!’ Maurice haakt de vingers in elkaar. ‘Zo hecht is onze band. We steunen elkaar door dik en dun.’ Leopold: ‘Wij zijn zelfs met twee zussen getrouwd. Hij had een lief, en ik dacht: ‘Mmm, dat ziet er niet slecht uit’. Mijn broer is een verstandig man. Dus ben ik voor de zus gegaan.’

Het zoete Knokke

Onze ontmoetingsplek is, hoe kan het ook anders, de Royal Zoute Golf Club. Ruim een eeuw geleden opgericht door de Compagnie Het Zoute, het familiebedrijf van de Lippensen. We reserveerden een plekje in een rustige en lommerrijke hoek van het terras. Op de tafel: een overheerlijke kabeljauwschotel, een frambozendessert en een goed gevuld glas roséwijn.

We steunen elkaar door dik en dun. Zo hecht is onze band.

Maurice Lippens

Ex-voorzitter Fortis

De broers grijnzen. ‘Er is ons al vaker gezegd dat  we op Statler en Waldorf lijken. Ook zij zeggen de waarheid, zelfs als het stoort. Lachen is gezond. Wist u dat een mens minstens tien minuten per dag moet lachen?’ Op vraag van de fotograaf  schuift Maurice nog wat dichter naar zijn broer toe. ‘Kom broere, zet je voeten bie de miene.’

Op het eerste gezicht lijken de gebroeders Lippens een karikatuur van zichzelf. Leopold, de oudste, het eeuwige enfant terrible. Na 33 jaar burgemeesterschap is Knokke Leopold Lippens en omgekeerd. Altijd in voor een vrijpostige uitspraak. Preppy chic uitgedost in een blauw jasje en een opvallende das met flamingo’s. Blitse zonnebril op de neus. Op zijn hoofd een petje van GBL, de holding waarvan zijn broer bestuurder is. Maurice is bedachtzamer. Door een leven in de hoogste economische kringen gewoon geworden de scherpste kanten van zijn gedachten af te veilen. ‘De braafste van de twee’, zegt hij zelf. Als het wat  te jolig wordt, brengt hij zijn rondtollende broer weer netjes bij de les.

Op het tweede gezicht weet je: ze zijn gewoon zichzelf. Zeker hier, in Knokke, waar ze bijna met de zandgrond vergroeid zijn. ‘Het graafschap Knokke’, wordt de badplaats soms smalend genoemd. Refererend aan de adellijke titel van de broers. Leopold erfde de titel van zijn vader, die hier ook burgemeester was. Maurice kreeg hem van de koning nadat hij met de fusie van de Generale Bank en de ASLK de oude droom van een grote Belgische bank verwezenlijkte.

Het is hun biotoop. Als kleine jongens speelden ze hier in de bossen en de weiden. Als heren genieten ze van het mondaine leven. Ook Maurice, die zijn woonst in Ukkel steeds vaker inruilt voor zijn stek in het Zoute. ‘Volg de kustlijn van Zweden tot Biarritz en je zult zien dat Knokke de best bewaarde badstad is.’ Een te koesteren erfenis is het. Leopold: ‘Toen onze voorouders hier neerstreken, was er niets. Er waren hier meer konijnen dan mensen. Helmgras en struiken, geen enkele boom. Alles wat u hier rondom ziet, is door de Compagnie aangelegd.’

Wat is elitair? Iedereen kan genieten van het goede leven in Knokke, voor de prijs van een tramticket.

Leopold Lippens

Burgemeester Knokke

Hun grootvaders stichtten in 1908 de Compagnie Het Zoute met een duidelijke missie: van Knokke een mondaine ‘tuinstad’ maken, een groene stad avant la lettre. Met grote villa’s en tuinen zou de stad zich onderscheiden van de andere badsteden. Er werd een golfterrein aangelegd en er kwamen tennisvelden. Mon­dain en elitair mocht – moest het zijn, zonder gêne. Leopold wuift de associatie weg. ‘Wat is elitair? Het is hier goed leven, inderdaad. Er is natuur, er zijn de galeries, er zijn mooie winkels. Dat wordt geapprecieerd, zowel door de bewoners van de duurste villa’s als door de dagjestoeristen. Iedereen kan genieten van het goede leven in Knokke, voor de prijs van een tramticket.’

Het blijft toch elitair. Wie geen sloten geld verdient, kan hier geen huis of grond kopen voor 10.000 euro per vierkante meter.

Maurice: ‘Het is waar dat de elite hier graag komt wonen. Logisch, het is hier proper en veilig. Je hebt alle voordelen van een stad, zonder de nadelen. Er wordt hier vlot Nederlands en Frans door elkaar gesproken. Niemand doet daar moeilijk over. En sommigen houden er nu eenmaal van op de Place m’as-tu-vu (het Albertplein, nvdr) te paraderen met hun nieuwste kleren, wagen, hond of vrouw.’

Leopold: ‘Maar Knokke een stad voor de jetset? Dit is Monaco niet. We hebben niet eens een jetset in België.’

En toch. Wanneer de strijd tegen de hondenpoep de hoogste prioriteit is, dan vertoef je toch in een andere realiteit dan die van de doorsnee Vlaamse stad. Legendarisch is de uithaal van de burgemeester naar de ‘frigoboxtoeristen’, die voor een dagje afzakken naar het mooie strand en amper verteren. Of zijn oorlog tegen de zilvermeeuwen (‘de ratten van de zee’) en zijn verbeten strijd tegen de hondenpoep. En minstens even groot: zijn viscerale afkeer voor de ‘groene ayatollahs’, die van zijn vermaarde golfterrein ‘een oerwoud’ willen maken.

‘Sommige mensen denken dat ze de wijsheid in pacht hebben. Maar ze zijn vooral kleingeestig.’ Leopold wijst voor zich uit. ‘Dit is een terrein van honderd hectare, maar ik heb me moeten weren als een duivel in een wijwatervat om het te kunnen behouden. De ‘groene jongens’ willen er een park van maken en zijn doof voor al mijn argumenten. Kijk eens rond, dit hier bestaat al meer dan honderd jaar. Het geeft onze stad een internationale uitstraling. Maar dat is allemaal van geen belang. Ik heb een petitie moeten organiseren met 30.000 handtekeningen voor ze zijn teruggekrabbeld.’

Wij zijn de enige immobiliënmaatschappij in België die een natuurreservaat heeft gecreëerd.

Maurice Lippens

Voorzitter Compagnie du Zoute

Maurice: ‘Als we drieste kapitalisten waren geweest, was dit hier allemaal allang verkaveld en stond het vol gebouwen. Ook het Zwin zou er nooit geweest zijn. Wij zijn de enige immobiliënmaatschappij in België die een natuurreservaat heeft gecreëerd (Maurice Lippens is voorzitter van de Compagnie Het Zoute, nvdr).

Vroeg of laat zal de stempel van de familie Lippens op de stad vervagen. Maakt u zich zorgen over het post-Lippenstijdperk?

Maurice: ‘Ach. De aandelen van de Compagnie zijn nu al verspreid over de vele kinderen, klein­kinderen en achterkleinkinderen van de stichters. Mijn vier kinderen liggen niet meer wakker van de plannen uit 1908, en ik vermoed dat dit ook geldt voor de drie kinderen van Leopold. Het Knokke van onze grootvaders bestaat niet meer. Het speelveld wordt kleiner. En de Vlaamse regelneverij groter. Dus slaat de Compagnie haar vleugels uit. Ze is nu ook ac­tief in Nederland en Frankrijk.’

Leopold: ‘Maar het groene karakter van de stad is vandaag wel vastgelegd in ruimtelijke uitvoeringsplannen. Knokke zal groen blijven, ook als de familie Lippens het hier niet meer voor het zeggen heeft.’

Welke erfenis wilt u nalaten?

Leopold: ‘Ik hoef niet zo nodig een erfenis na te laten. De persoon Leopold Lippens is totaal onbelangrijk. Wij zijn allemaal maar schakels van schakels. Alleen ben ik niets. Knokke wordt bestuurd door een fantastisch team. En dit is een waarborg voor de toekomst.’

Maurice: ‘Mijn broer is te bescheiden. Inwo­ners van Knokke zeggen me voortdurend: ‘Dat gaat hier maar blijven duren zolang Leopold Lippens burgemeester is.’ Hij gaat nu wel nog voor een nieuwe termijn, ondanks zijn leeftijd. Maar iedereen heeft schrik voor de dag dat hij ermee ophoudt.’

Antwoordt u dan eens in zijn plaats. Wat laat hij na?

Maurice: ‘Het was hier een dorp toen hij be­gon. Hij heeft er een stad van gemaakt. Hoe­lang ben jij eigenlijk al burgemeester, Leopold?’

Leopold: ‘Ik weet het niet. Meer dan dertig jaar, minder dan veertig.’

Maurice (grappend): ‘Ziet u, hij kan zo ver niet tellen.’

Leopold (onverstoord): ‘Mijn grootvader werkte al samen met urbanisten en architecten met wereldfaam. En ook wij werken samen met toparchitecten als Zaha Hadid voor de stationsbuurt of met Willem Jan Neutelings, Steven Holl en Norman Foster voor het casino. We gaan mee met onze tijd.’

De broederband

Savoir vivre. Genieten van schoonheid. Het is een kunst waarin de broers zich vervolmaakten. Als ze al één waarde meekregen van thuis, was het dat wel: oog hebben voor de kleine dingen. ‘Materieel zijn we nooit iets tekortgekomen. Maar het belangrijkste wat wij van onze ouders leerden, is de gave van de verwondering’, zegt Leopold. ‘Over het rood van een roodborstje, dat van een ongekende schoonheid is. Moeder leerde ons alles over planten, bloemen en sterren. Vader over de jacht, de vogels en de bo­men. Hij was een zeer gelovig man. Als hij naar iets kleins keek, zag hij God, om het met Guido Gezelle te zeggen. Die erfenis kan niemand ons meer afnemen.’ (wijzend naar een boom) ‘Voor mij is dat geen boom, maar een eik. En dat daar is geen spar, maar een cipres.’

Maurice: ‘Ik hoor ouders tegen hun kinderen zeggen: ‘Kijk, een vogel.’ Neen, denk ik dan, het is een kievit. Wij hebben het geluk dat we dat met de paplepel hebben meegekregen. Het is onuitroeibaar.’

Negatief denken maakt mensen ziek. Je moet altijd blijven zoeken naar het positieve. Zelfs in je vijanden.

Leopold Lippens

Burgemeester Knokke

Leopold: ‘Het is ook een kwestie van positief denken. Onlangs had ik de eer om de Dalai Lama te ontvangen. Geen enkele politicus had de moed om die mens te gaan ophalen op de luchthaven van Bierset, dus mocht Leopold die klus klaren. Wat een charisma! Ik ben er nog altijd van onder de indruk. Ik heb een enorme bewondering voor de Dalai Lama. Er hangt zelfs een Tibetaanse vlag in mijn tuin.’ ­‘Nega­­­tief denken maakt mensen ziek’, zei hij. Dat is waar. Je moet altijd positief blijven, en blijven zoeken naar het positieve. Zelfs in je vijanden.’

De broers en hun twee zussen kregen een klassieke opvoeding. ‘In het Engels’, verduidelijkt Leopold. ‘Omdat mijn moeder – die in 1914 met haar ouders naar Engeland vluchtte – zelf in het Engels is opgevoed. Onze ouders spraken Engels met de honden en de kinderen, Frans met de vrienden en Vlaams met de Knokkenaars.’

Leopold: ‘In het college in Loppem, waar wij naar school gingen, studeerden we afwisselend een week in het Frans en een week in het Ne­der­lands. Schitterend. Als ze dat in alle scholen zouden invoeren, waren alle communautaire problemen van de baan.’

Maar jullie zijn wel van die school getrapt.

Maar jullie zijn wel van die school getrapt.

Maurice: ‘Ja, door hem. Ik ben er nog altijd boos om. Vertel eens, Leopold.’
Leopold: ‘Neen, ik ga niet vertellen wat er is gebeurd. Ik was turbulent. Het was té leuk.’
Maurice: ‘Het was die ene grap te veel.’
Leopold: ‘In die periode was de zin voor hu­mor zeer beperkt, zeker bij de benedictijnen.’
Maurice: ‘Maar hoe rebels we soms ook waren, tegen onze ouders hebben we ons nooit afgezet. We hebben een zeer gelukkige jeugd ge­had.’
Leopold: ‘We waren zo vrij als vogels. We wisten niet wat er in Amerika of China gebeurde. Geen nieuws. Zorgeloos.’

Waarin verschillen jullie van elkaar?

Leopold: ‘Ik speel golf, mijn broer niet.’

Dus de voorzitter van de Compagnie speelt zelf geen golf?

Maurice: ‘Neen, mijn broer speelt voor twee. Hij speelt trouwens zo goed dat ik er nooit aan begonnen ben. Ik zou nooit tegen hem kunnen winnen.’

Het leven

In de periode na de val van Fortis kreeg u bakken kritiek over u heen. U meed de pers, maar uw broer heeft u toen publiekelijk verdedigd. Is dat die broederband die speelt?

Leopold: ‘Dat is geen kwestie van broederliefde, maar van wiskunde. Maurice heeft ontzettend veel welvaart gecreëerd voor dit land. Maak zelf de som: links op het bord schrijf je zijn realisaties, rechts wat ze hem verwijten. De balans is veruit positief.’

Helemaal objectief bent u toch niet.

Leopold: ‘Toch wel. Natuurlijk zal ik altijd in mijn broer blijven geloven. Hij is mijn beste vriend. Maar ik weet ook wat hij allemaal ge­daan heeft in zijn leven.’

Maurice: ‘Het deed wel deugd op dat moment. Dan voel je wat ‘door dik en dun’ betekent.’

Leopold: ‘De sterkte van onze familie is onze familie. Zonder meer. Als mensen me vragen: ‘Bent u rijk?’, zeg ik: ‘Zeer rijk. Mijn rijkdom is mijn familie.’ Je kunt in een vliegtuig maar in één zetel zitten. Je kunt maar in één bed slapen en met één auto tegelijk rijden. Dat is allemaal relatief.’

Met alle respect, maar met een vermogen als dat van u is dat makkelijk gezegd. Heb­ben jullie eigenlijk ooit voor iets moeten vechten in het leven?

Leopold: ‘Wij zijn zondagskinderen, ja. Maar kun je ons dat verwijten? We geven veel terug aan de maatschappij. Als burgermeester is dat zelfs je plicht. Er zijn ook hier mensen die het moeilijk hebben en die ik moet helpen. Dat is geen paternalisme, het is de realiteit van de lokale politiek.’

Maurice: ‘Onze ouders hebben ons een goede start gegeven. Ik had ervoor kunnen kiezen rustig te gaan werken en me niet al te veel zorgen te maken. Maar ik heb altijd de harde weg gekozen. In het leger zat ik zelfs in het straf­bataljon, de zwaarste opleiding. Na mijn rechtenstudies ging ik naar Harvard. Op eigen kracht, want niemand heeft me daar binnen­geloodst.’

Ik heb gewerkt in mijn leven, hard gewerkt. Mijn carrière is me niet op een gouden plateau aangeboden.

Maurice Lippens

Ex-voorzitter Fortis

‘Ik heb gewerkt in mijn leven, hard gewerkt. Mijn carrière is me niet op een gouden plateau aangeboden. De afwikkeling van het Sabena-dossier en de doorstart van het winstgevende gedeelte in SN Brussels Airlines: dat moest ik niet doen, en al zeker niet voor het geld. Ik heb daar geen frank voor gekregen. Ik had gemakkelijk kunnen weglopen, zoals vijftien andere zakenmensen voor mij deden.’

Waarom deed u het dan toch? Voor de macht?

Maurice: ‘Neen, dat is dienen. We zijn zo opgevoed. Ik weet niet wat mij bezielt, maar ik kan het niet laten. Net zoals ik destijds mijn schouders onder de redding van de Anhyp-spaarbank heb gezet, die op de rand van het faillissement stond.’

U doet het om te dienen, maar na Fortis werd u door het land uitgespuwd. Deed dat pijn? Het onderwerp ligt in ieder geval nog gevoelig. U praat er niet graag over.

Leopold: ‘Ik zal in zijn plaats antwoorden. Vroeg of laat wordt iedereen afgeschreven. C’est la vie.’
Maurice: ‘Ik heb altijd in mijn achterhoofd ge­weten dat het kon gebeuren. Met Sabena heeft het geen haar gescheeld. We waren bij­na kapot.’
Leopold: ‘Een maand na de oprichting van SN Brussels zat ik met Maurice op een vliegtuig. De piloot en het cabinepersoneel kwamen hem bedanken.’

Voor Fortis kreeg u geen dankbetuigingen.

Maurice: ‘Het zij zo. Ik ben geen acteur die het doet voor het applaus dat hij achteraf krijgt. Dankbetuigingen hebben me nooit gemotiveerd. Fortis is het slachtoffer geweest van een wereldwijde financiële crisis die vandaag nog altijd woedt. Kijk naar Dexia. Had ik Fortis kunnen redden? Misschien, als ik alles had geweten. Het enige wat mij echt ontgoochelt, is dat sommige mensen in wie ik vertrouwen had niet de moed hadden om alles te zeggen wat ze wisten. Dat is… pijnlijk.’
Leopold: ‘Dat is het verleden, Maurice, je moet het laten rusten.’

Uw broer heeft zware klappen gekregen in het zakenleven, u vooral in uw privéleven.

Uw broer heeft zware klappen gekregen in het zakenleven, u vooral in uw privéleven.

Leopold: ‘Ja. Ik ben twee keer getrouwd ge­weest en beide vrouwen zijn gestorven aan kanker, net zoals mijn beste vriend John Goossens (ex-topman van Belgacom, nvdr).
Maurice: ‘Dat zijn letsels. Zeker op die momenten trekken we naar elkaar toe.’
Leopold: ‘Je moet in het leven de bladzijde kunnen omslaan. Nadat mijn eerste vrouw Patricia gestorven is, ben ik te voet naar Compostela getrokken. Daar heb ik afscheid genomen. 31 dagen lang heb ik niemand gesproken. Ik had een noodtelefoon op zak, maar heb hem niet gebruikt. Na enkele dagen stappen kan je niet meer liegen tegen jezelf.’
Maurice: ‘Wandelen is een vorm van meditatie. In mijn moeilijkste periode heeft pianospelen me enorm geholpen. En mediteren. Zonder was ik in de put geraakt.’

Of ze soms schrik hebben, vragen we. Van de weerstand die ze wegens hun parcours en hun achtergrond onvermijdelijk oproepen. Van de regelrechte haat zelfs. Leopold werd al enkele keren bedreigd. Hij kreeg politiebescherming omdat er plannen waren om hem te ontvoeren. Hij ligt er naar eigen zeggen niet wakker van. ‘Ik slaap nog altijd goed, dank u.’ En dan heftig: ‘Je kunt tegenwoordig geen standpunt meer innemen tegen iets, of je hebt een probleem. Wie kritiek geeft op de joden, is een antisemiet. Wie kritiek geeft op moslims, is islamofoob. Waarom? Ik heb een mening en kom daarvoor uit. Ik ben niet gemaakt om iedereen gelukkig te maken. Ik ben een vrij man.’ Maurice: ‘Hij is een flamboyant figuur. Niet bang om in de pers zijn mening te geven over van alles en nog wat. Het maakt hem ook een doelwit.’

Bent u minder vrij dan Leopold?

Bent u minder vrij dan Leopold?

Maurice: ‘Ja, ik heb vaak op mijn tong moeten bijten. Er waren momenten dat ik zin had om bepaalde dingen uit te schreeuwen, maar ik kon niet. Omdat het Fortis zou schaden.’

Hij zwijgt even. ‘Ik ben begonnen aan mijn memoires’, zegt hij dan. ‘Maar ik weet nu al dat ik die niet kan uitgeven. Er staan te veel namen in van mensen die me dat kwalijk zouden nemen. Maar ik wil wel mijn belevenissen delen met mijn kinderen en kleinkinderen. Ik wil dat ze lessen trekken uit wat ik heb meegemaakt. En dan moet ik er nu aan beginnen, voor het te laat is.’

Knaagt de schrik om ouder te worden?

Leopold (laconiek): ‘De enige manier om lang te leven, is oud worden.’
Maurice: ‘Ik voel me nog altijd achttien. Echt. Alleen als ik in de spiegel kijk, zie ik dat het niet waar is.’
Leopold (schertsend): ‘Ik heb geen spiegels meer en ook geen weegschaal. Ik heb al mijn spiegels aan mijn broer gegeven. En mijn weegschaal heb ik uit het raam gesmeten.’
Maurice: ‘Hij weegt zich nu bij de vrachtwagens!’

Hilariteit bij de broers. En dan weer ernstig. Ouderdom is een illusie, poneren ze heftig. Of maken ze het zichzelf wijs? Ondanks hun leeftijd blijven ze doorgaan. Een manier om krampachtig de realiteit te ontkennen? Maurice: ‘It’s all in the mind. Ik ken mensen van 45 die oud zijn en mensen van tachtig die jong zijn gebleven.’

Leopold knikt. ‘In Knokke wonen zeer veel oude mensen. Maar ik weiger van deze stad een seniorie te maken. Wat moet ik doen? Rodekruisposten inrichten op elke hoek van de straat voor oudjes die bezwijken? De etalages van Louis Vuitton uit het straatbeeld laten verdringen door begrafenisondernemers? Geen sprake van. Geef mij maar nachtclubs in Knokke. Deze stad moet leven.’

Het zal dat zijn wat mensen in bloedvorm houdt, opperen we. Die levenskunst. Leopold brengt zijn hand naar zijn oor. ‘Wablief? Ik versta u niet. ‘Zegt u dat nog een keer, ik word een dagje ouder.’

Hij stoot zijn broer aan, die meteen in de rol van dementerend oudje valt: ‘Wie zijn die twee dames, Leopold? Ik heb ze nog nooit gezien. Wat doen ze hier? Kom, broere, we zien noar uus. We zien onze klutse kwijt.’

De een trekt zijn pet over zijn oren, de ander trekt zijn broek op. Ze vertrekken al lachend. En zo eindigt het gesprek, zoals het is begonnen. Met een scène uit de Muppetshow.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud