De familiale verzekering van Suske en Wiske

Dochter Leen (74) en haar zoon Tom in de tekenstudio in Kalmthout. ©Dieter Telemans

Vandaag wordt de 100ste geboortedag van Willy Vandersteen gevierd. Wat rest er, bijna een kwarteeuw na het overlijden van de Suske en Wiske-bedenker, van zijn tekenstudio? ‘We hebben nog genoeg monden te voeden.’

'Of ik hier als kind vaak kwam? Oh ja. Ik heb mijn grootvader meer dan eens lastiggevallen terwijl hij zat te tekenen. Ik heb hier zelfs vakantiewerk gedaan. In de zomer van 1976 mocht ik ‘Het drijvende dorp’ inkleuren.'

De grootvader is Willy Vandersteen. ‘Hier’ is de legendarische tekenstudio in het bijgebouw van Vandersteens villa in Kalmthout. En aan het woord is Tom Wilequet, de eerste kleinzoon van Willy Vandersteen. Van 1966 tot zijn overlijden in 1990 woonde en werkte de tekenaar van Suske en Wiske op deze mythische plek. Na zijn dood werden de villa en het bijhuis verkocht door zijn vier kinderen.

Een team onder leiding van zijn opvolger Paul Geerts kon Vandersteens werk voortzetten in ‘Villa Vandersteen’. In 1995 werd het domein verkocht aan de provincie Antwerpen. Twee jaar later opende in een nieuwbouw het kindermuseum Suske en Wiske. De oude studio, waar meer dan honderd Suske en Wiske-strips werden bedacht en getekend, is verdwenen. Omgebouwd tot knutselatelier voor de ruim 10.000 bezoekers van het museum.

Vergadertafel

Van de mythische studio van weleer blijven welgeteld drie kamers over. Ze liggen een beetje weggestoken op de eerste verdieping van Vandersteens vergeten villa, naast de museumkantoren. Tom Wilequet is nog de enige op de loonlijst van Studio Vandersteen. Na het ontslag van tekenaar Marc Verhaegen in 2005 ontbond zijn moeder Leen Vandersteen - de oudste dochter van Willy en gedelegeerd bestuurder van de studio - alle vaste contracten van het creatieve team. Sindsdien werkt iedereen op freelancebasis aan nieuwe afleveringen van de strip.

Een bureau met computer, een vergadertafel en een paar boekenkasten met rijen Suske en Wiske-albums. Meer is er niet te zien. ‘Het creatieve werk gebeurt buitenshuis’, zegt Wilequet, die kantoor houdt in de oude slaapkamer van zijn grootvader. Dat materiaal wordt via de computer aangeleverd. De 52-jarige kleinzoon van Vandersteen voorziet de striptekeningen van tekst en tekstballonnen. Voorts houdt hij zich bezig met het bewerken en inkleuren van illustraties, fanmail beantwoorden en de website verzorgen. ‘Eén keer per week vergaderen mijn moeder en ik met een vast team van een zestal mensen: de tekenaars, de scenarioschrijver en de inkter. We evalueren de albums en leggen nieuwe ideeën op tafel.’

Comic strip

Wilequet werkt sinds 2002 als office manager in het bedrijf van zijn moeder. Daarvoor was hij vormgever in de reclamesector en illustrator voor week- en maandbladen. Hij probeerde het ook even als cartoonist. Wilequet had een tijdje een comic strip in de krant De Morgen. Maar de kleinzoon had niet het talent van zijn grootvader. ‘Het was niet eenvoudig na hem te komen. Dat had ik als kind snel begrepen. Zijn talent om goede verhalen te bedenken en ze in grote volumes bijeen te tekenen: echt onwaarschijnlijk.’

Studio Vandersteen maakt nog altijd vier of vijf Suske en Wiske-albums per jaar. Zo had Willy Vandersteen het ook gewild. Na zijn dood kwam de studio in handen van zijn vier kinderen. Als oudste van de vier nam Toms moeder het voortouw. Op haar 74ste besteedt Leen Vandersteen zeker nog twee derde van haar tijd aan het werk dat van haar vader een legende maakte: administratie, boekhouding en contacten met de uitgever. ‘Ik ben ontzettend blij dat mijn vader me dit cadeau heeft nagelaten’.

‘Zijn tekentalent heb ik niet mogen erven’, vertelt Vandersteen, een kloeke vrouw voor haar leeftijd. ‘Ik had andere talenten. Ik heb twee kledingboetieks gehad. Toen ik op mijn zestigste stopte met die winkels, deed ik twee jaar niks. Maar ik ben niet het type dat met een breiwerkje in de zetel gaat zitten. En reizen interesseert me ook al niet. Geef me elke dag een doel, en ik ben de gelukkigste mens van de wereld. Ik vind het fantastisch om elke dag met het werk van mijn vader bezig te zijn.’

Nochtans was het geen cadeau om in het bedrijf van haar vader te stappen, bleek na zijn dood. Zakelijk had Vandersteen er een behoorlijk boeltje van gemaakt. ‘Mijn vader was allesbehalve een zakenman. Hij haatte papier- en rekenwerk. Officiële documenten verdwenen stante pede in de vuilbak. Hij had wel een boekhouder, een man die hij tijdens een van zijn vele nachtelijke uitstappen op café had ontmoet. Als hij iets wilde kopen, vroeg hij die man om raad. Geld diende om te leven, vond mijn vader. (lacht) En dus: om langs deuren en ramen naar buiten te gooien.’

‘Toen ik overnam, schrok ik van de manier waarop mijn vader zijn albumreeksen in de markt had gezet. Er was niets becijferd. Sommige reeksen werden voor een derde van de prijs aan klanten verkocht, en dat wel twintig jaar aan een stuk. Had er meer geld in de familie kunnen blijven? Beslist. Maar mijn vader gaf niet om bezit. Hij kwam uit een arbeidersgezin. Zonder mijn moeder had hij dit huis nooit gehad.’

Zo stond Willy Vandersteen al erg vroeg in het leven van Suske en Wiske de exploitatierechten van de strip af aan Standaard Uitgeverij. Het uitgeefbedrijf beheert die rechten nu al meer dan 65 jaar. De erven Vandersteen beschikken over het morele auteursrecht op Suske en Wiske, terwijl de commerciële exploitatie in handen van de uitgever is. Als een bedrijf een commerciële actie wil opzetten met Jerommeke, Lambik of een ander personage, moet het daarvoor toestemming vragen aan de uitgever.

De familie staat in feite buitenspel. Heeft Leen Vandersteen soms spijt dat de hoeders van het familiebedrijfje door de nonchalance van de stichter een stuk van de controle op hun product kwijt zijn? ‘Enerzijds wel. We hangen volledig van de uitgever af. Die heeft het alleenrecht om de albums te publiceren. Eigenlijk zijn we niet meer dan een klant van hen - om het oneerbiedig te zeggen. Anderzijds neemt de uitgeverij erg veel op zich. Wij kunnen ons in relatieve luwte op de verhalen focussen, terwijl zij het commerciële aspect verzorgen. We hebben niet te klagen. We worden altijd keurig ingelicht als de uitgeverij vragen van derden krijgt om figuurtjes uit de strips voor commerciële doeleinden te gebruiken. Mijn vader wilde Suske en Wiske niet bezoedeld zien door producten die niet bij de geest van de strip aansluiten. Alles wordt besproken.’

Eindeloze mogelijkheden

Hoe vergaat het Suske en Wiske vandaag op de lezersmarkt? Op het hoogtepunt van de strip in de jaren tachtig haalden de albums in Vlaanderen en Nederland oplages tot boven een half miljoen exemplaren. Die tijd is voorgoed voorbij, bekent Leen Vandersteen. ‘Sinds het internet verdelen kinderen hun aandacht steeds meer: games, smartphones, sociale media. De oplage van alle leesbare strips is sterk gedaald.’

Niettemin zou het kroonjuweel van haar vader vrij vlot overeind blijven. Volgens Leen Vandersteen gaan van sommige Suske en Wiske-albums nog altijd tot 200.000 exemplaren over de toonbank. Andere bronnen zijn minder stellig, en spreken van een kleine 100.000 exemplaren per album. Van Standaard Uitgeverij krijgen we geen cijfers. ‘Het blijft wel met voorsprong onze best verkopende Nederlandstalige strip.’ De uitgever zet in elk geval alle zeilen bij om Suske en Wiske relevant te houden in dit digitale tijdperk. Maar de omslag verloopt traag. Er bestaat een Suske en Wiske-applicatie voor de tabletcomputer, maar daarop zijn maar 54 van de 320 strips als e-album te downloaden.

Ondertussen blijven de bedenkers van het beroemde duo verhalen uit hun mouw schudden. ‘De mogelijkheden zijn eindeloos. De figuurtjes zijn tijdloos en herkenbaar. Met de teletijdmachine van Barabas kunnen ze steeds om het even waar en in om het even welke cultuur worden neergeploft.’

Monden

Het is duidelijk: honderd jaar na de geboorte van hun geestelijke vader willen Suske en Wiske nog heel wat spannende avonturen beleven. ‘We hebben nog genoeg monden te voeden’, zegt Leen Vandersteen. ‘Er leven veel gezinnen van Suske en Wiske. Bij ons alleen al een vaste kern van zes creatieve mensen die in hoofdzaak met het werk van mijn vader bezig zijn. Als de reeks stilvalt, dreigen die mensen zonder werk te vallen. Dat is nog een reden waarom mijn vader erop stond dat de reeks na zijn dood werd voortgezet. Hij was altijd bezorgd om zijn mensen. Hij wist zelf al te goed hoe moeilijk het was om aan de bak te komen als striptekenaar. Je ziet het: ik heb mijn handen nog meer dan vol. Ik ben nog niet oud genoeg om er de brui aan te geven.’

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Partner content